‘Test je kennis 1: Mozes 1–Genesis 11’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Test je kennis 1: Mozes 1–Genesis 11’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Genesis 6–11; Mozes 8: Les 21
Test je kennis 1
Mozes 1–Genesis 11
Als we ons geestelijk leerproces overdenken en toetsen, kunnen we dichter tot de Heiland naderen. In deze les kunnen de cursisten nadenken over de doelen die ze hebben gesteld en de groei die ze bij hun studie van Mozes 1 tot en met Genesis 11 hebben doorgemaakt.
Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten zich voorbereiden om te vertellen wat ze dit jaar hebben geleerd of hoe ze geestelijk zijn gegroeid door hun studie van het Oude Testament en de Parel van grote waarde. Laat ze eventueel hun studiedagboek of notities in hun Schriften doornemen zodat ze hun groei en kennis inzien.
Mogelijke leeractiviteiten
In uw lessen over Mozes 1 tot en met Genesis 11 hebt u zich wellicht op andere resultaten gericht dan die in deze les worden getoetst. Pas de activiteiten in dat geval aan om de groei van de cursisten op grond van die resultaten te beoordelen.
In deze les krijgen de cursisten de gelegenheid om hun vooruitgang te beoordelen wat betreft:
-
Hun bekering tot Jezus Christus en hun discipelschap.
-
Dagelijkse Schriftstudie.
-
Hun vermogen om de gevolgen van de val en de rol van Jezus Christus als onze Verlosser uit te leggen. (NB Deze activiteit is gebaseerd op leringen uit Les 11: ‘Mozes 4:5–32; 5:1–15, deel 1’ en Les 12: ‘Mozes 4:5–32; 5:1–15, deel 2’.)
-
Hun verlangen om hun goddelijke identiteit en doel te vervullen. (NB Deze activiteit is gebaseerd op Les 3: ‘Abraham 3’, Les 4: ‘Mozes 1:1–11’, Les 5: ‘Mozes 1:12–26’ en Les 8: ‘Genesis 1:26–27’.)
Hun bekering tot Jezus Christus en hun discipelschap
Om de cursisten duidelijk te maken dat geestelijke groei tijd kost, kunt u de volgende afbeelding van het volk van Henoch tonen.
Laat de cursisten Mozes 7:18–21 lezen om ze te herinneren aan de geestelijke vooruitgang van het volk van Henoch voordat ze door de Heer in de hemel werden opgenomen.
-
Wat valt je op aan deze beschrijving van het volk van Henoch?
In vers 21 staat dat zij ‘na verloop van tijd [werden] opgenomen in de hemel.’ Lees in Mozes 7:68 hoelang dat ‘verloop van tijd’ duurde.
-
Wat kunnen we daaruit over geestelijke groei als discipelen van de Heiland leren?
Moedig de cursisten aan om hun vooruitgang als discipel van Christus te vieren, ook al duurt een en ander langer dan ze zouden willen. Na verloop van tijd leidt langzame en gestage vooruitgang tot een relatie met de Heiland zoals het volk van Henoch die uiteindelijk ontwikkelde.
Laat de cursisten terugkijken op hun eigen geestelijke groei en opgedane kennis de afgelopen paar maanden. Ze kunnen zelfs ogenschijnlijk kleine vooruitgang in hun kennis, verlangens en daden proberen te herkennen waardoor ze toegewijdere discipelen van Jezus Christus zijn geworden. U kunt de cursisten vragen om hun studiedagboek of de notities in hun Schriften door te nemen. Als ze er iets aan hebben om hun vooruitgang op te merken, kunt u vragen als de volgende tonen of stellen:
-
Wat heb je over onze hemelse Vader en Jezus Christus geleerd dat voor jou belangrijk is?
-
Hoe ben je dichter tot Hen gekomen?
-
Wat heb je uit je Schriftstudie toegepast om je als discipel van Christus te helpen?
Vraag de cursisten na enige overdenking naar de vooruitgang die ze bij zichzelf opmerken.
Dagelijkse Schriftstudie
Herinner de cursisten eraan dat ze Mozes 1–5; Abraham 1–3; en Genesis 37, 39, 41 moeten lezen om aan de seminarievereisten van dit semester te voldoen. Deze hoofdstukken zijn zorgvuldig uitgekozen vanwege hun leerstellige diepgang en rijkdom.
Daarnaast worden de cursisten aangemoedigd om een persoonlijk Schriftstudiedoel te stellen. Dit doel is geen seminarievereiste, maar zal ze wel helpen om dagelijks kracht in Gods woord te vinden. Als ze nog geen doel hebben gesteld, moedig ze dan aan om dat vandaag nog te doen. Ze kunnen dat doel altijd aanpassen.
Om de cursisten te helpen aan hun vereiste leesopdrachten en persoonlijke studiedoelen te voldoen, geeft u iedere cursist een strookje papier. Ze leveren dit strookje aan het eind van de les weer in. Gebruik de informatie op hun strookje om iedere cursist op gepaste wijze aan te moedigen om aan hun doelen te werken. Toon desgewenst de volgende suggesties voor wat ze op hun strookje kunnen noteren.
