2003
Aan de vrouwen van de kerk
November 2003


Aan de vrouwen van de kerk

Ik wil u graag bedanken omdat u bent wie u bent en omdat u zoveel tot stand brengt. Mogen hemelse zegeningen op u rusten.

Iemand heeft gezegd: ‘Wees vriendelijk voor vrouwen. Zij vormen de helft van de wereldbevolking en zijn de moeders van de andere helft.’

Geliefde zusters, u bent geweldige vrouwen die het goede deel hebben gekozen en ik heb veel bewondering voor alles wat u doet. Ik zie dat u bij van alles betrokken bent.

Velen van u zijn moeder, en dat kan al uw tijd in beslag nemen.

U bent een huwelijkspartner — de beste kameraad die uw man heeft of ooit zal hebben.

U bent huishoudster. Dat klinkt niet erg indrukwekkend, vindt u niet? Maar het is heel wat werk om een huis schoon en netjes te houden.

U bent inkoopster. Totdat ik wat ouder was, heb ik me nooit kunnen voorstellen wat een veeleisende verantwoordelijkheid het is om altijd voldoende voedsel en nette en representatieve kleding in huis te hebben, om alles in te kopen wat een gezin nodig heeft.

U bent verpleegster. Als er iemand ziek wordt, bent u de eerste die dat te horen krijgt en de eerste die hulp verleent. Als iemand ernstig ziek is, zit u dag en nacht naast het ziekbed om te troosten, aan te moedigen, te helpen en te bidden.

U bent de chauffeur in het gezin. U help uw kinderen met hun krantenwijk, u rijdt ze naar sportevenementen en naar activiteiten van de kerk. U rijdt maar heen en weer.

En zo kan ik doorgaan. Mijn kinderen zijn nu allemaal volwassen. Sommigen zijn al over de zestig. Maar als ze opbellen en ik de telefoon aanneem, zeggen ze: ‘Hoe gaat het?’ En voordat ik antwoord kan geven, vragen ze: ‘Is ma thuis?’

Ze is hun hele leven al hun steun en toeverlaat. Sinds ze een baby waren, hebben ze haar om hulp gevraagd. En zij heeft daar altijd gehoor aan gegeven met genegenheid, advies en onderricht. Ze is in alle opzichten een zegen in hun leven.

Nu hebben we kleindochters die moeder zijn. Zij bezoeken ons en ik bewonder hun geduld, hun vaardigheid om kinderen te kalmeren, te laten ophouden met huilen, en in mijn ogen nog duizend andere dingen.

Zij rijden auto, bedienen de computer, bezoeken de activiteiten van hun kinderen, koken en naaien, geven les en spreken in de kerk.

Als ik naar hun echtgenoten kijk, heb ik soms de neiging om te zeggen: ‘Word wakker en doe ook eens iets. Waardeer jij je vrouw wel voldoende? Weet je wel hoeveel zij doet? Geef je haar wel eens een complimentje? Bedank je haar wel eens?’

Geliefde zusters, ik wil u graag bedanken. Ik wil u graag bedanken omdat u bent wie u bent en omdat u zoveel tot stand brengt. Mogen hemelse zegeningen op u rusten. Ik hoop dat uw gebeden worden verhoord en uw dromen verwezenlijkt.

U werkt zo hard in de kerk. U vindt dat er zoveel van u vereist wordt. En dat is ook zo. Maar als we een taak volbracht hebben, worden we gezegend.

Velen van u denken dat ze mislukkelingen zijn. U hebt het gevoel dat het niet goed gaat, dat al uw inspanningen niet voldoende zijn.

Dat gevoel hebben we allemaal wel eens. Ik heb dat gevoel nu ik vanavond tot u spreek. Ik verlang naar en bid voor de kracht en de vaardigheid om u op te bouwen, te inspireren, te bedanken en te prijzen; om u een gevoel van blijdschap te geven.

Wij maken ons allemaal zorgen om onze prestaties. We willen het allemaal beter doen. Maar helaas beseffen we niet, of zien we niet, wat de resultaten van onze inspanningen zijn.

Ik kan me nog herinneren dat ik jaren geleden tijdens een ringconferentie in het oosten van het land moest spreken. Op weg naar huis voelde ik me een mislukkeling. Ik dacht dat ik niemand iets goeds had meegegeven. Ik voelde me ellendig en onbekwaam.

Jaren daarna bezocht ik een ringconferentie in Californië. Na de bijeenkomst kwam er een man naar mij toe die zei: ‘U hebt enkele jaren geleden op een ringconferentie in het oosten van het land gesproken.’

Ik zei: ‘Ja, dat kan ik me nog herinneren.’

De man zei: ‘U hebt me toen echt geraakt. Ik was uit nieuwsgierigheid naar die bijeenkomst gekomen. Ik had geen oprechte interesse. Ik stond op het punt om de kerk te verlaten. Maar toen ik hoorde dat er een lid van de Twaalf zou komen, ben ik toch maar gegaan.

