‘20–26 juli. “Op U zijn onze ogen gericht”: 2 Kronieken 14–20; 26; 30’, Kom dan en volg Mij – voor thuis en in de kerk: Oude Testament 2026 (2026)
‘20–26 juli. “Op U zijn onze ogen gericht”’, Kom dan en volg Mij: 2026
Het gebed van koning Josafat, Keeley Rae
20–26 juli: ‘Op U zijn onze ogen gericht’
2 Kronieken 14–20; 26; 30
Het koninkrijk Juda werd omsingeld. De legers van drie machtige vijandelijke naties rukten allemaal tegelijk op, klaar voor de strijd. In deze tijd van hoge nood wendde Josafat, de koning van Juda, zich tot de Koning van hemel en aarde. Josafat riep zijn volk bij de tempel bijeen en bad. Hij erkende hun menselijke zwakheid en smeekte om bevrijding. De Heer beloofde hen te beschermen: ‘Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld’ (2 Kronieken 20:17).
Er staat bij ons misschien geen leger voor de deur dat ons dreigt te vernietigen, maar soms voelen we ons door tegenspoed en kwaad omsingeld. Ons pad naar bevrijding is hetzelfde als dat van Josafat, en we kunnen net als hij bidden: ‘Onze God, […] in ons is […] geen kracht tegen deze grote troepenmacht die op ons af komt, en wij weten niet, wat wij moeten doen, maar op U zijn onze ogen gericht’ (2 Kronieken 20:12).
In 2 Kronieken 14–30 lees je over Josafat en andere koningen in Juda. Bedenk hoe hun door geloof geïnspireerde hervormingen, overwinningen en moeilijkheden op jezelf van toepassing zijn.
Studietips voor thuis en in de kerk
2 Kronieken 14–16
Vertrouwen op God zal me rust geven.
Toen Asa koning van Juda was, stond hij voor veel uitdagingen, net zoals wij die tegenwoordig allemaal hebben. Ga bij het lezen over zijn beproevingen na waar hij zijn vertrouwen in stelde en hoe dat in de loop van de tijd veranderde.
|
Verwijzing |
Asa’s uitdagingen |
Waar Asa zijn vertrouwen in stelde |
|---|---|---|
Verwijzing 2 Kronieken 14:9–12 | ||
Verwijzing 2 Kronieken 15:1–8 | ||
Verwijzing 2 Kronieken 16:1–10 |
Waarom vertrouwen we soms niet langer op de Heer? Wat kunnen we nog meer van Asa’s leven leren?
Zie ook ouderling D. Todd Christofferson, ‘Onze band met God’, Liahona, mei 2022, 78–80.
2 Kronieken 18
Ik kan de waarheid verdedigen, zelfs als dat niet populair is.
De profeet Micha moet onder grote druk hebben gestaan om een succesvolle oorlog van koning Josafat en koning Achab tegen Syrië te voorspellen. Zoek in 2 Kronieken 18:1–12 naar bewijzen van die druk. Welk bewijs van Micha’s moed en integriteit vind je in vers 13–27? (Merk op dat Micha in vers 14 sarcastisch reageert. Zijn echte antwoord staat in vers 16.) Hoe werden Micha’s woorden in vers 28–34 vervuld?
In welke situaties zou jij net als Micha onder druk kunnen komen te staan? Wat geeft je de moed om pal te staan voor de Heer en zijn leringen?
In de dagen van koning Josafat vielen drie volken Jeruzalem aan.
2 Kronieken 20:1–25
In moeilijke tijden kan ik me tot God en zijn profeten wenden.
Let in 2 Kronieken 20:1–12 op wat koning Josafat deed toen meerdere naties Juda wilden aanvallen. Hoe kun je zijn daden toepassen op de moeilijke omstandigheden waarin jij je bevindt?
Het antwoord van de Heer op Josafats gebed staat in vers 14–17. Welke zinsneden kunnen jou of iemand die je kent in moeilijke tijden troost bieden?
De volgende dag gingen de inwoners van Jeruzalem het leger van de tegenstander tegemoet. Let in 2 Kronieken 20:20 op de woorden die Josafat tot het volk van Jeruzalem sprak. Hoe gingen zijn woorden in vervulling? (Zie vers 22–23.) Hoe heeft God jou gezegend omdat je in Hem geloofde en zijn profeten volgde?
President Russell M. Nelson heeft gezegd: ‘Mijn ervaring is dat als je ophoudt met het plaatsen van vraagtekens achter de uitspraken van de profeet, en in plaats daarvan uitroeptekens plaatst, en ze navolgt, de zegeningen in rijke mate komen. Ik vraag me nooit af wanneer de profeet als profeet spreekt en wanneer niet. Waar het mij om gaat, is: hoe word ik meer zoals hij is?’ (Lane Johnson, ‘Russell M. Nelson: A Study in Obedience’, Ensign, augustus 1982, 24.)
Zie ook Leer en Verbonden 21:4–6; ‘Een veilig anker’ (video), Evangeliebibliotheek; ‘Geïnspireerde keuzes maken’, Voor de kracht van de jeugd: een leidraad voor het maken van keuzes (2022), 4–5.
