‘Thomas: de geloofsreis bewandelen’, Liahona, maart 2026.
Zij kenden de Heiland
Thomas: de geloofsreis bewandelen
Uit het verhaal van Thomas blijkt dat vragen, geduld en een getuigenis krijgen deel uitmaken van de groei van ons geloof en onze overtuiging.
Illustratie, Laura Serra, kopiëren niet toegestaan
Waar moet je aan denken als je de naam van Thomas, een discipel van de Heiland, hoort? Vaak verbinden we zijn naam met ‘ongelovig’ of ‘twijfelaar’.
Maar Thomas is veel meer dan dat. In het evangelie van Johannes zien we de geloofsreis van Thomas, die vergelijkbaar met die van ons kan zijn: ons geloof kan na verloop van tijd worden versterkt als we ernaar handelen.
Het is niet erg om vragen te hebben
Jezus Christus riep Thomas als een van zijn twaalf apostelen, en Thomas volgde de Heiland gedurende zijn driejarige bediening. Hij was toegewijd in zijn liefde voor de Heiland. Toen Thomas voor het leven van de Heer vreesde, spoorde hij de andere apostelen aan: ‘Laten ook wij gaan om met Hem te sterven’ (Johannes 11:16).
Hij was toegewijd, maar stelde wel vragen. Vóór Gethsémané zei Jezus tegen zijn discipelen dat Hij weg zou gaan. Thomas vroeg: ‘Heere, wij weten niet waar U heengaat, en hoe kunnen wij de weg weten?’
Jezus antwoordde: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij’ (Johannes 14:5–6).
Net als Thomas begrijpen wij misschien niet alle leringen van God of elk aspect van het heilsplan. Maar als we rechtschapen vragen stellen, kan de Heer zijn waarheid openbaren. We moeten ons geloof versterken.
President Russell M. Nelson heeft gezegd:
‘Als je vragen hebt – en ik hoop dat je die hebt – ga dan op zoek naar antwoorden, maar wel met het vurige verlangen om te geloven. […]
‘De oprechte vragen die je in geloof stelt, zullen altijd tot meer geloof en meer kennis leiden.’
Geloof of angst
Toen de apostelen hoorden dat Jezus uit de dood was opgestaan, ‘[leken] hun woorden hun kletspraat en zij geloofden hen niet’ (Lukas 24:11). Misschien twijfelde Thomas langer dan de andere, omdat hij niet aanwezig was toen de herrezen Heer voor het eerst aan hen verscheen (zie Johannes 20:24).
Toen ze Thomas vertelden dat ze de Heiland hadden gezien, zei hij: ‘Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven’ (Johannes 20:25).
Na acht dagen verscheen de Heer opnieuw en liet Hij Thomas zijn wonden voelen. Thomas riep daarna uit: ‘Mijn Heere en mijn God!’ (Johannes 20:28.) De Heiland onderwees daarna een belangrijk beginsel: ‘Zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven’ (Johannes 20:29).
De antwoorden komen echt. Ouderling David A. Bednar van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd: ‘Elk oprecht gebed wordt door onze hemelse Vader gehoord en verhoord, maar niet altijd zoals wij dat willen, noch op de tijd of op de wijze die wij willen.’
Blijvende overtuiging
Als we door volharding, gebed en openbaring antwoorden krijgen, kunnen we ook een overtuiging – een getuigenis – krijgen. Als we ons geloof blijven voeden, kunnen we dat getuigenis ons hele leven behouden. President Nelson heeft gezegd: ‘Als u […] de timing van de Heer geduldig respecteert, zult u de kennis en het begrip waarnaar u verlangt ontvangen. Alle zegeningen die de Heer voor u in petto heeft, zelfs wonderen, zullen komen. Daarvoor dient persoonlijke openbaring.’
Uit de ervaring van Thomas blijkt dat geloof geen eindbestemming maar een proces is. God respecteert dat proces en zegent ons als we voor zijn leiding openstaan en naar het getuigenis streven dat ons hart vrede schenkt (zie Leer en Verbonden 88:63).