‘Zie het goede in hen’, Liahona, oktober 2025.
Verbondsvrouwen
Zie het goede in hen
Bediening is niet zomaar een programma; het is een goddelijk proces waardoor God het hart van zijn kinderen zegent en verandert.
Heb je ooit gemerkt dat iemand je echt zag? We worden sterk gemotiveerd als iemand ons echt ziet, van ons houdt en in ons gelooft. Ik ben kunstenares geworden omdat mijn moeder dacht dat ik talent had. Ze geloofde niet alleen in me als ik goed werk leverde. Als ik een fout maakte, zag ze nog steeds het goede in mij.
Ouderling David A. Bednar van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd: ‘Onderscheidingsvermogen op het hoogste niveau van manifestatie omvat het goede zien in iemand anders dat hij of zij nog nooit in zichzelf heeft gezien, en het vermogen om hem of haar te helpen dat te ontdekken en te ontwikkelen.’
Dat doet onze Vader in de hemel elke dag voor ons. Hij ziet het goede dat we misschien niet in onszelf zien, en helpt ons liefdevol en geduldig om dat te ontwikkelen en meer op zijn Zoon te gaan lijken. De Heiland laat ons zien hoe we het goede kunnen zien en anderen kunnen helpen dat te ontwikkelen. Hij onderwees Petrus en zijn nieuwe apostelen liefdevol en doelbewust. Hij diende en beurde mensen op die in de maatschappij als zondaar, verschoppeling of onrein werden beschouwd. Hij zag de waarde en hoop in mensen die als hopeloos werden beschouwd. Hij reageerde met mededogen op de smeekbeden van wanhopige melaatsen. Hij kwam niet alleen naar hen toe, maar raakte hen ook aan en genas hen. (Zie Markus 2:15–17; Lukas 5:12–13; Johannes 4:4–26.)
Hij kende de waarde van elke ziel, en Hij had ze lief. Hij zag zoveel meer in hen dan hun zwakheden, zonden, ziekten en gebreken. Hij zag hun ziel en alles wat ze konden en zouden worden. Hij onderwees ze, genas ze, moedigde ze aan en nodigde ze uit om hun potentieel te bereiken door Hem te volgen.
Als verbondsvrouwen van zijn kerk hebben wij de zegen en opdracht om heen te gaan en ‘evenzo’ te doen (zie Lukas 10:37). ‘Want de werken die u Mij hebt zien doen, die zult u eveneens doen’ (3 Nephi 27:21). We hebben het verbondsvoorrecht en de zegen om de mensen die we dienen de liefde van de Heiland te laten voelen, het goede te zien dat God in hen ziet, en ze te helpen dat te ontwikkelen. Dat betekent anderen liefhebben zoals de Heiland dat zou doen (zie Johannes 13:34).
Onze Vader in de hemel helpt ons vaak om te groeien en ons te ontwikkelen door bijzondere mensen in ons leven te brengen – mensen die zijn liefde en verlichting brengen en ons helpen ons potentieel te bereiken.
Dienende broeders en zusters hebben het voorrecht en de verbondsverantwoordelijkheid om die bijzondere mensen in dienst van de Heer te zijn. We kunnen de mensen die we dienen de goede eigenschappen, talenten en eigenschappen van Christus in zichzelf laten zien, en ze helpen groeien.
Hoe meer we anderen helpen om aan het doel van hun schepping te beantwoorden, hoe meer we ons eigen potentieel als kinderen van God zullen verwezenlijken. We moeten op de Heer vertrouwen om de behoeften van zijn kinderen te leren kennen.
Zusters, jullie hebben de bronnen van de hemel tot je beschikking om dit rechtschapen en verhogende werk uit te voeren, waaronder de zegeningen van het priesterschap van de Heer, door je aan je verbonden te houden en door het gedelegeerde priesterschapsgezag door middel van je roeping en bediening. Die zegeningen verschaffen de openbaring die we nodig hebben om op zijn manier te dienen.
De Geest kan ons hart verzachten, zodat we anderen kunnen zien ‘zoals ze werkelijk zijn’ (Jakob 4:13) en ons zicht niet laten vertroebelen door veronderstellingen, achteloosheid of zelfs vermoeidheid.
‘Dienende zusters worden door God gezonden’
Karen is nu een dierbare vriendin van mij. Maar ik leerde haar pas kennen toen ik haar dienende zuster werd. Mijn bedieningscollega was een aardige jonge vrouw, Ella, die in de laatste klas van de middelbare school zat. We kregen de opdracht om Karen te dienen toen ze net weer terug naar de kerk kwam.
Toen we Karen hielpen en haar unieke verhaal en behoeften leerden kennen, kregen Ella en ik het gevoel dat we haar moesten aanmoedigen om naar de tempel te gaan. Hierdoor kon Ella haar technische vaardigheden gebruiken om problemen met Karens online kerkaccount op te lossen, zodat ze haar tiende kon betalen en een afspraak voor de tempel kon maken. Ik ging met haar mee toen ze nieuwe tempelkleding ging kopen en hielp haar om zich op haar gemak te voelen. Karen straalde en was vervuld van gemoedsrust en geluk toen zij en ik na de dienst samen in de celestiale zaal zaten.
