‘Kajafas, de hogepriester’, Liahona, maart 2026.
Zij kenden de Heiland
Kajafas, de hogepriester
Hij was verblind door wereldse ambitie en herkende ondanks meerdere kansen de Messias niet.
Illustratie, Laura Serra, kopiëren niet toegestaan
Nadat de Heiland Lazarus uit de dood had opgewekt, riepen de machtigste Joodse leiders een raadsvergadering bijeen om te beslissen wat ze met Jezus moesten doen. Ze vreesden zijn populariteit onder het volk omdat Hij veel wonderen verrichtte (zie Johannes 11:47).
Kajafas leidde deze raad als presiderende hogepriester en leider van het Sanhedrin, het bestuurslichaam van de Joden tijdens de Romeinse bezetting. Als hogepriester hield hij toezicht op de tempelverordeningen die op Christus moesten wijzen.
Maar toen Christus kwam, herkende hij de Heiland niet. Erger nog, hij wilde Hem laten doden. Dat is een behoorlijk ironische situatie in het Nieuwe Testament.
Profetische woorden
Ondanks zijn vooraanstaande rol is er weinig over Kajafas bekend. Hij wordt in het Nieuwe Testament slechts negen keer genoemd. Hij was de schakel tussen de Joden en de Romeinen. Hij was een Sadduceeër, lid van een joodse sekte in de tijd van Christus die niet in de opstanding geloofde (zie Handelingen 23:8).
Kajafas sprak in de raadsvergadering nadat Christus Lazarus uit de dood had opgewekt, een wonder dat hem en andere Sadduceeën vanwege hun overtuigingen zou hebben verontrust.
De raad dacht dat als ze niet op dit bekende wonder reageerde, het volk zou geloven dat Jezus de Messias was, de Koning van de Joden, en [dat] de Romeinen zouden komen en hun plaats en hun natie van hen zouden wegnemen (zie Johannes 11:48).
Kajafas antwoordde: ‘U weet niets, en u overweegt niet dat het nuttig voor ons is dat één Mens sterft voor het volk, en niet heel het volk verloren gaat’ (Johannes 11:49–50).
Volgens de apostel Johannes ‘zei hij [dit] echter niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij dat Jezus sterven zou voor het volk,
‘en niet alleen voor het volk, maar ook om de kinderen van God, overal verspreid, bijeen te brengen’ (Johannes 11:51–52).
Veroordeling
De naam Kajafas verschijnt opnieuw in het Nieuwe Testament wanneer Christus vóór zijn kruisiging wordt ondervraagd.
‘En de hogepriester antwoordde Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat U ons zegt of U de Christus bent, de Zoon van God’ (Mattheüs 26:63).
Jezus bevestigde dat Hij dat was: ‘U hebt het gezegd. Maar Ik zeg u: Van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen op de wolken van de hemel’ (Mattheüs 26:64). Daarop verloochende Kajafas de Heiland opnieuw. ‘Toen scheurde de hogepriester zijn kleren en zei: Hij heeft God gelasterd’ (Mattheüs 26:65).
Kajafas bevond zich in de tegenwoordigheid van de Heiland van de wereld, die voorgeordend was om voor de zonden van de mensheid verzoening te doen en alle pijn, verdriet en benauwingen te ondergaan. Toch zag hij niet in dat Jezus de Christus was, en hij veroordeelde Hem.
De Zoon van God leeft
Kajafas wordt in de Bijbel opnieuw genoemd in Handelingen 4. Daarin staat dat de apostel Petrus een man genas die vanaf zijn geboorte verlamd was (zie Handelingen 3:1–8). Toen Johannes en hij de opstanding van Christus predikten, werden zij op gezag van het Sanhedrin gearresteerd. Ze werden ’s nachts gevangengenomen en voor een raadsvergadering gebracht waarin Kajafas en zijn schoonvader, Annas, de voormalige hogepriester, zitting hadden (zie Johannes 4:1–6; zie ook Johannes 18:13).
Op de vraag op wiens gezag ze de man hadden genezen, antwoordde Petrus: ‘Laat het dan bij u allen en bij heel het volk Israël bekend zijn dat door de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, Die u gekruisigd hebt maar Die God uit de doden opgewekt heeft, dat door Hem deze man hier gezond voor u staat’ (Handelingen 4:10).
Dit was de laatste opgetekende kans die Kajafas had om Christus te aanvaarden. In plaats daarvan bedreigde de raad Petrus en Johannes. Maar hun dreigementen veranderden niets aan de waarheid dat Christus leeft (zie Handelingen 4:13–22).
Petrus genas de verlamde man door de macht en het gezag van Jezus Christus. Zo kunnen er ook nu wonderen gebeuren door het herstelde priesterschap van Christus en door geloof in zijn naam. De les die we van Kajafas kunnen leren is eenvoudig. Hij aanvaardde Jezus niet als de Christus, de Zoon van God, maar wij kunnen dat wel doen. Als we in Hem geloven, zullen er tekenen en wonderen plaatsvinden (zie Markus 16:17–18).