‘27 juli–2 augustus. “Ik ben met een groot werk bezig”: Ezra 1; 3–7; Nehemia 2; 4–6; 8’, Kom dan en volg Mij – voor thuis en in de kerk: Oude Testament 2026 (2026)
‘27 juli–2 augustus. “Ik ben met een groot werk bezig”’, Kom dan en volg Mij: Oude Testament 2026
Ik heb een groot werk te doen, Tyson Snow
27 juli–2 augustus: ‘Ik ben met een groot werk bezig’
Ezra 1; 3–7; Nehemia 2; 4–6; 8
Het Joodse volk was ongeveer zeventig jaar lang in ballingschap in Babylonië geweest. Ze waren Jeruzalem en de tempel kwijt, en velen waren hun toewijding aan Gods wet vergeten. Maar God was hen niet vergeten. Hij zei bij monde van zijn profeet: ‘Ik [zal] naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats’ (Jeremia 29:10). De Heer hield Zich aan deze profetie en verschafte zijn volk een manier om terug te keren – naar Jeruzalem en, belangrijker nog, naar hun verbonden. Hij wekte dienstknechten op die ‘een groot werk’ tot stand brachten (Nehemia 6:3): een stadhouder, Zerubbabel, die toezicht hield op de heropbouw van het huis des Heren. Ezra, een priester en Schriftgeleerde die het hart van de mensen weer tot de wet van de Heer wendde. En Nehemia, die later Juda zou besturen, en die de heropbouw van de beschermende muren rond Jeruzalem leidde. Ze kregen met tegenstand te maken, maar ze kregen ook hulp uit onverwachte hoeken. Hun belevenissen kunnen ons informatie en inspiratie verschaffen, want wij zijn ook bezig met een groot werk. En net als hun werk heeft het onze veel te maken met het huis des Heren, de wet van de Heer en de geestelijke bescherming die we bij Hem vinden.
Zie voor een overzicht van de boeken Ezra en Nehemia ‘Ezra’ en ‘Nehemia’ in de Gids bij de Schriften.
Studietips voor thuis en in de kerk
Ezra 1
De Heer inspireert mensen om zijn oogmerken tot stand te brengen.
Toen Perzië Babylonië had veroverd, inspireerde de Heer de Perzische koning, Kores, om een groep Joden voor de heropbouw van de tempel naar Jeruzalem te sturen. Lees in Ezra 1 wat Kores deed om de Joden in dit belangrijke werk te steunen. Hoe zie je de Heer zijn werk doen door mensen om je heen, inclusief mensen die geen lid van zijn kerk zijn? Wat kom je hierdoor over de Heer en zijn werk te weten?
Zie ook Jesaja 44:24–28.
Ezra 3:8–13; 6:16–22
Het huis des Heren is een plek van vreugde.
Toen de Babyloniërs Jeruzalem binnenvielen, plunderden ze de tempel en brandden ze die tot de grond toe af (zie 2 Koningen 25:1–10; 2 Kronieken 36:17–19). Hoe zou jij je gevoeld hebben als je als een van de Joden hier getuige van was (zie Psalmen 137)? Merk op hoe de Joden zich tientallen jaren later voelden toen ze mochten terugkeren om de tempel te herbouwen (zie Ezra 3:8–13; 6:16–22). Dat kan je ertoe aanzetten om over je eigen gevoelens over de Heer en zijn huis na te denken. Waarom is de bouw van een tempel iets om te vieren?
Illustratie, de tempel van Zerubbabel, Sam Lawlor
Ezra 4–7; Nehemia 2; 4; 6
God heeft een belangrijk werk voor mij te doen.
Het is slechts zelden dat het werk van de Heer geen tegenstand ondervindt. Dit gold ook voor het werk dat Zerubbabel en Nehemia leidden. Hier is een eenvoudige manier om lessen uit deze verhalen te trekken en te bedenken hoe je ondanks tegenstand het werk van de Heer kunt doen:
Gods werk voor Zerubbabel (Ezra 4:3):
Gods werk voor Nehemia (Nehemia 2:17–18):
Gods werk voor mij:
Tegenstand die Zerubbabel ondervond (Ezra 4:4–24):
Tegenstand die Nehemia ondervond (Nehemia 2:19; 4:1–3, 7–8; 6:1–13):
Tegenstand die ik ondervind:
Hoe Zerubbabel reageerde (Ezra 5:1–2):
Hoe Nehemia reageerde (Nehemia 2:20; 4:6, 9; 6:3–15):
Hoe ik kan reageren:
Lees eventueel president Dieter F. Uchtdorfs toespraak ‘Wij zijn bezig met een groot werk en kunnen niet komen’ (Liahona, mei 2009, 59–62), met name de laatste twee paragrafen, om Nehemia’s ervaring met je eigen leven te vergelijken. Terwijl je nadenkt over het werk dat God je heeft toevertrouwd, kun je het ‘Jongevrouwenthema’ of het ‘Thema Aäronische priesterschapsquorums’ (Evangeliebibliotheek) bestuderen. Je kunt ook een lofzang lezen, zoals ‘Wij zusters in Zion’ (Lofzangen, nr. 200) of ‘Gij ouderlingen Israëls’ (Lofzangen, nr. 201).