Karen kreeg ernstige gezondheidsproblemen, maar maakte ook ongelooflijke wonderen mee in de tijd dat wij haar dienden. Toen we haar in die tijd steunden, werden we allemaal gesterkt in de Heer.
We nodigden haar uit voor de zustershulpvereniging en de zondagsschool, en we brachten tijd bij haar thuis door. Ze heeft enorm veel zelfvertrouwen gekregen in wie ze is en wie ze wil worden. Ze is het goede in zichzelf gaan zien.
Toen ik Karen vroeg of ik over deze bijzondere ervaring mocht vertellen, zei ze: ‘Absoluut! Laat ze weten dat er een hemelse Vader is die hen liefheeft!’ Ze zei dat de liefde en zorg die Ella en ik voor haar hadden, haar duidelijk maakten dat ze iemand in haar leven nodig had. Ze zei: ‘Ze zullen nooit weten hoeveel ik ze nodig had. … Dienende zusters worden door God gezonden.’
De Heer heeft heel doelbewust aangegeven waar jij en ik ons bevinden. Hij weet wie we nodig hebben en waarom. Als we geloof in de Heer oefenen en onze bedieningstaken van Hem vervullen, zal Hij ons de wonderbaarlijke zegeningen van zijn liefde en zijn goddelijke leiding tonen.
Bediening verandert ons diepste wezen
Als kinderen van God is het de bedoeling dat we groeien en veranderen, en meer op onze hemelse Ouders gaan lijken. En in liefde dienen, is een manier om dat te bereiken. Bediening is niet zomaar een programma; het is een goddelijk proces waardoor God het hart van zijn kinderen zegent en verandert, van een hart van steen in een hart van vlees (zie Ezechiël 11:19).
Bediening is anderen liefhebben en voor hen zorgen zoals de Heiland dat zou doen. Het is een levenswijze; het is de wijze van onze Heiland Jezus Christus en van allen die zich verbinden om Hem te volgen. Hij zei: ‘Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb’ (Johannes 13:34).
Als we handelen zoals de Heiland dat zou doen en op Hem vertrouwen, verandert ons diepste wezen en gaan we meer op Hem lijken, waardoor we uiteindelijk bij onze hemelse Vader kunnen terugkeren.
President Russell M. Nelson heeft gezegd: ‘Laten we ernaar streven de hogere wetten van Jezus Christus na te leven. Dan zullen ons hart en ons diepste wezen veranderingen ondergaan. De Heiland tilt ons boven de invloed van deze gevallen wereld uit. Dat doet Hij door ons met meer naastenliefde, ootmoed, ruimhartigheid, goedheid, zelfdiscipline, vrede en rust te zegenen.’
Verbondsvrouwen verlenen de hulp van de Heiland
Ik weet nog dat ik op een avond rechtstreeks van mijn werk naar een van de zusters reed die ik diende. Het was een zware dag geweest en ik voelde me niet zo lekker. Ik was bang dat ik niet veel te bieden had en voelde me niet erg liefdadig. Onderweg kreeg ik het gevoel dat ik met geloof in mijn hart moest bidden dat deze zuster op de een of andere manier gezegend zou worden met wat ze nodig had, ondanks mijn onvermogen. Toen mijn collega en ik met deze zuster over haar gezin en haar drukke leven spraken, en wat wij konden doen om haar te helpen, werd ik door de liefde van de Heer vervuld. Ik voelde zijn liefde voor haar, voor haar gezin en voor mij.
We speelden tijdens ons bezoek met haar kleine kinderen. En ik voelde me die avond een ander mens. Ik wist dat ik energie en kracht had gekregen. Ik wist dat ik daar een stukje hemel had gevoeld. We voelden ons allemaal opgebeurd door zijn liefde.
Ik vond vreugde in mijn liefde voor deze zuster, en in de hulp van de Heiland die ik kon bieden. De ervaringen die aan onze bediening voorafgaan, zijn niet altijd gemakkelijk of vreugdevol. Net als bij alles wat belangrijk is, zijn er meestal enkele hindernissen. Maar als je dient, krijg je er geen spijt van dat je zijn handen en oren vertegenwoordigt. Je krijgt er geen spijt van dat je zijn liefde en hulp hebt geboden.
President Nelson heeft gezegd: ‘Zusters, onderschat nooit de buitengewone macht in u om anderen ten goede te beïnvloeden. Met die gave heeft onze hemelse Vader iedere verbondsvrouw begiftigd.’
Jullie zijn de verbondsvrouwen van de kerk van de Heer. Over de hele wereld hebben jullie God lief en streven jullie ernaar om je verbonden na te leven en je uiterste best voor Hem te doen. Jullie staan klaar om die ene en de velen de hulp van de Heiland te bieden.
En o, lieve zusters, als er ooit behoefte aan verlichting op aarde was, dan is het nu. De behoefte is op alle niveaus en plaatsen groot. En de Heer heeft jou in jouw specifieke deel van de wijngaard geplant om zijn kinderen zijn liefde en hulp te bieden. Elke goede daad is belangrijk; elk gewillig hart en elke gewillige hand is belangrijk; elke uiting van liefde en geduld is belangrijk. Alles wat je doet, is belangrijk.