‘Ik voel vrede in mijn hart’, Liahona, juli 2025.
Geloofsportret
Ik voel vrede in mijn hart
Als student verpleegkunde had ik het gevoel dat ik geen tijd voor mijn kerkroeping en mijn studie had. Maar ik had in mijn jeugd geleerd dat dienen en gehoorzaamheid aan Gods geboden tot een gelukkig leven leiden.
Foto’s, Christina Smith
In mijn puberteit overwoog ik om De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen te verlaten. Maar tegelijkertijd besefte ik dat ik niet alle leringen van de kerk had gevolgd. Ik besloot dat ik, als ik de kerk wilde verlaten, me daar goed bij wilde voelen.
Dus besloot ik om alle aspecten van het evangelie na te leven. Als ik dan zou voelen dat de leringen niet logisch waren, kon ik zonder spijt vertrekken.
Met al mijn ‘macht, verstand en kracht’ (Leer en Verbonden 4:2) probeerde ik de leringen van de Heer te gehoorzamen, en ik was benieuwd wat het resultaat zou zijn. Door die ervaring ging ik door een periode van geluk heen die ik nog nooit eerder had meegemaakt. Door lid van de kerk te blijven, kon ik een gelukkig leven leiden, omdat ik wist wat waar geluk is.
Na die ervaring besloot ik op zending te gaan en de vrede die ik in mijn hart voelde met anderen te delen. Ondanks de beproevingen die ik doormaakte, wist ik dat als ik tot God bad, Hij me zou steunen, me hoop zou geven en me begrip zou bijbrengen voor mijn moeilijkheden.
Wat moet ik doen?
Toen ik na mijn zending verpleegkunde studeerde, besteedde ik dagelijks veel tijd aan mijn stage. Daarna maakte ik huiswerk tot twee of drie uur ’s nachts. Dan sliep ik een beetje voordat ik de volgende dag weer aan de slag ging.
Ik was toen jongemannenpresident van de wijk. Ik vond het erg moeilijk om te studeren en mijn kerkroeping te vervullen. Ik wist echter dat ik, als ik mijn roeping zou opgeven, niet in staat zou zijn om de jongemannen bij te brengen hoe belangrijk het is om Gods pad te volgen en de zegeningen te ontvangen die Hij voor ons in petto heeft.
‘Wat moet ik doen?’ vroeg ik aan onze hemelse Vader. ‘Mijn lichaam en geest zijn uitgeput, en ik denk niet dat ik mijn werk doe zoals U van mij verwacht.’
Na mijn gebed werd ik getroost. Ik voelde dat God tegen me zei: ‘Deze periode waarin je zo hard werkt, is belangrijk voor je. Je drukke schema maakt het je wel moeilijk, maar als je deze beproeving nu overwint, kan ik je gebruiken om in de toekomst veel anderen tot zegen te zijn en te helpen.’
Dat antwoord gaf me de verzekering dat ik een doel had, dat ik, als ik zou volharden, in de toekomst in staat zou zijn om bijzonder werk te verrichten.
Ik zei tegen de jongemannen hoe moeilijk mijn opleiding voor me was. Maar ik zei ook dat de kerk en het evangelie belangrijk zijn en het middelpunt van ons leven moeten zijn, ook in moeilijke tijden. Ik uitte mijn liefde voor hen en zei dat ik mijn best deed om mijn roeping te vervullen omdat zij net zo belangrijk voor me waren als mijn studie. Ze waren tot tranen toe bewogen toen de waarheid daarvan hun hart raakte.
Gezegend voor mijn dienstbaarheid
Terwijl ik de jongemannen bleef dienen en ze in het evangelie onderwees, dacht ik vaak aan de complexe gevoelens die zij als puber hadden terwijl ze naar de kerk gingen en het evangelie leerden kennen. Ik concentreerde me op hun geestelijke gezondheid en hielp ze met hun individuele behoeften.
Door de jongemannen te dienen, heb ik de vaardigheid ontwikkeld om kleine veranderingen in mensen op te merken. Nu ik als verpleegkundige werkzaam ben en voor tientallen patiënten zorg, gebruik ik die vaardigheid in mijn omgang met anderen.
‘Die patiënt zegt dat je zijn gevoelens echt begrijpt’, zeggen collega’s tegen me. Of een patiënt zegt: ‘Ik vind het gemakkelijk om met je te praten.’
Door mijn kerkroepingen word ik ook thuis gezegend. Ik heb geleerd om prioriteit te geven aan mijn vrouw en minder egocentrisch te zijn.
‘Als ik onze hemelse Vader was,’ vraag ik me af, ‘hoe zou ik dan te werk gaan om mijn gezin te versterken?’
Omdat ik het evangelie met heel mijn hart heb bestudeerd, weet ik hoe en waarom ik mijn kinderen moet bijbrengen dat de kerk belangrijk is. Mijn vrouw en ik weten hoe we ons gezin geestelijk moeten voeden, omdat we onze lessen op de leringen van de Heiland baseren.
Ik voel hoop en vrede in mijn hart omdat ik de leringen van de Heer volg en naar zijn ingevingen luister. Hij is de hele weg aan mijn zijde geweest en heeft mij gezegend door mijn gehoorzaamheid en roepingen om anderen tot zegen te zijn en te helpen. Ongeacht mijn beproevingen wil ik zo leven dat ik kan doen wat Jezus Christus van me verlangt (zie 2 Nephi 32:3).