Evangeliecursussen
Les 12: Wennen aan het zendingsleven


Les 12

Wennen aan het zendingsleven

zendelingen op een zandweg

Voorbereiding op een zending houdt in dat je je voorbereidt op de lichamelijke, geestelijke, emotionele en psychische druk die het zendingswerk met zich meebrengt. Wennen aan het zendingsleven (2013) kan zendelingen en anderen die zich op een zending voorbereiden helpen om hiermee om te gaan. Er staan richtlijnen in waarmee we de kracht van de Heer kunnen aanboren en vreugde in het zendingswerk kunnen vinden.

Evaluatie en follow-up

Gespreksleider: Laat de cursisten nadenken over hun recente pogingen om toe te passen wat ze in deze cursus leren. Laat ze er eventueel met een medecursist of klassikaal over spreken.

Opties voor leeractiviteiten

Gespreksleider: Kies onder gebed de leeroptie(s) waar uw klas het meest aan heeft. Houd voldoende tijd over voor oefening en toepassing.

NB Er zijn meerdere vaardigheidsoefeningen die met de onderwerpen in deze les te maken hebben. Overweeg om in dezelfde lesperiode waarin u een leeractiviteit uit deze les behandelt iets van het volgende te gebruiken: ‘Met iedereen praten’, ‘Met gevoelens van onbekwaamheid omgaan’, ‘Bewust ademhalen’ en ‘Gezonde denkpatronen ontwikkelen’.

Optie A: Wat kan me helpen om aan het zendingsleven te wennen?

Studie

Gespreksleider: Vraag de cursisten wanneer ze zich aan nieuwe situaties in hun leven moesten aanpassen. Bijvoorbeeld: verhuizen, lid worden van de kerk, van school veranderen, nieuwe mensen ontmoeten of met een nieuwe baan beginnen. Vraag hoe die ervaring voor ze was. Vragen als de volgende kunnen van nut zijn voor deze bespreking:

  • Wat was er ongemakkelijk aan de verandering?

  • Wat vond je er geweldig aan?

  • Wat heeft je geholpen om je aan je nieuwe situatie aan te passen?

Gespreksleider: Toon enkele foto’s van voltijdzendelingen, zoals de volgende. Vraag de cursisten wat ze geweldig denken te vinden aan een voltijdzendeling zijn en wat er moeilijk aan kan zijn.

zendelingen bezig met zendingswerk
zusters glimlachen
zendelingen geven les

Gespreksleider: Leg uit dat de cursisten in deze leeractiviteit meer over Wennen aan het zendingsleven (2013) te weten komen. Help ze in de Evangeliebibliotheek naar Wennen aan het zendingsleven te gaan (Bibliotheek > Handboeken en roepingen > Zendingsroepingen > Wennen aan het zendingsleven). Introduceer dit materiaal met de volgende instructies:

Lees ‘Stress maakt deel uit van het leven’ onder ‘Stress begrijpen’ in Wennen aan het zendingsleven (pagina 3). Let op het doel van dit boekje.

  • Wat zou je nu en in de toekomst aan dit boekje kunnen hebben?

Oefening

Gespreksleider: Door de volgende activiteit gaan de cursisten op persoonlijke wijze vertrouwd raken met Wennen aan het zendingsleven. Ze doen zo wellicht ook de nodige voorbereiding en inspiratie op om zich er zelfstandig verder in te verdiepen.

Toon deze instructies en geef de cursisten 10–15 minuten de tijd voor de activiteit.

  1. Lees ‘Zelfbeoordeling’ in Wennen aan het zendingsleven (vanaf pagina 11).

  2. Kies een van de categorieën uit de zelfbeoordeling (Algemeen, Lichamelijk, Emotioneel, Sociaal, Verstandelijk, Geestelijk) waarover je meer wilt weten.

  3. Ga naar het hoofdstuk van Wennen aan het zendingsleven dat betrekking heeft op de categorie die je gekozen hebt. Bestudeer daarin wat voor jou het relevantst is. Let op en markeer leringen die je in jouw huidige situatie kunnen helpen.

Gespreksleider: Als de cursisten klaar zijn, vraagt u ze aan een medecursist of groepje te vertellen wat ze hebben geleerd. Toon eventueel de volgende vragen en laat de cursisten of groepjes die samen bespreken:

  • Welke suggesties of leringen vond je het nuttigst?

  • Zie je in hoe de Heer je kan helpen om nu en later als zendeling de eisen van het leven het hoofd te bieden?

Stel een doel

Gespreksleider: Geef de cursisten de tijd om te overdenken wat ze hebben geleerd en om doelen te stellen. Toon eventueel het volgende om ze te helpen:

Stel een doel dat aansluit bij wat je bestudeerd hebt. Gebruik ideeën zoals de volgende, of bedenk er zelf.

