Liahona
Discipelen op de weg naar Emmaüs: een reis van openbaring en herkenning
Liahona maart 2026


‘De weg naar Emmaüs: een reis van openbaring en herkenning’, Liahona, maart 2026.

Zij kenden de Heiland

Discipelen op de weg naar Emmaüs: een reis van openbaring en herkenning

Ons hart kan, net als dat van deze discipelen, als getuige van de verzoening en opstanding van de Heiland in ons branden.

discipelen praten, met Jezus op de achtergrond

Illustratie, Laura Serra, kopiëren niet toegestaan

Op zondag, de middag van de opstanding, liepen twee discipelen de 13 kilometer van Jeruzalem naar Emmaüs. Het was een emotionele dag geweest – een paar emotionele dagen.

Ze droegen een zware last op hun hart. Hun gedachten waren vol verwondering en verdriet. Ze spraken over Jezus van Nazareth – over zijn dood, de geruchten over zijn opstanding en de kwellende onzekerheid over de betekenis daarvan.

Tijdens hun wandeling mengde een vreemde zich in hun gesprek. Het was Jezus, hoewel ze Hem niet herkenden. Hun ogen waren versluierd en hun begrip was vertroebeld. De vreemdeling vroeg: ‘Wat zijn dit voor gesprekken die u al lopend met elkaar voert en waarom ziet u er zo bedroefd uit?’ (Lukas 24:17.)

Kleopas, een van de discipelen, reageerde vol ongeloof dat iemand zo onwetend kon zijn, niet eens op de hoogte van de dramatische gebeurtenissen die Jeruzalem dat weekend hadden geschokt. ‘Bent U als enige een vreemdeling in Jeruzalem dat U niet weet welke dingen daar in deze dagen gebeurd zijn?’

‘Welke dan?’ vroeg Jezus.

Ze reageerden oprecht en meteen: ‘De dingen met betrekking tot Jezus de Nazarener, Die een Profeet was, machtig in werken en woorden voor God en heel het volk’ (Lukas 24:18–19). Ze zeiden dat ze erop rekenden dat Jezus Israël zou verlossen, maar het was nu de derde dag sinds zijn dood. En hoewel enkele vrouwen hadden gesproken over een bezoek van engelen die verklaarden dat Hij leefde, hadden de apostelen die op onderzoek uitgingen, Hem niet gezien.

Toen sprak Jezus – niet als vreemde, maar als leerkracht. ‘O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben’ (Lukas 24:25). Hij legde ze de Schriften uit, van Mozes tot en met alle profeten, en openbaarde de dingen aangaande Hemzelf. Stel je voor dat je urenlang met de Zoon van God, de Heer van het leven, wandelt en Hem de messiaanse profetieën hoort uitleggen. Hun verdriet nam af en maakte plaats voor ontzag en innerlijke beroering.

Blijf bij ons

Toen ze Emmaüs naderden, deed Jezus alsof Hij verder wilde gaan. Maar zij drongen aan: ‘Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is gedaald’ (Lukas 24:29). Hij bleef bij hen, ging zitten en brak brood.

Ouderling James E. Talmage (1862–1933) van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft over het vervolg geschreven: ‘Misschien kwam het door de vurigheid van de zegen, of de manier waarop het brood werd gebroken en verdeeld, dat herinneringen aan vroeger werden opgewekt; of misschien zagen ze zijn doorboorde handen; maar wat de onmiddellijke oorzaak ook was, ze keken aandachtig naar hun Gast, “en hun ogen werden geopend en zij herkenden hem, maar Hij verdween uit hun gezicht” [Lukas 24:31].’

In het daaropvolgende moment zeiden ze tegen elkaar: ‘Was ons hart niet brandend in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en voor ons de Schriften opende?’ (Lukas 24:32.) Dat branden was geen verwarring of angst – het was herkenning. ‘De gevoelens die hier worden beschreven zijn een overduidelijk getuigenis van het goddelijke Zoonschap’, heeft ouderling Bruce R. McConkie (1915–1985) van het Quorum der Twaalf Apostelen gezegd.

Onze eigen weg naar Emmaüs

‘Wat zou Hij tegen u zeggen als u met Hem kon wandelen en praten?’ vroeg ouderling Patricio M. Giuffra van de Zeventig.

Net als de discipelen zien wij misschien niet in dat de Heiland met ons meeloopt, zei hij. ‘We zien misschien niet in hoe Hij bij ons blijft, met ons streeft, met ons werkt en met ons huilt.’ De afleidingen in ons leven – beproevingen of overwinningen – kunnen zijn aanwezigheid verhullen.

Ieder van ons bewandelt zijn of haar eigen weg naar Emmaüs. Op die weg krijgen we te maken met ziekte, zwakte, financiële druk of zelfs de hoogmoed die met succes gepaard kan gaan. Toch hoeven we volgens ouderling Giuffra nooit alleen te wandelen. ‘We kunnen de Heiland vragen bij ons te blijven.’

Als we meer over Christus leren, zijn geboden gehoorzamen, bidden, de Schriften bestuderen, de levende profeten volgen en Hem uitnodigen om bij ons te blijven, gaan we zijn invloed herkennen. De smeekbede van de discipelen – ‘Blijf bij ons’ – moet ook de onze zijn, zei ouderling Giuffra. Dan zal ons hart ook in ons branden.

Noten

  1. James E. Talmage, Jesus the Christ (1916), 686.

  2. Bruce R. McConkie, The Mortal Messiah: From Bethlehem to Calvary (1981), deel 4, 278.

  3. Patricio M. Giuffra, ‘Onze eigen weg naar Emmaüs’, Liahona, juli 2023, 41, 42.

  4. Zie Patricio M. Giuffra, ‘Onze eigen weg naar Emmaüs’, 43.