‘U zei toen iets waardoor ik ben gaan nadenken. Ik werd erdoor geraakt, bleef eraan denken, het was een stimulans. Ik besloot mijn koers te veranderen. Ik ben een beter leven gaan leiden. Ik woon nu hier in Californië. Ik heb een goede baan, waar ik heel dankbaar voor ben. Ik hoop dat ik een goede echtgenoot en vader ben. En ik ben ook raadgever in de bisschap van onze wijk. Ik ben gelukkiger dan ooit.’

Ik bedankte hem, nam afscheid en zei hoofdschuddend tegen mezelf: ‘Je weet maar nooit. Je weet nooit of je iets voor iemand betekent. Je weet nooit hoeveel je bereikt.’

Geliefde zusters, dat geldt ook voor u. U doet uw uiterste best, en daardoor bent u uzelf en anderen tot zegen. Maak uzelf niet wijs dat u faalt. Ga op uw knieën en vraag om de zegeningen van de Heer; sta dan op en doe wat er van u gevraagd wordt. En laat de rest aan de Heer over. Dan zult u ontdekken dat u iets hebt bereikt wat onbetaalbaar is.

Ik besef dat ik tot allerlei mensen spreek. Onder wie jonge vrouwen die nog op school zitten of die werken. U bent nog niet getrouwd. U hoopt die volmaakte man te vinden. Ik heb nog nooit een volmaakte man gezien. Stel hoge doelen, maar niet zo hoog dat ze onbereikbaar zijn. Het gaat erom dat hij van u houdt, dat hij u respecteert, dat hij u waardeert, dat hij u volledig trouw is, dat hij u vrijheid van meningsuiting geeft en u uw eigen talenten laat ontwikkelen. Hij zal niet volmaakt zijn, maar als hij vriendelijk en zorgzaam is, als hij hard werkt om in zijn onderhoud te voorzien, als hij eerlijk en gelovig is, dan is de kans op succes groot en zult u gelukkig kunnen worden.

Sommigen van u zullen, helaas, in dit leven niet trouwen. Zo gaat dat soms. Als dat het geval is, blijf daar dan niet over treuren. De wereld heeft behoefte aan uw talenten. Er is behoefte aan uw bijdrage. De kerk heeft uw geloof nodig. Er is behoefte aan uw sterke, helpende hand. Het leven is geen mislukking, tenzij we dat er zelf van maken. Er zijn zoveel mensen die uw helpende hand, uw liefdevolle glimlach en uw zorgzaamheid nodig hebben. Ik zie zoveel vaardige, aantrekkelijke, fantastische vrouwen aan wie het huwelijk voorbij is gegaan. Dat begrijp ik niet, maar ik weet dat er in het plan van de Almachtige, het eeuwige plan dat we Gods plan van geluk noemen, voor iedereen mogelijkheden en beloningen zullen zijn.

Als u een jonge moeder met kleine kinderen bent, hebt u een enorme taak. Vaak is er niet voldoende geld. U moet erg zuinig zijn en sparen. U moet verstandig en voorzichtig zijn wat uw uitgaven betreft. U moet sterk, moedig en dapper zijn, en met blijde ogen en liefde in uw hart voorwaarts streven. Jonge moeders, wat bent u gezegend. U hebt kinderen die voor eeuwig de uwe zijn. Ik hoop dat u in het huis des Heren bent verzegeld, en dat uw gezin een eeuwig gezin in het koninkrijk van onze Vader zal zijn.

Ik hoop dat u de kracht zult ontvangen om uw zware last te dragen, om aan al uw verplichtingen te voldoen, om zij aan zij met een goede, getrouwe en zorgzame man door het leven te gaan, en samen met hem uw kinderen in rechtschapenheid en waarheid te verzorgen en op te voeden. Geen enkel bezit, geen enkele wereldse aangelegenheid zal ooit zoveel waard zijn als de liefde van uw kinderen. Jonge moeders, ik bid dat God u zal zegenen.

Dan zijn er de iets oudere vrouwen, die jong noch oud zijn. U bevindt zich in de prachtigste tijd van uw leven. Uw kinderen bevinden zich in hun tienerjaren. Misschien zijn enkele kinderen al getrouwd. Sommige kinderen zijn op zending en u moet offers brengen om ze in het zendingsveld te onderhouden. U hoopt en bidt dat zij succesvol en gelukkig zijn. U wil ik bijzondere raad geven, geliefde zusters.

Tel uw zegeningen, één voor één. U hebt geen enorm herenhuis nodig met een hoge, langlopende hypotheek. U hebt een gezellig, aangenaam huis nodig waar liefde heerst. Iemand heeft ooit gezegd dat er geen mooier plaatje is dan een goede vrouw die eten klaarmaakt voor de mensen die zij liefheeft. Denk goed over uw beslissingen na. U hebt niet alle luxe nodig waardoor u buitenshuis moet werken. Overweeg zorgvuldig hoe belangrijk het is dat u thuis bent als de kinderen uit school komen.

