Het kerstbestand
Het was kerstavond 1914.
De Grote Oorlog – later de Eerste Wereldoorlog genoemd – woedde al vijf maanden.
In België vochten soldaten van beide kanten vanuit lange, smalle loopgraven.
Het gebied ertussen werd ‘niemandsland’ genoemd.
Duizenden soldaten aan beide kanten sneuvelden in deze loopgraven of in niemandsland.
Maar op kerstavond hoorden de Britse troepen de Duitsers kerstliederen zingen.
Stille Nacht, heilige Nacht, alles schläft, einsam wacht …
De Britten begonnen ook te zingen.
Silent night! Holy night! All is calm, all is bright …
Ze zongen in verschillende talen, maar liederen over de geboorte van onze Heiland zijn universeel.
De geest van Kerstmis – Jezus Christus’ boodschap over vrede, liefde en vergeving – begon de soldaten aan beide kanten te ontroeren.
De meesten van hen waren jonge christenen die voor het eerst niet thuis waren met Kerstmis.
De soldaten legden hun wapens neer en kropen voorzichtig uit hun loopgraven niemandsland in.
Niemand loste een schot.
Deze jonge mannen – die alleen ‘vijanden’ waren door het land waar ze vandaan kwamen – begonnen te praten.
‘Merry Christmas!’
‘Frohe Weihnachten!’
Ze wisselden kleine cadeautjes uit, zoals snoep en souvenirs.
Ze voetbalden.
Ze namen de tijd om hun doden te begraven.
Het was onvermijdelijk dat de oorlog moest worden hervat.
Maar de wereld zou het kerstbestand nooit vergeten.
Het bewees dat geloof in de Heiland, Jezus Christus, datgene teweeg kan brengen waar iedereen naar verlangt:
Vrede.