Wat betekent het dat je ‘erop gericht’ bent in dienst van de Heiland te zijn (Nehemia 4:6)? Wat zou het betekenen om ‘de goede hand van […] God over’ je te hebben terwijl je zijn werk doet? (Nehemia 2:8; zie ook Nehemia 2:18; Ezra 7:6, 9, 27–28.) Hoe heb je zijn hand gezien in je inzet om Hem te dienen?
Nehemia 8
Ik word gezegend als ik de Schriften bestudeer.
Generaties lang hadden de Joden in gevangenschap slechts beperkte toegang tot ‘het boek […] met de wet van Mozes’ (Nehemia 8:2). In Nehemia 8 las Ezra de wet aan het volk voor. Waaruit blijkt in dit hoofdstuk hoe Ezra en zijn volk tegen God en zijn woord aankeken? (Zie vooral vers 1–12.) Waaruit laat je blijken hoe je over God en zijn woord denkt?
Zie ook Leringen van kerkpresidenten: Ezra Taft Benson (2014), 123–132.
Zie voor meer ideeën de Liahona en Voor de kracht van de jeugd van deze maand.
Ideeën voor onderwijs aan kinderen
Ezra 3:8–13; 6:16–22
Het huis des Heren is een plek van vreugde.
-
Leer de kinderen meer over de blijdschap van de Joden toen hun tempel herbouwd werd. Laat ze een plaatje als het onderstaande zien. Bespreek waarom deze mensen blij zouden zijn geweest om in het huis des Heren te zijn. Je kunt de kinderen ook vertellen waarom de tempel voor jou een plek van vreugde is. Hoe heeft de tempel je geholpen om je dichter bij onze hemelse Vader en de Heiland te voelen?
-
Lees Ezra 3:10–13 met de kinderen en zoek samen naar woorden die aangeven hoe de Joden zich voelden toen de tempel herbouwd werd. Als jullie het eind van vers 13 hebben gelezen, kunnen jullie samen juichen. Bedenk samen redenen waarom jullie blij zijn dat de Heer ons tempels heeft gegeven. Hoe kunnen we die vreugde tonen?
-
Zing eventueel met de kinderen een lied over de tempel, zoals ‘Ik kijk graag naar de tempel’ (Evangeliebibliotheek). Vraag na elke regel aan een kind wat hij of zij fijn vindt aan de tempel. Je kunt tijdens het zingen ook afbeeldingen van tempels bekijken.
Nehemia 2:17–20; 6:1–9
De Heer helpt me om zijn groot werk te doen.
-
Vertel de kinderen het verhaal van Nehemia (zie Nehemia 2:17–20; 6:1–9; of ‘Nehemia’ in Verhalen uit het Oude Testament, Evangeliebibliotheek). Lees Nehemia 2:20. Jij en de kinderen kunnen ‘opstaan’ en doen alsof ze de muren van Jeruzalem helpen opbouwen. De kinderen vinden het misschien ook leuk om een muur van blokken of andere voorwerpen te bouwen. Terwijl ze dat doen, kun je ze helpen bedenken welke belangrijke dingen onze hemelse Vader van ons verlangt.
1:38Nehemiah
-
Lees Nehemia 6:9 voor en laat de kinderen hun handen in de lucht steken bij ‘maak mijn handen sterk’. Vertel over een keer dat je voelde dat God jouw handen sterk maakte om zijn werk te doen.
Nehemia 8:1–12
De Schriften zijn een zegen.
-
Lees enkele zinsneden uit Nehemia 8:2–3, 5–6, 8–9, 12 voor die beschrijven wat de mensen deden toen ze Ezra de Schriften hoorden voorlezen. Tijdens het lezen kunnen de kinderen deze zinsneden uitbeelden. Vertel daarna aan elkaar hoe je je voelt als je de Schriften leest of beluistert.
-
Lees samen Nehemia 8:8 en vraag de kinderen hoe zij de Schriften beter begrijpen. Laat zien hoe ze studiewijzers zoals de Gids bij de Schriften en Onderwerpen en vragen (Evangeliebibliotheek) kunnen gebruiken. Vraag de kinderen naar iets wat ze uit de Schriften over de Heiland hebben geleerd.
Let op eeuwige waarheden in de Schriften. ‘De Schriften staan […] vol met evangeliewaarheden, maar soms is er bewuste inspanning voor nodig om ze te vinden. Als u samen uit de Schriften leert, vraag de leerlingen dan welke evangeliewaarheden ze opmerken. Help ze in te zien wat deze waarheden met het heilsplan van onze hemelse Vader te maken hebben. Soms worden eeuwige waarheden in de Schriften benoemd en soms komen ze naar voren in de verhalen en het leven van de mensen over wie we lezen. Het kan ook nuttig zijn om samen de historische achtergrond van de verzen die u leest te verkennen en te spreken over de betekenis van de verzen en hoe ze nu op ons van toepassing zijn.’ (Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland, 21–22.)
Zie voor meer ideeën de Vriend van deze maand.