‘Antwoord op de grote vraag: Wat denkt u over de Christus?’, Liahona, juli 2025.
Kom dan en volg Mij
Antwoord op de grote vraag: Wat denkt u over de Christus?
Wat maakt het in het hiernamaals uit hoe we die vraag beantwoorden?
Illustratie, David B. Chamberlain
In afdeling 76 van de Leer en Verbonden wordt Christus centraal gesteld en worden alle kinderen van God uitgenodigd om na te denken over de diepzinnige vraag: ‘Wat denkt u over de Christus?’ (Mattheüs 22:42.) Ouderling Neal A. Maxwell (1926–2004) van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft aangegeven hoe belangrijk onze reactie is: ‘Kunnen we met zowel ons leven als onze tong antwoorden: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God”? (Mattheüs 16:16.) Totdat we dat kunnen, zal al het andere dat we zeggen en doen uiteindelijk weinig uitmaken.’
Terwijl ze over de betekenis van Johannes 5:29 nadachten, kregen Joseph Smith en Sidney Rigdon een hemels visioen over de opstanding van Gods kinderen en de koninkrijken van heerlijkheid die ze op basis van hun reacties op Jezus Christus en zijn eeuwige evangelie zullen ontvangen.
Wie is Jezus Christus?
Het visioen in Leer en Verbonden 76 beklemtoont belangrijke beginselen over Jezus Christus:
-
‘De Heer is God, en buiten Hem is er geen Heiland’ (vers 1).
-
Hij is ‘barmhartig en genadig jegens hen die [Hem] vrezen, en [schept] er behagen in hen te eren die [Hem] in gerechtigheid en waarheid dienen’ (vers 5).
-
‘Hij [is] in de wereld gekomen [om] de zonden van de wereld te dragen, en de wereld te heiligen en van alle ongerechtigheid te reinigen; dat door Hem allen behouden zouden worden die de Vader in zijn macht heeft gegeven en door Hem heeft gemaakt’ (vers 41–42).
-
En Jezus Christus heeft uiteindelijk ‘deze volmaakte verzoening tot stand gebracht door het vergieten van zijn eigen bloed’ (zie vers 69).
Een bijzondere getuige
Joseph en Sidney getuigen openlijk van het bestaan en het belang van Jezus Christus:
‘Hij leeft!
‘Want wij zagen Hem, ja, aan de rechterhand van God; en wij hoorden de stem getuigen dat Hij de Eniggeborene van de Vader is –
‘dat door Hem en in Hem en uit Hem de werelden worden en werden geschapen, en dat de bewoners daarvan voor God gewonnen zonen en dochters zijn’ (vers 22–24).
Zonen van het verderf
Jezus Christus zal iedereen verlossen, behalve de zonen van het verderf (zie Leer en Verbonden 76:43–44). Zij hebben de vraag ‘Wat denkt u over de Christus?’ volledig beantwoord door de Heilige Geest te verwerpen, en Jezus Christus en zijn macht te verloochenen en te trotseren nadat Hij aan hen was geopenbaard (zie vers 43). Daarmee hebben zij Hem opnieuw gekruisigd en Hem tot een bespotting gemaakt (zie vers 35).
Telestiale heerlijkheid
Hoe beantwoorden de mensen in het telestiale koninkrijk de vraag: ‘Wat denkt u over de Christus?’ Zij verwerpen het evangelie en ‘het getuigenis van Jezus’ (Leer en Verbonden 76:82, 101) en verwerpen zijn geboden, omdat zij ‘leugenaars zijn, en tovenaars en overspeligen en hoereerders’ (vers 103).
Niettemin ontvangen zij een opstanding en een graad van heerlijkheid ‘die alle begrip te boven gaat’ (vers 89). Zij houden zich aan ten minste één wet van het telestiale koninkrijk (zie Leer en Verbonden 88:36), die vereist dat allen ‘de knie buigen en iedere tong zal belijden aan Hem die voor eeuwig en altijd op de troon gezeten is’ (Leer en Verbonden 76:110).
