Leidraad voor zendingsvoorbereidingsklassen
Welkom bij voorbereiding op een zending! Deze cursus kan een belangrijke rol spelen in het leven van jongeren en jongvolwassenen die zich op een zending voorbereiden. De cursus kan ook jonge mensen tot zegen zijn die niet op zending gaan, maar wel beter in staat willen zijn om het evangelie van Jezus Christus uit te dragen.
Het doel van iedere zendeling is: ‘Anderen uitnodigen tot Christus te komen door met jouw hulp het herstelde evangelie aan te nemen, met geloof in Jezus Christus en zijn verzoening, bekering, de doop, de gave van de Heilige Geest en volharding tot het einde.’ (Predik mijn evangelie, [2023], 1.) Zo vergaderen we Israël, wat de taak van ieder lid van de kerk is.
Hoe kan deze cursus jongeren en jongvolwassenen tot zegen zijn?
Alles in deze cursus beoogt de cursisten te helpen hun bekering tot Jezus Christus en zijn herstelde evangelie te versterken. Bekering leidt tot een groter verlangen en vermogen om het evangelie van Jezus Christus met anderen te delen. U helpt de cursisten als volgt omstandigheden te creëren die bekering in de hand werken:
-
Ze verdiepen zich in Predik mijn evangelie, zodat ze de kracht en het belang van dit boek gaan ervaren. Ze maken ook kennis met Wennen aan het zendingsleven (2013).
-
Ze leren het doel van iedere zendeling (zie Predik mijn evangelie, 1), en hoe dat doel ze tot richtsnoer kan dienen, zowel in hun leven nu als in alle aspecten van het zendingswerk.
-
Ze doen toezeggingen die helpen om het evangelie van Jezus Christus na te leven, zich op een zending voor te bereiden, en het evangelie van de Heiland met familie en vrienden te delen.
-
Ze leren en oefenen onderwijzen in de waarheden uit hoofdstuk 3 van Predik mijn evangelie.
-
Ze oefenen vaardigheden waardoor ze een betere evangelieleerkracht en emotioneel veerkrachtiger kunnen worden.
Hoe is het cursusmateriaal opgezet?
Dit lesboek bevat twee soorten leerervaringen: kernlessen en vaardigheidsoefeningen.
Kernlessen
De kernlessen vormen het voornaamste deel van deze cursus. Ze zijn gebaseerd op hoofdstuk 1–6 en 11 van Predik mijn evangelie. Deze hoofdstukken zijn het relevantst voor jongeren en jongvolwassenen die momenteel niet op zending zijn.
Dit zijn de kernlessen:
-
Les 1: Wij nodigen anderen uit om tot Christus te komen
-
Les 2: Inleiding tot Predik mijn evangelie
-
Les 3: Je doel als zendeling verwezenlijken (Predik mijn evangelie, hoofdstuk 1)
-
Les 4: De Schriften onderzoeken en de wapenrusting van God aantrekken (Predik mijn evangelie, hoofdstuk 2)
-
Les 5: Het evangelie van Jezus Christus bestuderen en erin onderwijzen (Predik mijn evangelie, hoofdstuk 3)
-
Les 6: Lesgeven oefenen (Tips voor het geven van lessen uit hoofdstuk 3 van Predik mijn evangelie)
-
Les 7: De uitnodiging om zich te laten dopen en bevestigen (Predik mijn evangelie, hoofdstuk 3)
-
Les 8: De Geest zoeken en vertrouwen (Predik mijn evangelie, hoofdstuk 4)
-
Les 9: De kracht van het Boek van Mormon gebruiken (Predik mijn evangelie, hoofdstuk 5)
-
Les 10: Christelijke eigenschappen ontwikkelen (Predik mijn evangelie, hoofdstuk 6)
-
Les 11: Mensen helpen om toezeggingen te doen en na te komen (Predik mijn evangelie, hoofdstuk 11)
-
Les 12: Wennen aan het zendingsleven
-
Les 13: In geloof voorwaarts gaan
Het belang van hoofdstuk 3
Drie kernlessen zijn gebaseerd op hoofdstuk 3 van Predik mijn evangelie. Dit hoofdstuk bevat de vier lessen die zendelingen onderwijzen en gaat ook in op de uitnodiging om zich te laten dopen en bevestigen. Geef de studie van hoofdstuk 3 hoge prioriteit.