  • Ga verder met je studie van het hoofdstuk in Wennen aan het zendingsleven waar je in deze leeractiviteit aan bent begonnen. Let op suggesties die je nu al kunt toepassen.

  • Stel een plan op om andere hoofdstukken van Wennen aan het zendingsleven te bestuderen.

Mijn doel
  • Ik ga … (te ondernemen actie).

  • Ik ga mijn doel bereiken door … (een eenvoudig plan).

Gespreksleider: Als de cursisten hun doelen in een groepje met elkaar kunnen delen gedurende de cursus, geef ze dan de tijd om te overleggen hoe ze elkaar vóór de volgende les gaan steunen of aan hun doel herinneren.

Optie B: Hoe is het om een voltijdzendeling te zijn?

Studie

Gespreksleider: Zet de antwoorden van de cursisten op de volgende vragen eventueel op het bord.

  • Welke vragen heb je over hoe het is om een voltijdzendeling te zijn?

  • Hoe moeten zendelingen geloof in Jezus Christus oefenen?

  • Wat kun je nu al doen om je op het zendingsleven voor te bereiden?

Gespreksleider: Bespreek eventueel ook dit citaat van ouderling David A. Bednar.

Ouderling David A. Bednar

Het allerbelangrijkste wat je kunt doen om je voor te bereiden op een zendingsoproep is lang voordat je op zending gaat al een zendeling te worden. (‘Zendeling worden’, Liahona, november 2005, 45.)

  • Wat denk je dat het betekent om een zendeling te worden voordat je op zending gaat?

Gespreksleider: Leg uit dat deze leeractiviteit de cursisten kan helpen antwoorden op sommige van hun vragen te vinden. Gebruik een of meer van de volgende ideeën om ze beter te laten begrijpen wat een voltijdzending inhoudt.

  • Nodig enkele onlangs teruggekeerde zendelingen uit om in de les vragen van cursisten te beantwoorden (nodig zo mogelijk zowel onderwijs- als servicezendelingen uit). Zij kunnen ook beschrijven hoe een dag er voor een zendeling doorgaans uitziet. Moedig de teruggekeerde zendelingen aan om te beschrijven hoe ze tijdens hun zending de hulp van de Heer hebben gevoeld en dichter tot Hem zijn gekomen.

  • Laat aan de hand van een van deze video’s zien hoe het er in een opleidingscentrum voor zendelingen aan toegaat: ‘The England Missionary Training Centre’ (3:06; ChurchofJesusChrist.org) of ‘Provo Missionary Training Center Tour’ (8:42; YouTube). U kunt ook ‘Young Church-Service Missionaries: Serving the Lord’ (3:40; ChurchofJesusChrist.org) vertonen om de cursisten meer inzicht te geven in mogelijkheden voor servicezendelingen.

  • Laat de cursisten ‘Voorbeelden van dagelijkse activiteiten’ (2.4.1) en ‘Voorbeeld dagschema’ (2.4.2) in Zendingsnormen voor discipelen van Jezus Christus lezen. Ze vinden die in de Evangeliebibliotheek (Bibliotheek > Handboeken en roepingen > Zendingsroepingen > Zendingsnormen voor discipelen van Jezus Christus).

Als ze klaar zijn met de activiteit(en) die u gekozen hebt, geef de cursisten dan de kans om te bespreken wat ze hebben geleerd. Stel eventueel vragen zoals deze:

  • Hoe zegent de Heer jou in je streven om een zendeling te worden?

Oefening

Gespreksleider: Een manier waarop u cursisten kunt helpen ‘een zendeling te worden’ voordat ze op zending gaan, is ze de kans geven om lesgeven aan anderen te oefenen. Verwijs de cursisten naar les 1, 2 of 3 in hoofdstuk 3 van Predik mijn evangelie. Laat ze een onderwerp uit ‘Leerstellig fundament’ van die les bestuderen en zich voorbereiden om daarin te onderwijzen. (Zie les 6: ‘Lesgeven oefenen’ in deze cursus voor ideeën om dit aan te pakken.)

Als de cursisten voldoende voorbereidingstijd hebben gehad, laat u ze oefenen met lesgeven aan iemand anders in de klas.

Stel een doel

Gespreksleider: Geef de cursisten de tijd om te overdenken wat ze hebben geleerd en om doelen te stellen. Toon eventueel het volgende om ze te helpen:

Stel een doel dat aansluit bij wat je bestudeerd hebt. Gebruik ideeën zoals de volgende, of bedenk er zelf.

  • Schrijf op wat je gaat doen om alvast meer ‘een zendeling te worden’ voordat je op zending gaat.

  • Kijk of er een mogelijkheid is om aan een lesafspraak of andere evangelisatieactiviteiten met de plaatselijke voltijdzendelingen deel te nemen.