Terrestriale heerlijkheid
Hoe beantwoorden de mensen in het terrestriale koninkrijk de vraag: ‘Wat denkt u over de Christus?’ ‘Dezen zijn het die niet kloekmoedig zijn in het getuigenis van Jezus; daarom verwerven zij niet de kroon in het koninkrijk van onze God’ (vers 79). ‘Dezen zijn het die van de tegenwoordigheid van de Zoon ontvangen, maar niet van de volheid van de Vader’ (vers 77).
Jezus Christus en zijn eeuwige evangelie sporen ons niet alleen aan om te weten, maar ook om te doen en te worden. Om de volheid van de Vader en de Zoon te ontvangen, moeten we tempelverordeningen ontvangen en die verbonden trouw zijn. De profeet Joseph Smith heeft gezegd: ‘Als een man de volheid van Gods priesterschap krijgt, moet hij het ontvangen op dezelfde wijze waarop Jezus Christus het verkreeg, namelijk door alle geboden te onderhouden en alle verordeningen van het huis des Heren te gehoorzamen.’ Terrestriale wezens zijn niet bereid om de volheid van de Vader te ontvangen.
Celestiale heerlijkheid
Hoe beantwoorden de mensen in het celestiale koninkrijk de vraag: ‘Wat denkt u over de Christus?’ Zij hebben ‘het getuigenis van Jezus’ ontvangen; ze geloven ‘in zijn naam’; ze laten zich ‘dopen naar de wijze van zijn begrafenis’ en laten zich in het water ‘begraven in zijn naam’ (vers 51). Zij onderhouden de geboden, ‘opdat zij […] konden worden gewassen en gereinigd van al hun zonden, en de Heilige Geest konden ontvangen door de handoplegging van hem die tot die macht is geordend en verzegeld’ (vers 52). Zij ‘overwinnen door geloof [in de Heer Jezus Christus], en worden verzegeld door de Heilige Geest van de belofte’ (vers 53). ‘Dezen zijn het die […] tot volmaking [zijn] gekomen door Jezus, de Middelaar van het nieuwe verbond, die deze volmaakte verzoening tot stand heeft gebracht door het vergieten van zijn eigen bloed’ (vers 69).
Jezus Christus begrijpt zijn rol in het plan van geluk van onze hemelse Vader: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij’ (Johannes 14:6). Niemand ontvangt de celestiale heerlijkheid of de volheid van de Vader zonder alles te aanvaarden wat de Heiland door zijn verzoening biedt (zie Leer en Verbonden 84:37–38): zijn liefde, macht, barmhartigheid, goedheid, dienstknechten, gerechtigheid, geboden, verordeningen en verbonden.
President Russell M. Nelson heeft nadruk gelegd op de rol van de Kerk van Jezus Christus om Gods kinderen op het eeuwige leven voor te bereiden: ‘Het permanente doel van de kerk is alle leden te helpen meer geloof in onze Heer Jezus Christus en zijn verzoening te krijgen, hen te helpen bij het sluiten en onderhouden van hun verbonden met God, en hun gezin te versterken en verzegelen.’
President Russell M. Nelson heeft ons ook aangemoedigd om van het celestiale koninkrijk ons eeuwige doel te maken, en ‘zorgvuldig te overwegen waar elk van onze keuzes ons in het hiernamaals zal brengen’. Als we op die uitnodiging ingaan, zijn we voorbereid om deze grote vraag te beantwoorden: ‘Wat denkt u over de Christus?’
Het visioen van de graden van heerlijkheid bevestigt niet alleen dat keuzevrijheid bestaat, maar ook dat keuzes echt belangrijk zijn. Het herinnert ons er ook aan dat we dankzij Jezus Christus ‘verlost zijn van de val’, en ‘voor eeuwig vrij geworden […] om vrijheid en eeuwig leven te kiezen door de grote Middelaar van alle mensen, of om gevangenschap en dood te kiezen’ (2 Nephi 2:26–27). Wat zullen wij kiezen? Onze toekomst in dit leven en onze eeuwige bestemming zijn net zo stralend als ons geloof in Jezus Christus.