2025
Ontsnapping uit Vietnam
Juli 2025


‘Ontsnapping uit Vietnam’, Liahona, juli 2025.

Verhalen uit Saints, deel 4

Ontsnapping uit Vietnam

Vietnamese heiligen die te lijden hadden onder oorlog, evacuatie, kampen en ontwrichting van hun gezin, hielden zich vast aan hun geloof.

twee mannen kijken naar een voorbijrijdende tank

Illustratie, David Green

Op een heldere zondag in april 1975 in het door oorlog verscheurde Vietnam ging Nguyen Van The (spreek uit: ‘Thee’), president van de gemeente Saigon, het plaatselijke kerkgebouw binnen. Meteen stonden er leden van de gemeente om hem heen, vol frustratie en hoop. ‘President The! President The!’ riepen ze. ‘Hebt u nieuws voor ons?’

‘Na de avondmaalsdienst zal ik u alles vertellen wat ik weet’, zei hij. Hij moedigde iedereen aan om kalm te blijven. ‘Al uw vragen zullen beantwoord worden.’

gemeentepresident neemt tiende in ontvangst

Nguyen Van The, president van de gemeente Saigon, neemt in 1973 tiende in ontvangst – zo’n twee jaar voordat de leden door de oorlog Saigon moesten verlaten.

Vietnam was al tientallen jaren een verdeeld land. Vlak na de Tweede Wereldoorlog was de oorlog uitgebroken. Amerikaanse troepen hadden bijna tien jaar lang samen met de Zuid-Vietnamezen tegen de communistische overheersing van Noord-Vietnam gestreden, maar het grote aantal slachtoffers leidde ertoe dat Amerika zich uit de oorlog terugtrok. Nu naderden de Noord-Vietnamese troepen de zuidelijke hoofdstad Saigon.

Toen president The de kapel binnenkwam en vooraan ging zitten, kon hij het artillerievuur horen. De oorlog, die zoveel Vietnamese heiligen tot het herstelde evangelie had gebracht, teisterde nu de gemeente.

Na de dienst zei president The dat de Amerikaanse ambassade bereid was om kerkleden te evacueren. De gemeenteleden drongen erop aan dat president The en zijn familieleden onmiddellijk zouden vertrekken, zodat hij zich volledig aan de evacuatie van alle anderen kon wijden.

Zijn vrouw, Lien, hun drie kinderen, en haar moeder en zussen, verlieten Saigon enkele uren later per vliegtuig.

De volgende dag sprongen president The en een medeheilige, Tran Van Nghia, op een motorfiets om de hulp van het internationale Rode Kruis in te roepen. Maar al snel kwam er een tank met een groot kanon op hen af.

Nghia sloeg van de weg af, en hij en president The verstopten zich in een greppel. De tank denderde langs.

Saigon was nu in Noord-Vietnamese handen.

Een week later, in mei 1975, stapte Le My Lien uit een overvolle bus in een militair kamp bij San Diego (Californië), aan de westkust van de Verenigde Staten. Ze stond voor een uitgestrekte stad van tenten die onderdak boden aan 18.000 Vietnamese vluchtelingen.

Lien had geen geld en sprak gebrekkig Engels. Ze moest voor haar drie kinderen zorgen terwijl ze op nieuws over haar man in Vietnam wachtte.

Tijdens hun eerste nacht in het kamp deed Lien haar best om haar kinderen gerust te stellen. In het kamp had ze geen dekens en maar één veldbed gekregen. Haar zoons, Vu en Huy, sliepen samen op het veldbed terwijl de baby in een hangmat sliep die Lien van een laken en elastieken had gemaakt.

Lien kon nergens liggen, dus ze sliep zittend op de rand van het veldbed en leunde tegen een tentstok. De nachten waren koud en haar gezondheid ging achteruit. Al snel kreeg ze te horen dat ze tuberculose had.

Ze bad voortdurend dat haar man sterk zou blijven, in de overtuiging dat als zij haar beproeving kon overleven, hij de zijne kon overleven. Sinds haar vlucht uit Saigon had ze niets meer van hem gehoord.

Terwijl Lien haar huilende baby elke ochtend wiegde, huilde zij ook. Ze smeekte de Heer: ‘Laat me alstublieft deze dag doorkomen.’

In 1976 zat president The in de gevangenis in Thành Ông Năm. Hij verlangde wanhopig naar nieuws over zijn vrouw en kinderen. Maar alles wat hij over de verblijfplaats van zijn gezin wist, stond in een telegram van de president van het zendingsgebied Hongkong: ‘Het gaat goed met Lien en de kinderen. Met hulp van de kerk.’

Nu, meer dan een jaar later, vroeg The zich af wanneer hij zou worden vrijgelaten.

Het leven in het gevangenenkamp was afschuwelijk. The en zijn medegevangenen waren in barakken vol ratten ondergebracht. Ze sliepen op stalen bedden. Omdat het weinige voedsel vaak bedorven was, en de omstandigheden in het kamp onhygiënisch waren, waren de mannen kwetsbaar voor ziekten als dysenterie en beriberi.

De heropvoeding in de grondbeginselen van de nieuwe regering bestond uit slopende arbeid en politieke indoctrinatie. Iedereen die de kampregels overtrad, kon een pak slaag of eenzame opsluiting verwachten.

The had het tot dusver overleefd door zich gedeisd te houden en zich aan zijn geloof vast te klampen. Hij had even overwogen om uit het kamp te ontsnappen. Maar hij voelde dat de Heer hem tegenhield. ‘Wees geduldig’, fluisterde de Geest hem in. ‘Op de tijd van de Heer zal alles goedkomen.’