  • Praat met mensen die je kent die op zending zijn geweest. Stel ze vragen over het zendingswerk.

Mijn doel
  • Ik ga … (te ondernemen actie).

  • Ik ga mijn doel bereiken door … (een eenvoudig plan).

Gespreksleider: Als de cursisten hun doelen in een groepje met elkaar kunnen delen gedurende de cursus, geef ze dan de tijd om te overleggen hoe ze elkaar vóór de volgende les gaan steunen of aan hun doel herinneren.

Optie C: Hoe kan ik me nu geestelijk op een zending voorbereiden?

Studie

Gespreksleider: Lees en bespreek het volgende citaat van president M. Russell Ballard. U kunt als onderdeel van deze bespreking ook de video ‘Blijf binnen de lijnen’ (5:10, ChurchofJesusChrist.org) bekijken.

President M. Russell Ballard

Wat wij nu nodig hebben, is de beste generatie zendelingen in de geschiedenis van de kerk. Wij hebben deugdzame, goed voorbereide, geestelijk energieke zendelingen nodig […]. Je moet niet alleen een positie vervullen; we hebben je hele hart en ziel nodig. We hebben levendige, nadenkende, enthousiaste zendelingen nodig, die weten hoe ze moeten luisteren naar de influisteringen van de Heilige Geest en er gehoor aan geven. […] Als apostel van de Heer Jezus Christus roep ik je op om nu meteen […] te beginnen in alle opzichten goed te leven. (‘De beste generatie zendelingen’, Liahona, november 2002, 47.)

  • Wat valt je aan dit citaat op?

  • Waarom denk je dat geestelijke voorbereiding en getrouwheid belangrijk zijn bij zendingswerk?

Gespreksleider: Bestudeer als onderdeel van de bespreking eventueel samen Leer en Verbonden 11:21 en Alma 17:2–3. De cursisten kunnen ook zoeken hoe de Heiland Zich geestelijk op zijn bediening voorbereidde (zie bijvoorbeeld Mattheüs 4:2; Markus 1:35 en Johannes 8:28).

  • Welke concrete dingen kun je nu al doen om je geestelijk op je zending voor te bereiden?

Gespreksleider: Laat de cursisten voor zichzelf een lijst opstellen met antwoorden op de vorige vraag. Ze kunnen dan een of twee punten van hun lijstje met een medecursist bespreken. Wijs erop dat ze niet over dingen dienen te praten die te persoonlijk zijn.

Oefening

Gespreksleider: Leg uit dat toekomstige zendelingen voorafgaand aan hun zending een gesprek met hun bisschop en ringpresident hebben om vast te stellen of ze er waardig en klaar voor zijn om te dienen.

Verwijs de cursisten naar het artikel ‘Gespreksvragen’ voor toekomstige zendelingen (Liahona, augustus 2018, 53–54). U kunt deze vragen ook als hand-out uitdelen. Toon eventueel de volgende instructies:

Neem de tijd om alle gespreksvragen voor toekomstige zendelingen door te lezen. Nadat je de vragen hebt doorgelezen, stel dan vast wat naar jouw idee goed gaat en wat je wilt verbeteren.

Gespreksleider: Als de cursisten de tijd hebben gehad om de gespreksvragen door te lezen, kunt u de volgende vragen bespreken:

  • Hoe kunnen deze gespreksvragen je helpen bij je voorbereiding op een zending?

  • Waarom is het belangrijk om volkomen eerlijk te zijn tegen jezelf en je priesterschapsleiders als je deze vragen beantwoordt?

Stel een doel

Gespreksleider: Geef de cursisten de tijd om te overdenken wat ze hebben geleerd en om doelen te stellen. Toon eventueel het volgende om ze te helpen:

Stel een doel dat aansluit bij wat je bestudeerd hebt. Gebruik ideeën zoals de volgende, of bedenk er zelf.

  • Stel vast wat je gaat doen om je geestelijk beter op een zending voor te bereiden.

  • Als je je patriarchale zegen nog niet hebt ontvangen, bedenk dan onder gebed wanneer het juiste moment daarvoor is.

  • Zet je meer in voor familiegeschiedenis en tempelwerk.

Mijn doel
  • Ik ga … (te ondernemen actie).

  • Ik ga mijn doel bereiken door … (een eenvoudig plan).

Gespreksleider: Als de cursisten hun doelen in een groepje met elkaar kunnen delen gedurende de cursus, geef ze dan de tijd om te overleggen hoe ze elkaar vóór de volgende les gaan steunen of aan hun doel herinneren.

Volgende keer

Gespreksleider: Als u er klaar voor bent om les 13 de volgende keer te behandelen, laat de cursisten dan stilstaan bij de vooruitgang die ze sinds het begin van de cursus hebben gemaakt in hun voorbereiding op een zending. Stuur ze eventueel ook een herinnering.