‘Bedienen als hulpverlener’, Liahona, juni 2025.
Bedienen als hulpverlener
Net als hulpverleners bij een crisis kunnen we hulp en troost bieden, maar we kunnen niet genezen. We kunnen onze broeders en zusters echter wel liefhebben en voor hen zorgen, en ze naar Christus, de Meestergeneesheer, leiden.
Mijn dochter Abby is paramedica, en in dat werk is geen dag hetzelfde. Elk telefoontje dat ze krijgt, is uniek en vereist een andere respons. Haar werk is onvoorspelbaar en speelt zich af in een ongecontroleerde omgeving. Ze behandelt mensen niet in een steriele ziekenhuiskamer omringd door gespecialiseerde apparatuur, maar moet vaak langs de snelweg iemands hart handmatig pompen, een persoon op de badkamervloer intuberen, bij de geboorte van een baby achterin een auto helpen, wonden verplegen, botbreuken spalken en medicatie toedienen.
Ze schat meteen in wat er nodig is en doet dan haar best met de kennis die ze heeft. Wanneer een situatie zich buiten het normale bevindt en ze een vraag heeft over wat er gedaan moet worden, belt ze een arts voor aanvullende instructies.
Hoewel Abby’s werk als hulpverlener erg belangrijk is, geneest ze mensen niet om ze daarna gezond en wel naar huis te sturen. Het is haar taak om eerste hulp te verlenen, zorg en troost te bieden totdat mensen stabiel genoeg zijn om naar het ziekenhuis te worden vervoerd, waar artsen hun gespecialiseerde vaardigheden kunnen gebruiken om de verwondingen en ziekten te behandelen en het genezingsproces te beginnen.
Wij zijn ook hulpverleners
Toen ik nadacht over onze rol als leden van Gods kerk in de vergadering van Israël, besefte ik dat wij, net als Abby, hulpverleners zijn. Iedereen die we tegenkomen, heeft unieke problemen waarvoor een andere respons nodig is. De zorg voor onze broeders en zusters vindt niet plaats in een voorspelbare, gecontroleerde omgeving. We werken met echte mensen en situaties uit het echte leven, wat chaotisch kan zijn.
Net als een hulpverlener moeten we de behoeften vaststellen en dan zo goed mogelijk handelen met de kennis die we hebben. Wanneer een situatie anders is dan normaal en we niet goed weten wat we moeten doen, kunnen wij ook om aanvullende instructies vragen door om leiding van de Heilige Geest te bidden zodat we weten welke stappen we moeten nemen. We kunnen ook onze leiders, zoals het ZHV-presidium en het quorumpresidium ouderlingen, om hulp vragen.
In Mosiah 18 spreekt Alma over de rechtschapen verlangens van hen die tot de kudde van God toetreden: elkaars lasten dragen, treuren met hen die treuren, vertroosten wie vertroosting nodig hebben, en als getuige van God optreden (zie vers 8–9). Als er op de dieptepunten van mijn leven, wanneer ik me in de steek gelaten voelde en alsof de hemel voor me gesloten leek, iemand kwam om bij me te zijn, met me te huilen of naar me te luisteren, voelde ik Gods liefde door die persoon en ontving ik een getuigenis dat Hij op de hoogte was van mij en mijn situatie.
We denken vaak dat als getuige optreden betekent dat we anderen over ons geloof vertellen en van de waarheid getuigen, en soms is dat precies wat de Geest ons ingeeft. Maar dat is niet altijd het eerste wat mensen nodig hebben als ze zich in moeilijke situaties bevinden. Als Abby bij iemand komt die een hartstilstand heeft, is dat waarschijnlijk niet het ideale moment om een gesprek over gezonde eetgewoonten en lichaamsbeweging te beginnen. Het is niet haar taak om te beoordelen hoe ze in hun situatie terecht zijn gekomen of te bepalen wie haar zorg verdient. Als iemand in nood verkeert, biedt ze hem of haar hulp.
Net zoals Abby mensen niet geneest en hen op weg stuurt, kunnen wij mensen ook niet genezen, herstellen of redden. Onze rol is van essentieel belang: onze broeders en zusters liefhebben en voor hen zorgen, en ze naar Christus, de grote Geneesheer, leiden, die kan genezen en verlossen.
