Liahona
Zie, hier ben ik
Liahona maart 2026


Kom dan en volg Mij

Genesis 22:1–18

Zie, hier ben ik

Mogen wij altijd de Heer antwoorden zoals Abraham deed.

illustratie van Abraham die Izak omhelst

Illustraties, Julie Rogers

Joseph Smith heeft gezegd: ‘Als de Heer het gebiedt, doe het dan.’ Deze uiting van geloof en handelen roept andere, soortgelijke ervaringen bij mij op.

Toen Adam bijvoorbeeld werd gevraagd waarom hij offers bracht, antwoordde hij dat hij het niet wist, maar dat hij wel wist wie hem het gebod had gegeven (zie Mozes 5:6). Ik denk ook aan Lehi’s bereidwilligheid om zijn huis en bezittingen achter te laten en de aanwijzingen van de Heer op te volgen (zie 1 Nephi 2:2–4), of aan Nephi’s geloof toen hij instemde om terug te keren en de platen te halen (zie 1 Nephi 3–4).

Ik zou talloze voorbeelden in de Schriften kunnen aanhalen waaruit duidelijk de geest van gehoorzaamheid blijkt, maar hier wil ik de ervaring van Abraham bespreken.

De gehoorzaamheid van Abraham

De Heer beloofde een groot nageslacht aan Abraham en Sara. Die zegen liet lang op zich wachten, of beter gezegd, die kwam op de tijd van de Heer. De Heer stelde Abrahams geloof op de proef toen Hij hem vroeg om zijn zoon Izak te offeren, de zegen waar ze zo lang om hadden gebeden en op hadden gewacht. We hebben dit Schriftverhaal misschien al vaak gelezen, maar hoe vaak hebben we ons voorgesteld dat we in Abrahams schoenen stonden?

We kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe een liefdevolle vader zich vóór zo’n taak moet hebben gevoeld. Maar Abrahams besluit om te gehoorzamen, blijft me verbazen. Hij maakte zich klaar om naar een berg in Moria te gaan en het gevraagde offer te brengen. Als uiting van bereidwilligheid en onderwerping aan de wil van onze hemelse Vader bleef zijn antwoord steeds: ‘Zie, hier ben ik’ (zie Genesis 22:1–2).

In ruil voor zijn gehoorzaamheid, werd hij gezegend met het behoud van Izaks leven en met prachtige, oneindige zegeningen voor hemzelf, voor Sara en voor hun nakomelingen (zie Genesis 22:15–18).

illustratie van een jonge ram

De onderwerping van de Heiland

Het ultieme voorbeeld van gehoorzaamheid en onderwerping aan onze hemelse Vader is ongetwijfeld de Heiland, Jezus Christus. Hij was bereid te gehoorzamen door naar deze aarde te komen; Zich te laten dopen, rein en volmaakt te zijn; en zijn leven als offerande te geven en de pijnen, benauwingen, zwakheden, zonden en dood van zijn volk op Zich te nemen, opdat Hij zou weten hoe Hij ons naar het vlees te hulp kon komen (zie Alma 7:11–13).

Dit was zo intens dat Hij op een gegeven moment vroeg of Hij die bittere beker op de een of andere manier voorbij kon laten gaan. Hij zei toen onmiddellijk: ‘Maar laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden’ (Lukas 22:42) – met andere woorden: ‘Zie, hier ben Ik’ – waarmee Hij zijn bereidwilligheid toonde om de wil van de Vader te doen.

Gehoorzaamheid en liefde

Hoe kunnen we de bereidwilligheid ontwikkelen om ‘Zie, hier ben ik’ te antwoorden op elk verzoek van onze hemelse Vader aan ons als kerklid, of soms in ons privéleven?

Paulus leerde de Romeinen: ‘De liefde is de vervulling van de wet’ (zie Romeinen 13:10). Als ik een woord moest vinden dat de zin ‘vervulling van de wet’ zou moeten vervangen, denk ik dat het woord gehoorzaamheid snel in me zou opkomen. Daarom kunnen we zeggen dat liefde gehoorzaamheid is. Waardoor we de uitspraak van de Heiland ‘Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht’ (Johannes 14:15) veel beter kunnen begrijpen.

We kunnen reageren met ‘Zie, hier ben ik’ of, met de woorden van Nephi: ‘Ik zal heengaan en doen’ (zie 1 Nephi 3:7). In onze hedendaagse taal zouden we kunnen zeggen: ‘Natuurlijk ben ik bereid om te doen wat mijn hemelse Vader gebiedt, wat de omstandigheden ook zijn.’