Een veilig anker
Ontdek eenvoudige waarheden. Ouderling Neal A. Maxwell heeft gezegd: ‘De Schriften hebben ons heel veel leerstellige diamanten te bieden. En wanneer het licht van de Geest op de verschillende facetten ervan valt, sprankelen ze met celestiale betekenis en verlichten ze het pad dat we moeten volgen.’ (‘According to the Desires of [Our] Hearts’, Ensign, november 1996, 21.) Neem tijdens je Schriftstudie de tijd om korte maar krachtige boodschappen te vinden, markeren en overdenken. In 2 Kronieken 14:11; 15:7; 18:13; 20:15; 26:5 zijn een aantal voorbeelden te vinden. Welke ‘leerstellige diamanten’ vind je nog meer?
2 Kronieken 26:3–21
Hoogmoed leidt tot vernietiging.
Net als bij vele andere koningen van Juda begon de regering van Uzzia met grote prestaties, maar eindigde die tragisch. Ontdek dit patroon in 2 Kronieken 26. Wat was volgens jou het keerpunt in Uzzia’s leven?
Houd bij het lezen van vers 16–23 in gedachten dat in die tijd alleen priesters wierook mochten branden in de tempel. Waarom denk je dat koning Uzzia God ongehoorzaam was? Wat leer je van deze tragische ervaring?
Zie ook ‘O, wees need’rig’, Lofzangen, nr. 83.
2 Kronieken 30
Ik kan een vredestichter zijn.
In 2 Kronieken 30 was Hizkia koning van Juda. Hij nodigde zijn rivalen, het koninkrijk Israël, uit in Jeruzalem bijeen te komen om het Pascha te vieren, iets wat de Israëlieten al jaren niet meer hadden gedaan (zie vers 1–12). Wat valt je op aan de uitnodiging en hoe die werd ontvangen – zowel door de Israëlitische gasten als door hun gastheren in Juda?
Omdat het al zo lang geleden was, wisten sommige bezoekers van Jeruzalem niet precies hoe ze aan het Pascha moesten deelnemen. Wat leer je bij het lezen van 2 Kronieken 30:18–27 van Hizkia’s reactie en de gevolgen daarvan?
Zie ook Russell M. Nelson, ‘Vredestichters gezocht’, Liahona, mei 2023, 98–101.
Zie voor meer ideeën de Liahona en Voor de kracht van de jeugd van deze maand.
Ideeën voor onderwijs aan kinderen
2 Kronieken 14–16; 20
Ik kan op God vertrouwen.
-
Introduceer het concept van de Heer vertrouwen. Laat de kinderen iets zien wat je droog houdt wanneer het regent, zoals een paraplu of jas. Laat ze uitleggen waarom we op die dingen kunnen vertrouwen. Laat ze dat vervolgens vergelijken met vertrouwen op de Heer. Waarom vertrouwen we erop dat Hij ons geestelijk beschermt?
-
Laat de kinderen ontdekken hoe koning Asa en koning Josafat met moeilijkheden omgingen door op de Heer te vertrouwen (zie 2 Kronieken 14:11; 20:3–5, 12). Bespreek met elkaar hoe jullie de Heer kunnen laten zien dat jullie Hem vertrouwen.
2 Kronieken 20:1–29
God zal mijn gebeden horen en verhoren.
-
Met behulp van de doe-pagina van deze week kunnen je kinderen het verhaal van Josafats gebed en het antwoord van de Heer beter begrijpen. Bespreek momenten met elkaar waarop God jullie gebeden heeft gehoord en verhoord. Bespreek eventueel ook momenten waarop de antwoorden op onverwachte manieren of momenten kwamen. Een liedje over gebed, zoals ‘Gebed van een kind’ (Kinderliedjes, p. 6–7), kan het geloof van de kinderen versterken.
2 Kronieken 26:3–23
Ik kan nederig zijn.
-
Laat de kinderen een toren van blokken of bekertjes bouwen om meer over de gevaren van hoogmoed te weten te komen. Laat ze elk blokje of bekertje neerzetten en een prestatie van Uzzia in 2 Kronieken 26:3–15 opzoeken. Als de toren af is, bespreek dan met de kinderen hoe Uzzia hem overeind zou houden. Wat zou hem uit elkaar kunnen laten vallen? Bespreek vervolgens bij het lezen van vers 16 wat het betekent om een hoogmoedig hart te hebben. Vertel de kinderen wat er in vers 16–23 met Uzzia gebeurde. Laat ze hun toren omvergooien. Bespreek wat we kunnen doen om nederig te blijven.
Koning Hizkia en het volk danken God, © Lifeway Collection/licentie van goodsalt.com
2 Kronieken 30
Ik kan een vredestichter zijn.
-
Op de afbeelding hierboven is te zien dat Hizkia Juda’s buren uit het koninkrijk Israël uitnodigde om het Pascha met hen te vieren. Bekijk deze afbeelding met de kinderen en lees 2 Kronieken 30:18–19. Hierin wordt uitgelegd dat sommige gasten zich niet volgens de wet van Mozes hadden gewassen. Wat deed Hizkia? Welk gevoel zou dit de gasten hebben gegeven? Bedenk samen met de kinderen hoe ze anderen kunnen behandelen zoals Hizkia dat deed.
Zie voor meer ideeën de Vriend van deze maand.