Uit het zendingsveld
Toen ik te ziek was voor zendingswerk, ging ik familiegeschiedenis doen
Toen ik familiehistorisch werk voor mijn overleden voorouders deed, zag ik ook zegeningen voor mijn levende familieleden.
Ik herinner me de dag dat twee mannen in een net wit overhemd en stropdas bij ons thuis kwamen. Mijn moeder liet ze binnen en ze vertelden ons over het evangelie van Jezus Christus. Ons hele gezin bekeerde zich tot de kerk.
Maar het was in Mongolië moeilijk om lid van de kerk te zijn, omdat het christendom vrij nieuw was in onze gemeenschap. Ik kreeg met veel moeilijkheden en verleidingen te maken. Gelukkig was mijn familie er altijd en moedigden ze me aan om het evangelie na te leven.
Op dat moment had ik geen idee van de moeilijkheden die ik later zou ondervinden – of hoe mijn familie aan beide kanten van de sluier me later door die moeilijke tijden heen zou helpen.
Het wonder van familiegeschiedenis
Toen ik op zending was, kreeg ik ernstige gezondheidsproblemen, waaronder chronische pijn. Mijn zendingspresident verzekerde me dat ik een goede zendeling was en gaf me de optie om voor mijn herstel naar huis te gaan, maar ik wilde niet weggaan. Ik had een grote sportstudiebeurs afgewezen om op zending te gaan, en mijn familie had heel veel opgeofferd om mijn zending te bekostigen. Ik was ten einde raad.
Terwijl ik met deze beslissing worstelde, werd mijn pijn intenser. Ik lag drie dagen in bed omdat ik niet kon staan. Ik wilde op de een of andere manier op zending blijven, dus ging ik familiegeschiedenis doen in bed. Ik begon nieuwe familienamen naar mijn vader en de consulent familiegeschiedenis in mijn wijk te sturen.
Op een dag kreeg ik een telefoontje van die consulent familiegeschiedenis. Zij vertelde me dat de verordeningen van mijn betovergrootouders waren goedgekeurd en in de tempel waren verricht! Er waren geen tempels in Mongolië, dus het was een wonder dat het zo snel was gegaan. Ik was vervuld met de Geest en ik besloot meteen op zending te blijven.
Ik sprong op, haalde mijn collega en zei: ‘Laten we les gaan geven!’ Hij was verbaasd dat ik weer stond. Nog geen 5 minuten eerder was ik volslagen lusteloos – nauwelijks in staat om op te staan en te eten of drinken. Maar plotseling was mijn pijn niets in vergelijking met mijn verlangen om anderen te helpen hun geloof in Christus te vinden. Ik wist dat we het evangelie moesten verkondigen, zodat anderen ook konden leren hoe ze hun familie konden helpen.
Ouderling Gerrit W. Gong van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd: ‘Ons leven kan op verrassende wijzen veranderen als we ons verbonden voelen met onze voorouders. Uit hun beproevingen en prestaties kunnen wij geloof en kracht putten.’
Mijn leven veranderde toen ik kracht van Jezus Christus ontving door de heilsverordeningen van zijn evangelie via familiegeschiedenis aan anderen beschikbaar te stellen. Dankzij die kracht kon ik mijn zending volbrengen.
Kracht aan beide zijden van de sluier
Enkele jaren later overleed mijn vader. Hij was minderactief in de kerk geworden, dus begon ik aan zijn tempelverordeningen te werken. Mijn getuigenis van het heilsplan en familiegeschiedenis heeft me troost gebracht, want ik weet dat ik mijn vader op een dag weer zal zien. Dan wil ik hem vertellen dat ik er alles aan heb gedaan om onze familie samen te brengen.
Nu heb ik zelf een vrouw en kinderen. We versterken onze familie op aarde door onze familie aan de andere zijde van de sluier te sterken.
President Russell M. Nelson heeft gezegd: ‘Het is waar dat het familiehistorische werk een grote zegen in zich draagt voor wie zich in het geestenrijk bevinden. Maar het werk is de levenden evenzeer tot zegen. Het heeft een louterende invloed op wie eraan werken. Zij werken letterlijk aan de verhoging van hun familie.’
Door samen familiegeschiedenis te doen, staat Christus centraal in mijn gezin. Mijn kinderen vinden het erg leuk om familieleden te bellen om meer over hun leven te weten te komen, en dan worden die ook enthousiast! We voelen ons verenigd en verbonden met al onze levende en overleden familieleden.
In de Schriften staat een verhaal over een arme weduwe die slechts twee kleine muntjes kan geven, terwijl de rijke mensen om haar heen allerlei rijkdommen schenken. De Heer leert zijn discipelen dat de bijdrage van de weduwe veel meer waard is: ‘Want zij allen hebben van hun overvloed erin geworpen; maar deze heeft van haar armoede alles wat zij had, erin geworpen’ (Markus 12:44).
Het familiehistorische werk dat mijn gezin doet, is klein als je kijkt naar alle mensen voor wie het werk nog moet worden verricht. Maar ik weet dat onze hemelse Vader onze inspanningen van grote waarde zal achten als we al het mogelijke doen om onze familie aan beide zijden van de sluier te sterken.