Les 6: ‘Lesgeven oefenen’ helpt de cursisten om met de lessen in hoofdstuk 3 vertrouwd te raken en eruit te onderwijzen. U kunt meer dan één lesperiode aan deze les besteden. U kunt bepaalde ideeën uit les 6 ook in andere lesperioden gebruiken. Zo krijgen de cursisten herhaaldelijk de gelegenheid om de beginselen uit hoofdstuk 3 van Predik mijn evangelie te bestuderen, te leren, te onderwijzen en na te leven.
Opzet van de kernlessen
De kernlessen stimuleren de cursisten om door geloof te leren, zodat ze hun bekering tot Jezus Christus kunnen versterken. Leren door geloof vereist inspanning en actie. Bedenk hoe de volgende leselementen uw cursisten kunnen helpen om door geloof te leren en dichter tot de Heiland te komen.
Evaluatie en follow-up
Aan het begin van elke les staan de cursisten stil bij de toezeggingen die ze in eerdere lessen hebben gedaan. Gebruik deze gelegenheid om de cursisten op hun geestelijke groei te wijzen.
Opties voor leeractiviteiten
De meeste kernlessen bevatten meerdere leeractiviteiten. Peil de behoeften van uw cursisten en streef naar de leiding van de Heilige Geest bij het kiezen van de leeractiviteiten die u gaat gebruiken. U kunt de cursisten ook vragen bij welke lessen en leeractiviteiten ze het meeste baat zullen hebben.
U hoeft niet alle opties voor leeractiviteiten in een les in één lesperiode te gebruiken. Stel bekering centraal, niet de behandeling van al het lesmateriaal. Als uw lesschema het toelaat, kunt u meer dan één lesperiode per les besteden aan verschillende leeractiviteiten.
Elke leeractiviteit bestaat uit deze drie onderdelen:
-
Studie. Ideeën voor studie die de cursisten tot door geloof geïnspireerd handelen bewegen, zoals lezen, onderzoeken, markeren, overpeinzen, opschrijven, bespreken en getuigen.
-
Oefening. Suggesties om cursisten het geleerde in praktijk te helpen brengen. Dat houdt doorgaans samenvatten, uitleggen en lesgeven in.
-
Stel een doel. Deze tijd is gereserveerd voor de cursisten om te evalueren wat ze hebben geleerd en welke toezeggingen ze kunnen doen om te leren, te groeien en zich te verbeteren. Vraag de cursisten eventueel om een persoonlijk studiedagboek mee te nemen en hun doelen gedurende de cursus op te schrijven.
Instructies voor leerkrachten of gespreksleiders in de lessen
Doorgaans worden de leeractiviteiten door een leerkracht geleid. Er kunnen zich echter omstandigheden voordoen waarbij een kerkleid(st)er, ouder, jongvolwassene of jongere een leeractiviteit gebruikt. Daarom wordt in de lessen de overkoepelende term ‘gespreksleider’ gebruikt.
Gespreksleider: Geef de cursisten de tijd om te overdenken wat ze hebben geleerd en om doelen te stellen. Toon desgewenst het volgende om ze te helpen.
Deze instructies kunnen leerkrachten of gespreksleiders in hun voorbereiding en lessen tot leidraad zijn.
Vaardigheidsoefeningen
Deze cursus bevat tien vaardigheidsoefeningen. Die staan aan het einde van het boek. Vaardigheidsoefeningen beogen cursisten vaardigheden te helpen ontwikkelen voor doeltreffend onderwijs en emotionele veerkracht.