Moeders, zorg goed voor uw dochters. Heb een goede relatie met hen. Luister naar ze. Praat met ze. Zorg ervoor dat ze geen domme streken uithalen. Begeleid ze, zodat ze het goede zullen doen. Zorg ervoor dat zij zich betamelijk en fatsoenlijk kleden. Behoed ze tegen alle gevaren om hen heen.

Voed uw zoons met liefde en raad op. Leer ze hoe belangrijk het is dat zij zich goed verzorgen en zich netjes kleden. Slordige gewoonten leiden tot een slordig leven. Breng ze discipline bij. Zorg ervoor dat zij de geboden onderhouden en de kerk als zendeling kunnen vertegenwoordigen. Geef ze iets te doen zodat ze leren werken. Leer ze zuinigheid. Werken en zuinigheid leiden tot voorspoed. Leer ze dat er na elf uur ’s avonds niets goeds meer plaatsvindt. En verwen ze niet. Als ze op zending gaan, moeten ze misschien ergens wonen waar het er niet al te best uitziet. Maak u geen zorgen over hen. Maar moedig ze aan.

Ontwikkel bij uw kinderen ook het verlangen naar een goede opleiding. Dat is de sleutel tot succes in het leven. Maar leer ze daarnaast ook dat president David O. McKay heeft gezegd dat geen enkel succes in het leven opweegt tegen falen in het gezin.1

En nu wil ik spreken tot de alleenstaande moeders die zwaar belast zijn omdat ze in de steek zijn gelaten of hun man hebben verloren. U draagt een zware last. Draag die verstandig. Streef naar de zegeningen van de Heer. Wees dankbaar voor de hulp die u kunt ontvangen van de priesterschapsquorums om u thuis of in andere zaken bij te staan. Bid zachtjes in het verborgene en laat zo nodig uw tranen stromen. Maar heb een glimlach op uw gezicht in het bijzijn van uw kinderen of andere mensen.

En nu wil ik tot de grootmoeders spreken, de oudere weduwen en de oudere eenzame vrouwen. Wat bent u toch mooi. En dan kijk ik naar mijn lieve vrouw, die bijna 92 is. Haar haar is grijs, haar lichaam gebogen.

Ik neem een van haar handen in de mijne. Eens was die prachtig, het vlees stevig en gaaf. Nu is die gerimpeld, een beetje knokig en niet zo sterk meer. Maar er spreekt liefde, standvastigheid en geloof uit, door jarenlang hard werken. Haar geheugen is ook niet meer wat het geweest is. Ze kan zich nog wel herinneren wat er vijftig jaar geleden gebeurd is, maar vaak niet meer wat er een half uur geleden is voorgevallen. En voor mij geldt hetzelfde.

Maar ik ben zo dankbaar voor haar. 66 jaar lang zijn we hand in hand door het leven gegaan, met liefde en aanmoediging, met waardering en respect. Het zal niet lang meer duren voordat een van ons naar de andere kant van de sluier zal gaan. Ik hoop dat de ander dan snel zal volgen. Zelfs aan de overzijde zou ik niet weten wat ik zonder haar moest beginnen, en ik hoop dat zij niet weet wat ze zonder mij moet beginnen.

Mijn dierbare vriendinnen van de zustershulpvereniging, wat uw omstandigheden ook zijn, mogen de vensters van de hemel geopend worden en mogen er zegeningen op u worden uitgestort. Ik hoop dat u met liefde voor elkaar door het leven zult gaan. Ik hoop dat u de mensen zult helpen die zware lasten te dragen hebben. Ik bid dat u in de wereld licht en schoonheid zult uitstralen, maar vooral in uw gezin en in het leven van uw kinderen.

Net als ik weet u dat God, onze eeuwige Vader, leeft. Hij houdt van u. Net als ik weet u dat Jezus de Christus is, zijn onsterfelijke Zoon, onze Verlosser. U weet dat het evangelie waar is en dat de hemel nabij is als we het in ons leven toepassen.

U bent de zustershulpvereniging van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Geen enkele andere organisatie kan ermee vergeleken worden. Heb zelfrespect. Recht uw rug. Werk ijverig. Doe wat de kerk van u verwacht. Bid in geloof. We weten nooit hoeveel goeds we kunnen bereiken. Iemand zal door uw inspanningen gezegend worden. Dat u de vertroostende, bevredigende omhelzing van de Heilige Geest zult ontvangen, bid ik in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

Noot

  1. Geciteerd uit J. E. McCulloch, Home: The Savior of Civilization (1924), p. 42; Conference Report, april 1935, p. 116.