Vaardigheidsoefening 7
Met gevoelens van onbekwaamheid omgaan
Het kan normaal zijn om ons in nieuwe of moeilijke situaties onbekwaam te voelen. Ons richten op wat we wel in de hand hebben, is een manier om gevoelens van onbekwaamheid te overwinnen.
Gespreksleider: Probeer ‘Definitie’ en ‘Demonstratie’ beknopt te houden, zodat de cursisten voldoende tijd hebben om te oefenen.
Definitie
Gespreksleider: Leg uit dat het normaal is dat je je onbekwaam voelt als je iets nieuws doet. U kunt een voorbeeld geven uit uw eigen leven toen u zich onbekwaam voelde.
-
In welke recente situatie voelde je je onbekwaam?
-
Wat deed je waar je wel of niet iets aan had?
-
Waarom is het belangrijk om op de Heer te vertrouwen als we ons onbekwaam voelen? (Zie Filippenzen 4:13; Alma 26:12.)
Gespreksleider: Lees samen de volgende alinea. (U kunt de cursisten deze alinea ook op pagina 32 van Wennen aan het zendingsleven laten opzoeken en markeren.)
Sommige dingen heb je niet in de hand. Door dingen die je niet in de hand hebt te forceren, heb je nog minder controle en word je onrustiger. Besteed vooral energie aan de zaken die je wel kunt veranderen. (Zie Wennen aan het zendingsleven [2013], 32.)
-
Hoe kunnen we gevoelens van onbekwaamheid overwinnen als we ons richten op wat we wel in de hand hebben?
Demonstratie
Gespreksleider: Om de cursisten te leren zich te richten op wat ze zelf in de hand hebben, neemt u samen de volgende voorbeelden door.
Bespreek eventueel waarom iemand de voorbeelden in de linkerkolom niet in de hand heeft. Voordat u de antwoorden in de rechterkolom bespreekt, vraagt u de cursisten of ze zelf antwoorden kunnen bedenken.
|
Heb ik niet in de hand |
Heb ik wel in de hand |
|---|---|
|
‘Ik wil een goed mens zijn, maar ik raak vaak gefrustreerd door mijn fouten.’ |
‘Ik kan mijn best doen en erkennen dat ik soms tekortschiet. Door dagelijkse bekering en de hulp van de Heiland kan ik geleidelijk meer op Christus gaan lijken.’ |
|
‘Ik denk niet dat ik de taal ooit zo goed zal kunnen spreken als mijn collega.’ |
‘Ik kan de taal elke dag ijverig bestuderen en God in gebed om hulp vragen.’ |
Oefening
Gespreksleider: Toon de volgende aanvullende voorbeelden en geef de cursisten de tijd om met een medecursist te oefenen. Ze kunnen zelf ook andere voorbeelden bedenken.
|
Heb ik niet in de hand |
Heb ik wel in de hand |
|---|---|
|
‘Ik heb minder vrienden dan andere mensen.’ | |
|
‘Ik krijg het benauwd als ik aan een zending denk. Het lijkt hard werken, ik zal mijn familie en vrienden missen, en er is zoveel onbekends.’ | |
|
‘Andere zendelingen hebben meer mensen tot de doop gebracht dan ik. Ik vraag me af of mijn zending mislukt is.’ |
Toepassing
Gespreksleider: Laat de cursisten als volgt bedenken hoe ze deze vaardigheid op zichzelf kunnen toepassen:
Neem de komende week de tijd om te letten op gevoelens van onbekwaamheid. Vraag je hemelse Vader vervolgens om je te helpen inzien wat je wel in de hand hebt.