-
Je naam.
-
Vereiste hoofdstukken die je hebt gelezen.
Als je je persoonlijke studiedoel met de leerkracht deelt, vermeld dan ook:
-
wat je doel is en hoe het ermee gaat;
-
hoe je door je doel het evangelie en Jezus Christus beter leert kennen.
Laat enkele cursisten hun antwoorden op de laatste twee aanwijzingen aan de klas vertellen of laat de cursisten er in kleinere groepjes over spreken. Druk ze wel op het hart dat ze hun Schriftstudiedoelen niet hoeven te delen als ze dat niet willen. De cursisten mogen nooit onder druk worden gezet om iets te delen.
De gevolgen van de val en de rol van Jezus Christus als onze Verlosser uitleggen
Begrip van de gevolgen van de val en de rol van Jezus Christus als onze Verlosser van de val is belangrijk om het plan van onze hemelse Vader te begrijpen. Toch kan het moeilijk zijn om deze essentiële waarheden te begrijpen en aan anderen uit te leggen.
Geef de cursisten eventueel de tijd om de brochures door te nemen die ze hebben gemaakt in Les 11: ‘Mozes 4:5–32; 5:1–15, deel 1’ en Les 12: ‘Mozes 4:5–32; 5:1–15, deel 2’. (Als de cursisten geen brochures hebben gemaakt, kunt u een vrucht en een afbeelding van Jezus Christus tonen om de cursisten te herinneren wat er in de Schriften staat. Laat ze vervolgens Mozes 4:6–13, 22–25; 5:8–12 kort doornemen ter voorbereiding op de onderstaande bespreking.)
Bereid je voor om het volgende in je eigen woorden uit te leggen:
-
de keuze van Adam en Eva die de val veroorzaakte;
-
de gevolgen van de val voor Adam en Eva, en hoe die gevolgen ons nog steeds beïnvloeden;
-
waarom de val noodzakelijk was in het plan van onze hemelse Vader voor ons;
-
hoe de Heiland ons van specifieke gevolgen van de val verlost.
Laat de cursisten een studiepartner kiezen. Laat één cursist punt 1 en 2 aan zijn of haar partner uitleggen. Laat de andere cursist vervolgens punt 3 en 4 uitleggen.
Als ze klaar zijn, laat u ze de activiteit nog een keer doen, waarbij ze de andere punten uitleggen.
Ons verlangen om onze goddelijke identiteit en doel te vervullen
Bij hun recente studie van het Oude Testament hebben de cursisten wellicht iets over hun goddelijke identiteit en doel als kinderen van God geleerd. Laat ze nagaan hoe de geleerde waarheden van invloed zijn op hun verlangen om hun goddelijke potentieel te verwezenlijken.
Teken een figuurtje dat jou voorstelt. Noteer in of bij dit figuurtje wat je onlangs in het Oude Testament over je goddelijke identiteit hebt geleerd. Maak deze leringen zo mogelijk persoonlijk door ‘ik’ of ‘mij’ te gebruiken. Dit zijn enkele Schriftteksten waar je naar kunt verwijzen:
Genesis 1:26–27
Hieronder staan enkele waarheden die de cursisten kunnen noemen. Deze zijn aangepast overgenomen uit les 3, 4, 5 en 8.
God heeft mij uit de edele en grote geesten gekozen om in deze tijd geboren te worden (Abraham 3:22–23).
Als kind van God heeft Hij een werk voor mij te doen (Mozes 1:6).
Omdat ik een dochter of zoon van God ben, kan ik kracht in Hem vinden om verleiding te weerstaan (Mozes 1:13, 16).
Omdat ik naar het beeld van God ben geschapen, kan ik zoals Hij worden (Genesis 1:26–27).
Help de cursisten overdenken hoe deze waarheden ze van nut kunnen zijn. Kies daartoe een van de volgende activiteiten uit die ze klassikaal of in groepjes kunnen doen. U kunt de cursisten ook laten kiezen welke activiteit ze willen doen.
Optie A: Beschrijf enkele situaties waarin kennis van deze waarheden je van nut kan zijn. Stel vast hoe deze waarheden iemand in elke situatie van pas kunnen komen.
Optie B: Vul de volgende zinsneden aan:
Kennis van deze waarheden kan mij helpen als
-
ik aan mezelf denk, omdat …
-
ik met verleiding te maken heb, omdat …
-
ik met anderen omga, omdat …
-
ik beslissingen neem, omdat …
Als de cursisten klaar zijn, laat u ze in hun studiedagboek eventuele gedachten of ervaringen noteren over de invloed die deze waarheden hebben gehad op hun verlangen om hun goddelijke potentieel te verwezenlijken. U kunt de cursisten ook laten noteren hoe deze waarheden ze in een toekomstige situatie kunnen beïnvloeden.
Als ze klaar zijn, vraagt u enkele cursisten wat ze hebben opgeschreven.