Dit zijn de vaardigheidsoefeningen:
-
Vaardigheidsoefening 1: Mensen met het Boek van Mormon laten kennismaken
-
Vaardigheidsoefening 2: De Schriften gebruiken in je onderwijs
-
Vaardigheidsoefening 3: Mensen leren bidden
-
Vaardigheidsoefening 4: Geïnspireerde vragen stellen
-
Vaardigheidsoefening 5: Proberen Schriftteksten uit het hoofd te leren
-
Vaardigheidsoefening 6: Met iedereen praten
-
Vaardigheidsoefening 7: Met gevoelens van onbekwaamheid omgaan
-
Vaardigheidsoefening 8: Bewust ademhalen
-
Vaardigheidsoefening 9: Technologie op rechtschapen wijze gebruiken
-
Vaardigheidsoefening 10: Gezonde denkpatronen ontwikkelen
Vaardigheidsoefeningen kunnen tijdens dezelfde lesperiode als een kernles aan de orde komen. Enkele kernlessen bevatten suggesties voor relevante vaardigheidsoefeningen.
Vaardigheidsoefeningen duren normaliter ongeveer 15 tot 20 minuten, maar u kunt de inhoud en tijdsduur aanpassen. U hoeft niet elke vaardigheidsoefening te doen, en u kunt ze in willekeurige volgorde aan bod laten komen. Hoewel vaardigheidsoefeningen belangrijk zijn, besteedt u de meeste lestijd in de cursus aan de kernlessen.
Uw gedachten opschrijven
Bekijk de lijst met vaardigheidsoefeningen. Markeer wat degenen die u gaat onderwijzen tot zegen kan zijn.
Wie kan baat hebben bij deelname aan deze cursus?
Hoewel veel deelnemende cursisten zich op een onderwijszending gaan voorbereiden, bereiden sommigen zich wellicht op een servicezending voor. Weer anderen hebben misschien geen plannen om op zending te gaan, maar willen wel leren hoe ze het evangelie doeltreffender kunnen delen en Israël kunnen helpen vergaderen. Houd rekening met de behoeften van alle deelnemers, niet alleen van hen die zich op een onderwijszending voorbereiden. Zoek naar gelegenheden om alle cursisten de zegeningen en het nut van deze cursus duidelijk te maken. Neem bijvoorbeeld eens de tijd om de mogelijkheden en zegeningen van een servicezending te bespreken (zie ChurchofJesusChrist.org/service-missionary voor meer informatie).
Kunnen de cursisten studiepunten voor het instituut krijgen voor deelname aan deze cursus?
Zie InstituteCredit.ChurchofJesusChrist.org voor informatie over studiepunten voor een instituutsdiploma of studiepunten die meegenomen kunnen worden naar kerkscholen.
Hoe kan ik deze cursus het beste aan de deelnemers in mijn klas aanbieden?
Deze cursus is flexibel van opzet. De lessen kunnen door gemeenten, wijken, ringen en instituten gebruikt worden. De cursus kan in duur variëren van slechts enkele weken tot meerdere maanden. Aanpassing voor thuisgebruik is ook mogelijk.
In de volgende tabel staat hoe een lesperiode van 50 minuten eruit kan zien:
|
Lesperiode van 50 minuten |
Lesperiode van 50 minuten |
Lesperiode van 50 minuten | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Lesperiode van 50 minuten Evaluatie en follow-up 5 minuten | Lesperiode van 50 minuten Eén leeractiviteit 30 minuten | Lesperiode van 50 minuten Vaardigheidsoefening 15 minuten | ||||||
Bij een cursus die zich over meerdere maanden uitstrekt, kan een les over meerdere lesperioden worden verspreid.
|
Lesperiode van 90 minuten |
Lesperiode van 90 minuten |
Lesperiode van 90 minuten | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Lesperiode van 90 minuten Evaluatie en follow-up 5 minuten | Lesperiode van 90 minuten Eén leeractiviteit 60 minuten | Lesperiode van 90 minuten Vaardigheidsoefening 25 minuten | ||||||
De volgende voorbeelden illustreren verschillende manieren om het materiaal in deze cursus te behandelen.
Voorbeeld 1: Cursus op ringniveau (20 bijeenkomsten; 60 minuten per lesperiode)
Broeder Lawal bereidt zich voor om een cursus zendingsvoorbereiding in zijn ring in Accra (Ghana) te geven. Zijn klas komt wekelijks bijeen. Broeder Lawal stelt dit plan op:
-
De eerste en derde zondag van de maand een kernles behandelen.
