‘13–19 juli. “Hij vertrouwde op de Heere, de God van Israël”: 2 Koningen 16–25’, Kom dan en volg Mij – voor thuis en in de kerk: Oude Testament 2026 (2026)
‘13–19 juli. “Hij vertrouwde op de Heere, de God van Israël”’, Kom dan en volg Mij: Oude Testament 2026
De uittocht van de ballingen, James Jacques Joseph Tissot en anderen
13–19 juli: ‘Hij vertrouwde op de Heere, de God van Israël’
2 Koningen 16–25
Ondanks de krachtige bediening van de profeet Elisa bekeerde het volk van het noordelijk koninkrijk Israël zich niet. Uiteindelijk overwon het Assyrische keizerrijk de tien stammen van Israël en verstrooide ze. Intussen deed het zuidelijk koninkrijk Juda het niet veel beter: daar was de afgoderij ook wijdverbreid.
Te midden van al dit geestelijke verval maken de Schriften melding van twee koningen van Juda die hun volk weer een tijdje op de Heer richtten. Een van hen was Hizkia. Tijdens zijn regering veroverden de Assyriërs een groot deel van Juda. Maar Hizkia en zijn volk toonden geloof in de Heer, die Jeruzalem op wonderbaarlijke wijze redde. Na nog een periode van afvalligheid werd Josia koning. Deels geïnspireerd door een herontdekking van het boek met de wet van Mozes voerde Josia hervormingen door die het godsdienstige leven van zijn volk nieuw leven inbliezen.
Net als Israël en Juda maken we allemaal goede en slechte keuzes. Als we het idee hebben dat we ons leven moeten hervormen, kunnen we bemoediging putten uit deze twee lichtpuntjes in de donkere jaren uit de geschiedenis van Juda. Het voorbeeld van Hizkia en Josia kan ons inspireren ‘op de Heere, onze God’ te vertrouwen (2 Koningen 18:22).
Studietips voor thuis en in de kerk
2 Koningen 18–19
Ik kan de Heer trouw blijven als mijn geloof op de proef wordt gesteld.
De meesten onder ons hebben weleens meegemaakt dat ons geloof werd beproefd. Hizkia en zijn volk kregen met een dergelijke beproeving te maken toen het Assyrische leger Jeruzalem naderde. Denk je bij het lezen van 2 Koningen 18–19 in dat je in die periode in Jeruzalem woonde. Hoe zou je je bijvoorbeeld gevoeld hebben als je de hoon van de Assyriërs in 2 Koningen 18:28–37; 19:10–13 had gehoord? Wat zou je gedaan hebben? Vergelijk de redenen die de Assyriërs de Israëlieten gaven om de Heer niet te vertrouwen met de redenen die Satan ons nu geeft om ons geloof in twijfel te trekken. Je kunt ook de redenen van de Assyriërs vergelijken met de redenen waarom jij wel op de Heer vertrouwt.
Wat leer je van Hizkia en hoe hij met deze situatie omging? (Zie 2 Koningen 19:1–7, 14–19.) Hoe reageerde de Heer? (Zie 2 Koningen 19:35–37.) Waarom denk je dat Hizkia trouw bleef? (Zie 2 Koningen 18:5–7.) Bedenk hoe de Heer je in moeilijke tijden heeft gesteund. Waartoe voel je je geïnspireerd om meer vertrouwen in Hem te stellen?
In de toespraak van president Jeffrey R. Holland ‘Wees niet bevreesd, geloof alleen!’ (Liahona, mei 2022, 34–36) staat nuttige raad voor tijden van angst of twijfel. In lofzangen als ‘Wij gaan voort, steeds voort’ (Lofzangen, nr. 164) staan ook bemoedigende boodschappen. Wat lees je in deze bronnen waar je iets aan hebt?
Zie ook 2 Kronieken 31–32; 3 Nephi 3–4; Jörg Klebingat, ‘Dapper discipelschap in de laatste dagen’, Liahona, mei 2022, 107–110.
Gebruik Schriftstudiewijzers. De kerk biedt veel hulpmiddelen aan om de Schriften beter te begrijpen. In de Evangeliebibliotheek vind je bijvoorbeeld de Gids bij de Schriften, Onderwerpen en vragen en kerktijdschriften. Daarnaast kun je bij het lezen van het Oude Testament nuttige context en inzichten vinden in de artikelen ‘Goed om in gedachten te houden’ in Kom dan en volg Mij. Het artikel ‘Jezus zal tegen heel Israël zeggen: “Kom naar huis”’ kan je helpen bij je studie van 2 Koningen 16–25.
2 Koningen 19:20–37
De Heer heeft alles in de hand.
Sanherib, koning van Assyrië, had voldoende reden om aan te nemen dat zijn leger Jeruzalem zou innemen (zie 2 Koningen 17; 18:33–34; 19:11–13). Maar de Heer had een boodschap voor Sanherib, die Hij door de profeet Jesaja liet overbrengen. Die staat opgetekend in 2 Koningen 19:20–34. Welke beginselen vind je in de boodschap van de Heer waardoor je geloof in Hem en zijn plan kunt hebben?
2 Koningen 21–23
De Schriften kunnen mijn hart tot de Heer wenden.