Maar ik wil wel nadruk leggen op de relatie tussen liefde en gehoorzaamheid, wat inhoudt dat we de Vader gehoorzamen omdat we Hem liefhebben. Ik geloof dat wanneer wij kiezen gehoorzaam te zijn, dat één van de beste manieren is om duidelijk onze liefde voor Hem te verklaren. ‘Geloof zonder werken is dood’ (zie Jakobus 2:26), en persoonlijk denk ik dat liefde voor onze hemelse Vader en Jezus Christus zonder gehoorzaamheid ook niet echt springlevend is.

Hoe kunnen we onze liefde en gehoorzaamheid vergroten?

Hoe vergroten we onze liefde voor en onze gehoorzaamheid aan Hem? De Heiland heeft gezegd: ‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die U gezonden hebt’ (Johannes 17:3). Als we Jezus Christus kennen – en door Hem de Vader – kunnen we weten hoeveel Zij van ons houden en welke onbeschrijfelijke dingen Zij voor ons hebben gedaan en nog zullen doen, ook tijdens moeilijke momenten in dit sterfelijk leven. Als we Hen kennen, verandert dat ons hart, waardoor we een verlangen krijgen om hun voorbeeld te volgen en in woord en daad te tonen: ‘Zie, hier ben ik.’ Die bereidwilligheid komt tot uiting in een verlangen om de Schriften te lezen of onze hemelse Vader in gebed aan te spreken.

‘Zie, hier ben ik’ kan een antwoord zijn op een zendingsoproep, of om meer toegewijd te zijn in het onderhouden van geboden, zoals de sabbat heiligen, onze ouders eren, of naar een zedelijk rein leven streven. ‘Zie, hier ben ik’ is de houding die discipelen van Christus voortdurend kenmerkt, zelfs als het gevraagde offer datgene is waar we het meest naar verlangen of waarvoor we een hoge prijs hebben betaald.

Die bereidwilligheid tot gehoorzaamheid is heel waardevol, vooral met betrekking tot de verbonden die we bij onze doop of in de tempel hebben gesloten. Kun je je voorstellen hoe je leven eruit zou zien als je voortdurend zou denken: ‘Zie, hier ben ik’, wanneer je de naam van Christus op je neemt, Hem altijd indachtig bent en zijn geboden onderhoudt? Als we aan het avondmaal deelnemen, kunnen we dat verbond hernieuwen, en dat zouden we in ons gedrag gedurende de week moeten laten zien. Dat geldt ook als we naar de tempel gaan en daar verbonden sluiten of gedenken.

Het voorbeeld van een pasgetrouwde vrouw

Vele jaren geleden had ik als bisschop een gesprek met een pasgetrouwd echtpaar. Op een avond hadden ze een lange, verhitte discussie over tiende betalen. De jonge echtgenoot had een moeilijke week op zijn werk achter de rug en wilde het geld dat hij had verdiend sparen om een deel van hun persoonlijke uitgaven mee te betalen. Maar ik herinner me de woorden van de jonge vrouw toen ze in het bijzijn van haar man zei: ‘Bisschop, ik ben bereid alle uitgaven te minderen en desnoods zelfs niet meer te eten, maar ik wil tiende betalen en de Heer gehoorzamen.’

Het ‘Zie, hier ben ik’ dat de jonge vrouw met zo’n sterk getuigenis uitsprak, was zo krachtig dat de echtgenoot en ik tijdens het gesprek de Geest sterk voelden. Uiteindelijk, misschien uit eigen verlangen, of misschien was hij door zijn vrouw overgehaald, betaalde hij dat weekend zijn tiende.

De volgende zondag, vóór de bijeenkomsten, vroeg de jonge echtgenoot of hij even met me kon praten. Hij had een andere uitstraling dan de week ervoor, en zei: ‘Bisschop, je weet dat ik vorige week eindelijk mijn tiende heb betaald en ik was bang dat ik niet genoeg geld voor eten zou hebben, maar ik wilde je laten weten dat we deze week twee keer zoveel geld voor eten dan normaal hadden. Bisschop, het was een wonder en ik wil die wonderen altijd in mijn leven zien.’ Het was alsof die jonge man tegen me zei: ‘Bisschop, ik ben bereid om te reageren met een “Zie, hier ben ik” op alles wat God van mij vraagt.’

Onze belofte

De Heer heeft gezegd dat Hij gebonden is als we doen wat Hij vraagt (zie Leer en Verbonden 82:10). Geloven we echt in de striktheid van die belofte?

Misschien komen de zegeningen niet op onze tijd of op de manier die wij willen, maar ik getuig dat die belofte echt is. Ze vereist liefde voor Hem, onderworpenheid, het verlangen om zijn wil te doen en als discipel van Christus leven. Hij zal ons helpen en zegenen om onze verbonden te begrijpen en na te komen. Als Hij ons dan vraagt om zijn wil te doen, mogen wij dan volmondig antwoorden: ‘Zie, hier ben ik, Heer!’