Hoofdstuk 51
Jezus lijdt in de hof van Getsemane
Jezus en de apostelen gingen naar de hof van Getsemane. Judas ging niet met ze mee. Hij ging naar de joodse leiders om te vertellen waar Jezus was.
Matteüs 26:36; Marcus 14:43; Johannes 18:2–3
De Heiland vroeg aan Petrus, Jakobus en Johannes om met Hem de hof in te gaan. Hij vroeg of ze wilden wachten terwijl Hij ging bidden.
Matteüs 26:36–39; Marcus 14:33–35
Jezus wist dat Hij voor de zonden van alle mensen moest lijden. Hij wilde niet lijden, maar Hij wilde onze hemelse Vader gehoorzamen.
Matteüs 26:39–44
Toen Jezus aan het bidden was, vielen Petrus, Jakobus en Johannes in slaap. Jezus zag dat ze in slaap waren gevallen. Hij vroeg of ze wakker wilden blijven.
Matteüs 26:40–41
Hij ging weer bidden. Petrus, Jakobus en Johannes wilden wakker blijven, maar ze waren erg moe. Ze vielen weer in slaap. Jezus zag dat ze weer in slaap waren gevallen. Hij ging voor een derde keer bidden.
Matteüs 26:42–44
Toen Jezus aan het bidden was, begon Hij door de pijn te beven. Er kwam een engel om Hem kracht te geven. Hij leed zo erg dat Hij bloeddruppels zweette. Hij leed voor al onze zonden, zodat wij vergeving kunnen ontvangen als we ons bekeren.
Lucas 22:41–44; Leer en Verbonden 19:16–19
Jezus maakte Petrus, Jakobus en Johannes wakker. Hij vertelde ze dat Hij verraden en gedood zou worden. Jezus zei dat de slechte mensen onderweg waren om Hem mee te nemen.
Matteüs 26:45–46