We kunnen ons al gauw machteloos voelen in onze bediening als we mensen tegenkomen met zware, ingewikkelde of ongebruikelijke lasten, met ernstige verslavingen, hevige pijn of een zwak geloof, dat we niet weten hoe we ze kunnen helpen. Het zal ons frustreren als we proberen om mensen op te lappen en te veranderen, want daar hebben we de macht niet toe. Ouderling Dale G. Renlund van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd: ‘De Heiland is verantwoordelijk voor genezing. Het is onze verantwoordelijkheid om lief te hebben – lief te hebben en te dienen op een manier die anderen dichter tot Jezus Christus brengt.’
Wij zijn hulpverleners.
Iedereen die we tegenkomen, heeft unieke problemen waarvoor een andere respons nodig is.
Foto van jongevrouwen, Judith Ann Beck
Het is onze taak om anderen lief te hebben
Als Alma het heeft over het vertroosten van hen die vertroosting nodig hebben, staat er geen sterretje, toevoeging of kwalificatie bij als: ‘Vertroost hen die vertroosting nodig hebben, zolang ze uw geloofsovertuiging delen, zich kleden zoals u, vrij van zonde zijn of een levenswijze hebben die u goedkeurt.’ Als hulpverleners is het niet onze taak om anderen te veroordelen of te bepalen of ze onze liefde en zorg waardig zijn. Onze instructies zijn heel duidelijk:
-
‘Heb elkaar lief’ (zie Johannes 13:34).
-
‘Weid mijn schapen’ (Johannes 21:17).
-
‘Laat ieder mens zijn broeder achten als zichzelf’ (Leer en Verbonden 38:25).
De profeet Joseph Smith heeft gezegd:
‘Hoe dichter we bij onze hemelse Vader komen, hoe barmhartiger we voor kwijnende zielen zullen zijn; we zouden hen op onze schouders willen nemen en hun zonden achter ons werpen. […]
Als u wilt dat God barmhartig jegens u is, wees dan barmhartig jegens anderen.’
Mijn ouders waren een groot voorbeeld van die liefde. Ze hadden een grote familie, met veel kleinkinderen, van wie sommigen de kerk verlieten of paden kozen die van de leringen afweken. Toch hebben mijn ouders, voor zover ik weet, hun kleinkinderen nooit bekritiseerd, gedwongen of geprobeerd te veranderen in een poging om ze te ‘redden’. Ze lieten het oordelen en redden aan de Heiland over en hielden gewoon van hen. Hun thuis was een plek waar iedereen zich welkom en veilig voelde, ongeacht hun geloofsovertuiging, seksuele geaardheid, politieke mening of wereldbeschouwing.
De kleinkinderen konden hen over alles vertellen en zichzelf zijn zonder bang te zijn om afgewezen te worden. Mijn ouders brachten tijd met hen door, luisterden naar hen en bouwden een band met hen op.
In de dagen voor mijn moeders overlijden zag ik haar kleinkinderen – de meesten nu tussen de twintig en dertig – huilen terwijl ze zich rond het bed van hun dierbare grootmoeder verzamelden. Deze kleine vrouw met wit haar had hen, samen met mijn vader, gediend, gewaardeerd, verwelkomd en onvoorwaardelijk liefgehad. Mijn ouders waren trouwe heiligen der laatste dagen die begrepen dat anderen liefhebben, zelfs als hun overtuigingen of keuzes van de onze verschillen, ons geloof niet vermindert en onze overtuiging niet verandert. We verliezen niets als we al Gods kinderen liefhebben.
Dat houdt niet in dat we anderen niet proberen uit te leggen hoe belangrijk het is om Gods geboden te onderhouden. President Dallin H. Oaks, eerste raadgever in het Eerste Presidium, heeft gezegd: ‘Om onze toewijding aan liefde en de wet in balans te houden, moeten we continu liefde tonen terwijl we ook continu de geboden onderhouden. We moeten ons best doen om dierbare relaties te onderhouden. Tegelijkertijd mogen we onze verantwoordelijkheid om de evangeliewet te gehoorzamen en te steunen niet in gevaar brengen.’
Als hulpverleners en discipelen van Christus kunnen we liefhebben zoals Hij liefheeft en veilige plaatsen voor de mensen om ons heen creëren – in onze relaties, ons gezin, onze buurt en onze kerk. Daar kunnen mensen voelen dat ze geliefd zijn, geaccepteerd worden en erbij horen, en daar kunnen ze de Heiland leren kennen, die de macht heeft om te genezen, vergeven, redden en alles goed te maken.
De auteur woont in Utah (VS).
Foto, Carol Christine Porter