Heb je weleens het gevoel gehad dat je in geestelijk opzicht iets ontbrak? Misschien had je het idee dat je band met God sterker zou kunnen zijn. Waardoor keerde je je weer tot Hem? Denk na over deze vragen wanneer je in 2 Koningen 21–23 leest hoe het koninkrijk Juda zich onder koning Manasse van de Heer afkeerde (zie 2 Koningen 21) en hoe koning Josia het terug tot Hem bracht (zie 2 Koningen 22–23). Hoe en waarom veranderden Josia en zijn volk? (Zie 2 Koningen 22:8–11; 23:1–6, 21, 24.)
President Spencer W. Kimball heeft gezegd dat het verhaal van koning Josia ‘een van de fijnste verhalen in de Schriften’ is. (Leringen van kerkpresidenten: Spencer W. Kimball [2006], 71.) Lees wat president Kimball over koning Josia heeft gezegd (pagina 71–73). Denk aan een keer dat een Schrifttekst ‘een groot werk in [jezelf] tot stand’ bracht. Wat kun je doen om meer van dat soort ervaringen te hebben?
Zie ook Alma 31:5; ‘Josiah and the Book of the Law’ (video), Gospel Library.
Josia en het wetboek
2 Koningen 23:1–25
Een verbond is een toezegging tussen mij en de Heer die ik met heel mijn ziel doe.
Wat valt je op aan het verbond dat Josia in 2 Koningen 23:3 sloot? Let in de rest van hoofdstuk 23 op wat Josia deed om zijn toewijding aan de Heer te tonen (zie ook de afbeelding aan het eind van deze les). Hoe kun je je toewijding aan Hem tonen?
Zie voor meer ideeën de Liahona en Voor de kracht van de jeugd van deze maand.
Ideeën voor onderwijs aan kinderen
2 Koningen 18:3–6; 19:14–19
Ik kan op onze hemelse Vader en Jezus Christus vertrouwen.
-
Laat de kinderen in 2 Koningen 18:3, 5–6 ontdekken waarom Hizkia een goede koning was. Lees vervolgens samen 2 Koningen 19:14–19 en laat ze nagaan hoe hij liet zien dat hij de Heer vertrouwde. Bekijk een afbeelding van Jezus en bespreek waarom we Hem kunnen vertrouwen. Hoe kunnen we laten zien dat we de Heer vertrouwen?
2 Koningen 22:1–7
Mijn hemelse Vader en Jezus Christus kunnen mij vertrouwen.
-
Laat de kinderen in 2 Koningen 22:1 opzoeken hoe oud Josia was toen hij koning werd. Wat komen we in vers 2 over Josia te weten? Overweeg een activiteit te doen die illustreert hoe je de Heer volgt en niet ‘naar rechts of naar links’ afwijkt.
-
De arbeiders in 2 Koningen 22:3–7 was het geld voor de herbouw van de tempel toevertrouwd, ‘want zij handel[d]en oprecht’ (vers 7). Na het lezen van deze verzen kun je met de kinderen dingen bespreken die jullie zijn toevertrouwd. Hoe kunnen we net zo betrouwbaar zijn als de arbeiders in deze verzen?
Een schrijver brengt een boekrol met Schriftuur naar koning Josia, illustratie, Robert T. Barrett
2 Koningen 22:8–11; 23:2–3
De Schriften leren mij dat ik Jezus Christus moet volgen.
-
Leid het verhaal van koning Josia in 2 Koningen 22–23 in. Verstop ergens in de kamer een exemplaar van de Schriften. Vraag de kinderen om het te zoeken. Vertel daarna wat er gebeurde toen een van de priesters van Josia de Schriften in de tempel vond. (Zie 2 Koningen 22:8–11; zie ook ‘Koning Josia’, Verhalen uit het Oude Testament, Evangeliebibliotheek.) Wat zou er met ons kunnen gebeuren als we de Schriften niet hadden? Vertel elkaar waarom jullie blij zijn dat we tegenwoordig de Schriften hebben.
1:36King Josiah
-
Nadat jullie 2 Koningen 23:2–3 hebben gelezen, bespreek je Schriftteksten met de kinderen die je hebben geïnspireerd om ‘de Heere te volgen’ (vers 3). Je kunt ook een liedje over de Schriften zingen, zoals ‘Lees, denk en bid’ (Kinderliedjes, p. 66).
2 Koningen 23:1–3
Ik zal mijn verbonden met God nakomen.
-
Toen Josia en zijn volk te weten kwamen welke geboden God had gegeven, sloten ze een verbond om die in acht te nemen. Lees hier met de kinderen over in 2 Koningen 23:1–3. Let samen op woorden of zinsneden die aangeven wat de mensen van de geboden van de Heer vonden. Laat de kinderen opstaan en bespreek wat ‘trad toe tot dit verbond’ betekent. Laat ze doen alsof ze lopen en bespreek wat het betekent om ‘de Heere te volgen’. Laat ze vervolgens hun handen op hun hart leggen en aangeven hoe we de geboden ‘met heel [ons] hart’ in acht kunnen nemen.
Zie voor meer ideeën de Vriend van deze maand.