Enige tijd later hoorde The dat zijn zus, Ba, hem in het kamp mocht komen bezoeken. Als hij haar een brief voor zijn gezin kon geven, zou zij die kunnen doorsturen.

Op de dag van Ba’s bezoek wachtte The in de rij terwijl bewakers de gevangenen fouilleerden. Hij had de boodschap in de stoffen band aan de binnenkant van zijn hoed verstopt. Hij had ook een notitieboekje en een pen in de hoed gestopt. Met een beetje geluk zou het notitieboekje de bewakers afleiden.

Ze bekeken de pen en het notitieboekje en lieten hem passeren.

Al snel zag The zijn zus en drukte de brief in haar handen. Hij huilde toen Ba hem wat eten en geld gaf. Hij vertrouwde erop dat zij zijn brief aan Lien zou sturen.

Zes maanden later keerde Ba terug in het kamp met een brief. Er zat een foto van Lien en de kinderen bij. Hij wist dat hij niet langer kon wachten.

Hij moest een uitweg uit het kamp vinden om zich met zijn gezin te kunnen herenigen.

Nguyen Van The met zijn gezin

Nguyen Van The en zijn vrouw, Le My Lien, met hun zoon in 1973. Zij en hun drie kinderen kregen asiel in de Verenigde Staten, maar The was in een gevangenenkamp terechtgekomen. Later zei hij: ‘Ik was in staat om het “heropvoedingskamp” te overleven omdat […] ik geloof in Jezus Christus had.’

In het kader van haar zending om voor gezinnen te zorgen, had LDS Social Services met leden van de kerk in de Verenigde Staten afgesproken om voor zo’n 550 Vietnamese vluchtelingen te zorgen, van wie de meesten geen lid van de kerk waren. Lien en haar gezin werden gesponsord door Philip Flammer, hoogleraar aan de Brigham Young University, en zijn vrouw, Mildred. Ze hielpen het gezin verhuizen van Californië naar Provo (Utah).

In het begin had Lien moeite om werk te vinden. Philip bracht haar naar een kringloopwinkel om op een baan als poetsvrouw te solliciteren. Maar tijdens het gesprek scheurde de manager haar middelbare schooldiploma in tweeën en zei: ‘Dit is hier niet geldig.’

Ze vond al snel tijdelijk werk als kersenplukster in een boomgaard in de buurt. Daarna vond ze werk als naaister en verdiende ze extra geld met het bakken van bruidstaarten. Met de hulp van Philip verdiende ze ook geld met het typen van scripties voor BYU-studenten.

Ondanks de ontberingen van haar gezin bleef Lien de Heer trouw. Ze onderwees haar kinderen in de kracht van het gebed, omdat ze wist dat ze daardoor hun beproevingen konden doorstaan.

Eind 1977 hoorde Lien dat haar man in een vluchtelingenkamp in Maleisië zat. Op een oude vissersboot had hij Vietnam kunnen verlaten, nadat hij eindelijk uit Thành Ông Năm was vrijgelaten. Nu was hij klaar om zich met zijn gezin te herenigen. Hij had alleen een sponsor nodig.

Lien ging nog harder werken om genoeg geld te sparen om The naar de Verenigde Staten te laten komen.

In januari 1978 zat Le My Lien zenuwachtig in een auto, op weg naar de internationale luchthaven van Salt Lake City. Ze was op weg om haar man voor het eerst in bijna drie jaar weer te zien.

Op de luchthaven voegde Lien zich bij andere vrienden en kerkleden die waren gekomen om The te verwelkomen.

Het duurde niet lang tot Lien zag dat The van de roltrap afkwam. Hij was bleek en had een verloren blik in zijn ogen. Maar toen hij Lien zag, riep hij haar. Emoties welden op in Lien.

Ze sloeg haar armen om The heen. ‘Godzijdank,’ fluisterde ze, ‘je bent eindelijk thuis!’

Noten

  1. Nguyen en Hughes, When Faith Endures, 1, 5–7. Citaat bewerkt voor juistheid; in plaats van ‘The’ heeft de oorspronkelijke bron de spelling ‘Tay’.

  2. Kiernan, Việt Nam, 385–391, 395–451; Taylor, History of the Vietnamese, 446–447, 478–483, 536–619.

  3. Nguyen en Hughes, When Faith Endures, 1, 6–18, 119, 127–133, 136–137; Britsch, From the East, 435–437; ‘Saigon Branch Evacuation List’, 13 mei 1975, Eerste Presidium, Algemene correspondentie, Bibliotheek voor kerkgeschiedenis; Le, Oral History Interview, 1–3; Nguyen, ‘Escape from Vietnam’, 29.

  4. Le, Oral History Interview, 2–5, 9–10, 16–19, 21, 23, 27; Nguyen en Hughes, When Faith Endures, 236.

  5. Nguyen en Hughes, When Faith Endures, 158–160, 163, 184, 190. Citaat bewerkt voor leesbaarheid.

  6. Nguyen en Hughes, When Faith Endures, 160–162, 165–173, 174–179, 189; Vo, Bamboo Gulag, 62–63, 72, 77, 117–126, 143–146, 151–156. Citaat bewerkt voor leesbaarheid.

  7. Nguyen en Hughes, When Faith Endures, 190–194.

  8. Nguyen Van The, in Water Tower Chronicles (blog), watertowerchronicles.weebly.com/the-van-nguyens-story.

  9. Le, Oral History Interview, 29, 45–63; Nguyen en Hughes, When Faith Endures, 195–198, 203–213, 220.