‘24–30 augustus. “Ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft”: Psalmen 49–51; 61–66; 69–72; 77–78; 85–86’, Kom dan en volg Mij – voor thuis en in de kerk: Oude Testament 2026 (2026)
‘24–30 augustus. “Ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft”’, Kom dan en volg Mij: Oude Testament 2026
Het verlorene redden, Michael Malm
24–30 augustus: ‘Ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft’
Psalmen 49–51; 61–66; 69–72; 77–78; 85–86
De schrijvers van de psalmen deelden in hun poëzie uiterst persoonlijke gevoelens. Ze schreven over ontmoedigd raken, bang zijn, en berouw hebben. Ze voelden zich soms door God in de steek gelaten, en sommige psalmen hebben een ondertoon van frustratie of wanhoop. Als je je ooit zo gevoeld hebt, kun je er door de psalmen te lezen achter komen dat je daar niet alleen in staat. Maar je zult ook psalmen tegenkomen die je bemoedigen als je je zo voelt, want de psalmisten loofden de Heer ook om zijn goedheid, verwonderden zich over zijn macht, en verheugden zich in zijn barmhartigheid. Ze wisten dat we belast zijn met kwaad en zonde, maar dat de Heer ‘goed, [en] mild om te vergeven’ is (Psalmen 86:5). Ze begrepen dat geloof in de Heer hebben niet betekent dat je nooit last van bezorgdheid, zonde of angst zult hebben. Het betekent dat je weet tot wie je je moet wenden als je je zo voelt.
Studietips voor thuis en in de kerk
Psalmen 49; 62:5–12
Verlossing komt alleen door Jezus Christus.
In Psalmen 49 staat een boodschap voor ‘zowel eenvoudigen als aanzienlijken, rijk en arm’ (vers 3). Wat zou deze boodschap inhouden? Wat voegt Psalmen 62:6–13 volgens jou toe aan die boodschap?
Deze psalmen kunnen je inspireren om na te denken hoe we in de verleiding komen om voor onze verlossing op andere dingen dan God te vertrouwen (zie Psalmen 49:7–8). Hoe wordt jouw leven beïnvloed door je getuigenis dat God je ziel zal verlossen uit de greep van het graf? (Zie Psalmen 49:16.)
Psalmen 51; 85–86
Dankzij de genade van de Heiland kan ik vergeving krijgen.
Koning David schreef Psalmen 51 toen hij inzag dat hij vergeving nodig had – iets wat we allemaal nodig hebben. Welke verzen beschrijven jouw gevoelens? Wat staat er in deze psalm dat je hoop op vergeving biedt?
Je kunt ook in Psalmen 51 zoeken wat bekering inhoudt. Maak een lijst met je bevindingen. Kijk of je iets aan je lijst kunt toevoegen door president Russell M. Nelsons toespraak ‘We kunnen meer doen om een beter mens te worden’ (Liahona, mei 2019, 67–69) te bestuderen.
Hoe zou je omschrijven hoe het voelt om door Christus vergeven te worden? Als je hulp nodig hebt om je gevoelens onder woorden te brengen, kun je in Psalmen 51:3–4, 9–14; 85:3–10 kijken. Sommige mensen vinden het fijn om hun gevoelens te uiten door te tekenen of plaatjes op te zoeken. Dat zou je kunnen proberen. Je kunt ook een lofzang over de Heiland zingen of beluisteren, zoals ‘’k Sta spraak’loos’ (Lofzangen, nr. 129).
Voor bekering hebben we niet alleen het geloof nodig dat Jezus Christus ons kan reinigen, maar ook dat Hij dat zal doen. Wat staat er in Psalmen 86:5, 13, 15 waaruit blijkt dat de Heiland zowel in staat als bereid is om te vergeven?
Zie ook Alma 36; Peter F. Meurs, ‘Hij kan mij genezen!’, Liahona, mei 2023, 39–41.
Psalmen 51:15–17; 66:5–20; 71:15–24
Met mijn getuigenis van Jezus Christus kan ik anderen helpen om tot Hem te komen.
Bedenk hoe je jouw getuigenis van Jezus Christus en zijn verzoenende macht hebt verkregen. Bedenk vervolgens bij je studie van Psalmen 51:15–17, 66:5–20; 71:15–24 hoe je anderen deze aanmoediging kunt geven: ‘Kom en zie Gods daden’ (Psalmen 66:5). Als je zou ‘vertellen wat [de Heer] aan [jouw] ziel gedaan heeft’ (Psalmen 66:16), wat zou je dan zeggen?
Wat betekent het voor jou om ‘de hele dag [zijn] gerechtigheid [te uiten]’? (Psalmen 71:24.)
Zie ook Alma 26.
‘Kom, luister, […] en ik zal vertellen wat [God] aan mijn ziel gedaan heeft’ (Psalmen 66:16).
Psalmen 63; 69; 77–78
De Heer zal mij in tijden van nood helpen.
In diverse psalmen wordt beschreven hoe we ons soms van God verwijderd voelen en zijn hulp absoluut nodig hebben. (Zie Psalmen 63:2, 9; 69:2–9, 19–22; 77:2–10.) Wat vind je in Psalmen 63; 69; 77–78 dat de psalmisten geruststelde?
