‘Rechtschapen rentmeesters: discipelen van Jezus Christus’, Liahona, maart 2026.
Verbondsvrouwen
Rechtschapen rentmeesters: discipelen van Jezus Christus
Drie gelijkenissen leren ons over rentmeesterschap en illustreren hoe we ons discipelschap van Jezus Christus kunnen verdiepen.
Tien meisjes, Jorge Cocco
Het licht van ons discipelschap in Jezus Christus laten schijnen, is de ultieme vorm van duurzame energie – energie van een bron die voortdurend wordt bijgevuld. Als we Christus’ verlichting en licht aan anderen geven, zullen we zelf verlichting in Hem vinden.
Wees daarom een vredestichter in je eigen huis, gemeenschap en online. Verlicht het lijden in je eigen omgeving.
Satan wil dat we met ons laten handelen. Het plan van geluk van de Vader, daarentegen, geeft ons de kans om zelf te handelen, om onze keuzevrijheid in te zetten voor het goede, voor vrede, voor hoop.
We kunnen desinformatie bestrijden door opbouwende, hoopvolle en juiste informatie te delen. Dan zijn we voorvechters van waarheid en zijn we niet slechts informatie aan het consumeren. We kunnen op de negativiteit reageren door de wereld te overspoelen met het licht en goede nieuws van het evangelie van Jezus Christus.
President Russell M. Nelson heeft gezegd dat het antwoord altijd Jezus Christus is: ‘Welke vragen of problemen u ook hebt, het antwoord is altijd in het leven en de leringen van Jezus Christus te vinden.’
President Nelson heeft ons gevraagd om ons discipelschap onze ‘hoogste prioriteit’ te maken. We verdiepen ons discipelschap als we van en over Jezus Christus leren. Laten we daarom de leringen van de Heiland onderzoeken.
De tien meisjes
In Mattheüs 25 staan drie gelijkenissen. Ten eerste de gelijkenis van de tien meisjes (zie de verzen 1–13). Vijf waren wijs en vijf waren dwaas. Alle tien waren ze op de juiste plek om de bruidegom op te wachten, en ieder kwam met een lamp.
Toen de bruidegom – die de Heiland vertegenwoordigt – onverwacht laat om middernacht kwam, hadden vijf meisjes niet genoeg olie voor hun lamp. Mogelijk dachten ze dat extra olie niet nodig was. Of misschien waren ze geen zorgvuldige rentmeesters geweest over de olie die ze hadden. Misschien waren ze afgeleid en hadden ze zich niet goed genoeg voorbereid om hun lamp brandende te houden.
En dus beantwoordde de bruidegom hun verzoek om tot het bruiloftsmaal toegelaten te worden met: ‘U kent mij niet’ (Joseph Smith Translation, [in Matthew 25:12, voetnoot a]). Daarentegen impliceert dit dat de vijf wijze meisjes Hem door hun voorbereiding en wijze rentmeesterschap wél kenden.
De kostbare olie kan gezien worden als hun persoonlijke bekering. De wijze meisjes konden hun lamp aandoen en het bruiloftsfeest met de bruidegom binnengaan. Zij konden de olie niet met hun vriendinnen delen omdat persoonlijke bekering werkelijk persoonlijk is. Wij kunnen en moeten het licht van onze lamp hooghouden om anderen op te beuren, te sterken en tot Jezus Christus te leiden, maar wij zijn allemaal rentmeester van onze eigen bekering.
Zoals de Heiland het zei: ‘Welnu, wees getrouw, bid altijd, heb uw lamp in orde en brandende, en heb olie bij u, zodat u gereed zult zijn bij de komst van de Bruidegom’ (Leer en Verbonden 33:17; cursivering toegevoegd).
De talenten
De tweede gelijkenis in Mattheüs 25 is die van de talenten (zie vers 14–30). In dat verhaal gaf de meester voorafgaand aan een verre reis drie van zijn dienaren talenten. Een ‘talent’ was een bepaalde hoeveelheid geld. We kunnen ze ook zien als gaven, vaardigheden en zegeningen van onze hemelse Vader. De meester gaf een van zijn dienaren vijf talenten, een andere twee talenten en weer een andere één talent. Daarna ging de meester op reis.
Toen hij terugkwam, kwam hij erachter dat de dienaren die hij vijf en twee talenten had gegeven, trouwe en nuttige rentmeesters waren en de talenten goed hadden gebruikt waardoor ze in waarde verdubbeld waren. Omdat ze over weinig getrouw waren geweest, gaf de meester ze meer. Hij zei: ‘Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer’ (vers 21).
De dienaar met één talent had het begraven, misschien omdat hij afgeleid was en goed gebruik ervan uitstelde. Misschien was hij gefrustreerd en wist hij niet hoe hij moest beginnen, of was hij bang dat hij zou falen. Of misschien vergeleek hij zich met de andere dienaren en weerhielden zijn twijfels hem ervan het te proberen. Hij had zich niet op de terugkeer van zijn meester voorbereid, ondervond niet de vreugde van getrouw rentmeesterschap en raakte zijn talent kwijt.
De gelijkenis van de tien meisjes en de gelijkenis van de talenten zijn vergelijkbaar. Ze benadrukken allebei dat we verantwoordelijk zijn voor onze bekering en ons moeten voorbereiden om de gave van verhoging van de Heer te ontvangen – en dat we rentmeester en zelf verantwoordelijk zijn voor de talenten en gaven die ons zijn gegeven.
De schapen van de goede Herder
Tot slot staat er in Mattheüs 25 het verhaal over hen die ‘zelfvertrouwen bij God’ hebben, omschreven als de schapen van de goede Herder, die zich aan zijn rechterzijde bevinden, met Hem het bruiloftsfeest vieren en gezegend worden om over vele dingen te heersen (zie vers 31–40). Dan zal de Heer tegen hen zeggen:
‘Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald.
‘Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen’ (Mattheüs 25:35–36).
Als zijn discipelen bereiden we ons voor op zijn wederkomst en zijn we getrouwe en nuttige rentmeesters van hetgeen waarmee we zijn gezegend. Medeleven, naastenliefde, deugd en getrouw rentmeesterschap kwalificeren ons niet alleen om bij Hem te wonen maar ook om nu al vertrouwen in de tegenwoordigheid van God te hebben. Mormon zei over wie met naastenliefde – de reine liefde van Christus – zijn vervuld: ‘Met [hen] zal het wel zijn’ op de laatste dag. Zij zullen als de Heiland zijn, Hem zien zoals Hij is, vervuld zijn met hoop en gereinigd worden zoals Hij rein is (zie Moroni 7:47–48). President Nelson heeft gezegd: ‘Naastenliefde en deugd leiden tot vertrouwen in de tegenwoordigheid van God!’
Herder – variatie IV, Jorge Cocco
Discipelen van Jezus Christus zorgen voor behoeftige mensen.
In deze drie gelijkenissen leren we dat we rentmeesterschap over onze eigen bekering hebben; voor gaven, talenten en bezittingen waarmee we zijn gezegend; en voor onze naasten die hongerig, dakloos, gekwetst en moe zijn.
We leren op welke manier discipelen van Christus zich op zware tijden moeten voorbereiden, die vóór de wederkomst van de Heiland zullen komen. Dat zijn de tijden waarin we nu leven! We moeten de lamp van onze bekering laten branden, ons licht laten schijnen, onze talenten gebruiken en ontwikkelen, en zorgen voor mensen die hulp nodig hebben. Met andere woorden, we hebben naastenliefde nodig, de reine liefde van Christus.