-
Omdat de klas veel nieuwe kerkleden telt en sommige deelnemers geen lid van de kerk zijn, besluit broeder Lawal om extra aandacht te besteden aan kernles 6. Hij besluit om een leeractiviteit uit kernles 6 op de tweede en vierde zondag van elke maand te doen. Zo krijgen de cursisten meerdere gelegenheden om de essentiële leer uit hoofdstuk 3 van Predik mijn evangelie te bestuderen en te onderwijzen.
-
Hij kiest ook vier vaardigheidsoefeningen die hij in zijn lessen wil gebruiken. Hij besluit om de week een vaardigheidsoefening te doen. Eén vaardigheid is zo belangrijk voor zijn cursisten dat hij besluit die in twee verschillende lesperioden te gebruiken.
Voorbeeld 2: Cursus op ringniveau (7 bijeenkomsten; 60 minuten per lesperiode)
Broeder en zuster Green bereiden zich voor om zendingsvoorbereidingslessen in hun ring in Provo (Utah, VS) te geven. Hun klas komt om de week bijeen.
-
In overleg met hun ringpresident besluiten ze de kernlessen 1, 3, 6, 9 en 12 te geven. Ze gaan drie lesperioden besteden aan kernles 6. Zo krijgen de cursisten meerdere gelegenheden om essentiële waarheden uit hoofdstuk 3 van Predik mijn evangelie te leren, te begrijpen en als oefening te onderwijzen.
-
Op advies van hun ringpresident ruimen broeder en zuster Green in de cursus ook tijd in voor de vaardigheidsoefeningen ‘Gezonde denkpatronen ontwikkelen’ en ‘Met iedereen praten’.
Voorbeeld 3: Instituutscursus (14 bijeenkomsten; 90 minuten per lesperiode)
Zuster Silva bereidt zich voor om een cursus zendingsvoorbereiding aan haar instituutscursisten in Manaus (Brazilië) te geven. Haar klas komt wekelijks 90 minuten bijeen. Zuster Silva besluit om het volgende te doen:
-
Ze gaat de eerste 11 weken 50 minuten aan verschillende kernlessen besteden. Omdat ze weet dat diverse cursisten vragen over de Heilige Geest hebben, besluit ze om minstens twee bijeenkomsten te wijden aan kernles 8: ‘De Geest zoeken en vertrouwen’.
-
Zuster Silva wil de cursisten helpen om met meer zelfvertrouwen over het evangelie te vertellen. Ze besluit om in 6 lesperioden in de eerste 11 weken telkens het eerste halfuur te wijden aan kernles 6 om de cursisten de leer in hoofdstuk 3 van Predik mijn evangelie bij te brengen en te helpen onderwijzen. Ze besluit ook dat ze in week 12 en 13 de hele lesperiode gaan wijden aan het voorbereiden en geven van korte lessen aan elkaar.
-
Zuster Silva heeft diverse vaardigheden om te oefenen in gedachten die haar cursisten ten goede zullen komen. Ze besluit om die vaardigheden de eerste 11 weken te oefenen op dagen dat ze geen lessen uit hoofdstuk 3 gaat geven.
-
Op de laatste dag wil ze de cursus afsluiten met kernles 13: ‘In geloof voorwaarts gaan’.
Uw gedachten opschrijven
Plan aan de hand van de volgende vragen hoe u het materiaal in deze cursus gaat gebruiken:
-
Hoe vaak komt de klas bijeen? Hoelang duurt elke lesperiode?
-
Hoe gaat u de kernlessen in de cursus implementeren?
-
Hoe vaak geeft u de cursisten de gelegenheid om Les 6: ‘Lesgeven oefenen’ te gebruiken?
-
Welke vaardigheidsoefeningen komen uw cursisten het meeste ten goede? Wanneer gaat u die gebruiken?
Maak een plan dat op uw klas is afgestemd. Vraag bij het opstellen van uw lesplan welke onderwerpen voor de cursisten het interessantst en relevantst zijn.
Bedenk dat bekering tot Jezus Christus het onderliggende doel is, niet de behandeling van al het materiaal. Plan uw lessen niet te vol. Geestelijke groei kan niet overhaast of geforceerd plaatsvinden. Heb vrede met wat u op zinvolle wijze kunt bereiken in de tijd die u hebt.