Als je van streek bent, hoe helpt het je dan om ‘de daden van de Heere [te] gedenken’ en zijn ‘wonderen van oudsher’? (Psalmen 77:12.) Enkele van die wonderen staan in Psalmen 78. Vraag je bij het lezen over die wonderen af wat jou helpt om je ‘hoop op God [te] stellen’ (vers 7).
Zie voor meer ideeën de Liahona en Voor de kracht van de jeugd van deze maand.
Ideeën voor onderwijs aan kinderen
Omdat deze zondag de vijfde zondag van de maand is, worden de jeugdwerkleerkrachten aangemoedigd om leeractiviteiten in ‘Aanhangsel B: Kinderen voorbereiden om hun leven lang op Gods verbondspad te blijven’ te gebruiken.
Psalmen 51; 86:5, 13, 15
Als ik een verkeerde keuze maak, kan Jezus me helpen veranderen.
-
Laat de kinderen in Psalmen 51 waarheden over bekering ontdekken door een groot hart te tekenen. Daarna kun je de kinderen slechte dingen in het hart laten schrijven waartoe Satan ons verleidt. Hoe verwijderen we die dingen uit ons hart? Laat de kinderen het woord ‘hart’ in Psalmen 51:12, 19 opzoeken. Bespreek wat deze verzen ons over bekering leren. Laat de kinderen de woorden in het hart uitwissen en nieuwe woorden opschrijven die beschrijven hoe Jezus ons kan veranderen als we ons bekeren.
-
Je kunt de kinderen leren wat het betekent om ‘een verbrijzeld en verslagen hart’ te hebben (Psalmen 51:19). Laat ze om de beurt iets met een harde schil openmaken, bijvoorbeeld een ei of een noot. Vergelijk de schil met dingen die ons ervan weerhouden om de liefde van onze hemelse Vader te voelen. Hoe kunnen we ons hart voor Hem openstellen?
-
Je kunt ook samen een afbeelding van de Heiland bekijken en de kinderen vragen met welke woorden ze Hem zouden beschrijven. Laat ze in Psalmen 86:5, 13, 15 zoeken naar woorden die Hem beschrijven. Waarom is het belangrijk om dat over Hem te weten?
Psalmen 61:3–4
Jezus Christus is mijn rots.
-
De kinderen vinden het misschien leuk om een tekening te maken van de symbolen in Psalmen 61:3–4. In welke opzichten is Jezus Christus een hoge ‘rots’ (vers 3), ‘een toevlucht’ en ‘een sterke toren’ (vers 4)?
‘Want U bent een toevlucht voor mij geweest, een sterke toren’ (Psalmen 61:4).
Psalmen 66:16; 77:12; 78:6–7
‘Ik zal de daden van de Heere gedenken.’
-
Vraag de kinderen naar hun lievelingsverhalen uit de Schriften. (Afbeeldingen uit het Evangelieplatenboek kunnen daarbij helpen.) Wat komen we in die verhalen over de Heer te weten? Je kunt samen Psalmen 66:16 lezen en om de beurt de vraag beantwoorden: ‘Wat heeft de Heer aan mijn ziel gedaan?’
-
Lees samen Psalmen 77:12; 78:6–7. Vertel elkaar hoe jullie proberen ‘de daden van de Heere [te] gedenken’ (Psalmen 77:12), waaronder zijn werken in jullie leven. Hoe kan het avondmaal ons ‘altijd indachtig’ helpen zijn? (Moroni 4:3; 5:2.)
Psalmen 71:8
Ik kan anderen over Jezus Christus vertellen.
-
Nadat je Psalmen 71:8 met de kinderen hebt gelezen, laat je ze een grote mond tekenen. Vraag ze de mond te ‘vullen’ met afbeeldingen of woorden die voorstellen wat we anderen over Jezus Christus kunnen vertellen.
-
Laat een afbeelding van Jezus Christus rondgaan. Vraag het kind dat de afbeelding vasthoudt één ding te zeggen wat hij of zij over Hem weet. Hoe kunnen we andere mensen deze dingen laten weten?
Kinderen hebben veel te vertellen. ‘Als kinderen iets nieuws leren, willen zij dat natuurlijk aan anderen vertellen. Sterk dit verlangen door kinderen de kans te geven elkaar, hun familieleden en vrienden evangeliebeginselen te onderwijzen. Vraag hun ook hun gedachten, gevoelens en ervaringen over de beginselen die u hen onderwijst met u te delen. U zult merken dat hun inzichten eenvoudig, zuiver en krachtig zijn.’ (Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland, 32.)
Psalmen 86:7
Mijn hemelse Vader hoort en verhoort mijn gebeden.
-
Veel psalmen zijn als gebeden tot God. Laat terwijl je samen met de kinderen psalmen leest dingen zien waardoor we kunnen communiceren met mensen die ver bij ons vandaan zijn, zoals een telefoon of een brief. Lees dan Psalmen 86:7. Hoe ‘roepen’ we onze hemelse Vader ‘aan’? Hoe geeft Hij ons antwoord?
-
Jullie kunnen samen een liedje over het gebed zingen, zoals ‘Gebed van een kind’ (Kinderliedjes, p. 6–7; zie ook Susan H. Porter, ‘Bid, Hij is daar’, Liahona, mei 2024, 77–79). Vertel elkaar over een keer dat God jullie gebeden verhoorde.
Zie voor meer ideeën de Vriend van deze maand.