‘In warmte en liefde gehuld’, Liahona, oktober 2025.
In warmte en liefde gehuld
Ik wilde niet zwak overkomen door om hulp te vragen, maar ik wist dat ik hulp nodig had.
‘Wat kan ik voor je doen?’ vroeg Michele. Michele was mijn dienende zuster en een van mijn beste vriendinnen. Haar vraag weerklonk in mijn oren en ik vond het vervelend dat ik haar weer geen duidelijk antwoord had gegeven.
Mijn familie had onlangs hartverscheurende omstandigheden doorgemaakt, en ik wist dat ik hulp nodig had. Ik wilde echter niet zwak overkomen door Michele om hulp te vragen.
Ik vergeleek mezelf vaak met anderen, zoals de pioniers van de kerk die alles opofferden voor hun geloof, of die vriendin op Facebook die alles voor elkaar leek te hebben. Ik wist dat geen van deze vergelijkingen redelijk was. Toch bleef ik mezelf isoleren terwijl de troost van een liefdevolle broeder of zuster in de wijk het verschil had kunnen betekenen.
Jarenlang had ik goedbedoelende vriendinnen met talloze versies van ‘Het gaat goed’ afgewimpeld. Vreemd genoeg was ik teleurgesteld als ik hetzelfde antwoord kreeg van de mensen die ik diende. Hoe vaak had ik trots mensen afgewezen die God als antwoord op mijn gebeden naar me toe had gestuurd? Mijn recente omstandigheden dwongen me echter mijn hoogmoed opzij te zetten en om hulp te vragen.
Ik wist eerst niet wat ik moest zeggen toen ik Michele belde, maar toen ik mijn gevoelens van verdriet en verlies uitstortte, huilde ze met me mee en luisterde ze naar me. Ik zei dat ik gewoon wilde dat iemand me iets lekkers gaf, me in een deken wikkelde en me in bed stopte met de geruststelling dat alles goed zou komen.
Michele vertelde me dat ze had gebeden om te weten hoe ze me kon troosten, maar dat ze niet wist hoe, omdat ik niet over mijn verdriet sprak. Toen ik eindelijk mijn hart voor haar openstelde, kon ze me beter begrijpen, en weten hoe ze me kon helpen.
De volgende dag stond ze voor de deur met een zak kersen en de warmste, zachtste deken die ik ooit heb gevoeld. Haar bedieningscollega, Linda, kwam kort daarna met een maaltijd voor ons gezin en donzige sokken voor mij.
Als verdriet nu als een storm in mij uitbarst, wikkel ik mezelf in de warmte en liefde van Michele en Linda, en weet ik dat alles goed zal komen. Hun liefde herinnert me aan de liefde van Christus – iets waar ik zo nodig altijd een beroep op kan doen (zie Romeinen 8:35, 38–39).
De auteur woont in Utah (VS).