2003
Een vast fundament
November 2003


Een vast fundament

Ons getuigenis moet (…) gebouwd zijn op een vast fundament, diep geworteld in het evangelie van Jezus Christus.

Jaren geleden woedde er een hevige storm in het gebied waar wij wonen. Het begon met een wolkbreuk, gevolgd door een verwoestende oosterstorm. Toen de storm voorbij was, werd de schade opgenomen — elektriciteitskabels waren geknapt, gebouwen beschadigd, en veel mooie bomen in dat gebied waren ontworteld. Een paar dagen later sprak ik een vriend die verscheidene bomen in zijn tuin kwijt was. De bomen aan één kant van zijn huis stonden kaarsrecht. Zij hadden de storm goed doorstaan, terwijl de bomen die op de plek stonden die mij het beste leek, aan de hevige winden geen weerstand hadden kunnen bieden. Hij wees me erop dat de bomen die de storm overleefd hadden, op vaste grond stonden; hun wortels moesten diep in de aarde dringen om voedsel te krijgen. De bomen die hij kwijt was, waren vlak naast een beekje geplant waar ze gemakkelijk voedsel vonden. De wortels waren ondiep. Ze waren niet diep genoeg verankerd om ze tegen de storm te beschermen.

Ons getuigenis moet, net als die bomen, gebouwd zijn op een vast fundament, diep geworteld in het evangelie van Jezus Christus zodat we, als het in ons leven gaat stormen en regenen, wat zeker zal gebeuren, sterk genoeg zijn om de stormen om ons heen te doorstaan. Helaman adviseerde zijn zoons:

‘En nu, mijn zoons, bedenkt, bedenkt, dat gij op de rots van onze Verlosser, de Christus, de Zoon van God uw fundament moet bouwen, opdat, wanneer de duivel zijn krachtige winden zendt, ja, zijn pijlen in de wervelwind, ja, wanneer al zijn hagel en zijn krachtige storm u zullen striemen, dit geen macht over u zal hebben, om u mede te sleuren naar de golf van ellende en eindeloos wee, en dit wegens de rots, waarop gij zijt gebouwd, die een vast fundament is; indien de mensen op dat fundament bouwen, kunnen zij niet vallen.’1

In het Boek van Mormon stelde de profeet Jakob bij zijn ontmoeting met Sherem de antichrist, deze vraag: ‘Verloochent gij de Christus, die zal komen? En hij zeide: Indien er een Christus ware, zou ik Hem niet verloochenen; maar ik weet, dat er geen Christus is, noch is geweest, noch ooit zal zijn.

‘En ik zeide tot hem: Gelooft gij de Schriften? En hij zeide: Ja.

‘En ik zeide tot hem: Dan verstaat gij ze niet; want ze getuigen waarlijk van Christus. Zie, ik zeg u, dat geen van de profeten heeft geschreven noch geprofeteerd, zonder omtrent deze Christus te spreken.

‘En dit is niet alles (…). Tevens is het mij door de macht des Heiligen Geestes geopenbaard.’2

Jakob noemt drie bronnen van waarheid — de Schriften, de profeten en de Heilige Geest — die allemaal van Christus getuigen. Daarmee kunnen we ‘op de rots van onze Verlosser, de Christus, de Zoon van God’3 bouwen.

1. De Schriften

De Heiland zelf heeft gezegd: ‘Gij onderzoekt de Schriften (…) welke van Mij getuigen.’4 Toen de Heer tegen Lehi zei dat hij met zijn gezin de wildernis in moest vluchten, wist Hij dat zij in het nieuwe land een stevig fundament nodig hadden om op te bouwen. De Schriften waren zo belangrijk dat de Geest Nephi influisterde om Laban te doden, teneinde de verslagen te bemachtigen. Hij zei: ‘Het is beter dat één mens omkomt, dan dat een natie in ongeloof zou moeten omdolen en vergaan.’5

In ongeveer dezelfde tijd leidde de Heer een andere groep mensen uit Jeruzalem naar het beloofde land. Vele generaties later ontdekte koning Mosiah hun nakomelingen, het volk van Zarahemla. Geestelijk stonden ze er slecht voor. In Omni lezen we: ‘Hun taal was bedorven; zij hadden geen geschiedboeken medegebracht; zij loochenden het bestaan van hun Schepper.’6 Zonder schriftuur gaan niet alleen naties ten onder, maar dolen gezinnen en individuen om in ongeloof. Als we dagelijks de Schriften bestuderen, verankeren we ons geloof in Christus. Zij getuigen waarlijk van Hem.

2. De profeten

Jaren geleden kreeg ik opdracht om een ringpresidium te reorganiseren. Tijdens de zondagbijeenkomst van de conferentie vertelde de vrouw van de zojuist geroepen president dit verhaal. Ze vertelde dat opgevoed was in een goed, christelijk gezin. Haar ouders riepen elke dag hun gezin bijeen om in de Bijbel te lezen en die te bestuderen. Toen ze over de vroegere profeten lazen, vroeg ze haar ouders waarom er in deze tijd geen profeten op aarde waren. Zij konden haar geen bevredigend antwoord geven, noch de leerkrachten en leiders van haar kerk.

Toen ze aan de universiteit studeerde, zag ze op een dag twee jongemannen die een wit overhemd met een stropdas droegen. Ze kon de naam ‘Jezus Christus’ lezen op de zwarte naambordjes die ze droegen. Ze sprak ze aan en vroeg of zij predikanten waren. ‘Jazeker! Wij zijn zendelingen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.’

‘Mag ik dan iets vragen?’ zei ze. ‘Houdt de Heer net zo veel van de mensen nu als van de mensen van weleer?’

‘Jazeker!’ was hun antwoord.

‘Waarom zijn er dan nu geen profeten op aarde?’

Kunt u zich voorstellen hoe opgetogen de twee jonge zendelingen waren over zo’n vraag? Ze zeiden: ‘We hebben nu wel degelijk profeten op aarde. Mogen we jou daarover vertellen?’

Onze boodschap aan de wereld is hetzelfde: ‘We hebben wel degelijk profeten op aarde.’ Vanmiddag nog steken we onze hand op om president Gordon B. Hinckley, zijn raadgevers en het Quorum der Twaalf te steunen als profeten, zieners en openbaarders. Zij zijn bijzondere getuigen van de naam van Jezus Christus. In het geschrift ‘De levende Christus: het getuigenis van de apostelen’, verklaren zij: ‘Wij getuigen, als zijn naar behoren geordende apostelen, dat Jezus de levende Christus is, de onsterfelijke Zoon van God. (…) Hij is het licht, het leven en de hoop van de wereld. Zijn weg is het pad dat leidt tot geluk in dit leven en tot het eeuwige leven in de wereld hierna.’7 Broeders en zusters, als God genoeg van ons houdt om ons profeten te sturen, moeten wij genoeg van Hem houden om hen te volgen. Door de profeten te volgen, vinden we beschutting tegen de stormen van het leven en worden we naar Christus geleid.

3. De Heilige Geest

Toen Christus in de bovenzaal vlak voor zijn kruisiging met zijn apostelen sprak, zei Hij: ‘Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn.’8

Als ons na onze doop de handen worden opgelegd, worden we bevestigd als lid van zijn kerk en krijgen we de gave van de Heilige Geest. Als wij een rechtschapen leven blijven leiden, hebben we de belofte van zijn voortdurende gezelschap; Hij leidt ons, brengt ons waarheden bij en getuigt dat Jezus de Christus is. Als verbondsleden van de kerk van de Heer beloven we Hem te dienen en zijn geboden te onderhouden ‘opdat Hij zijn Geest overvloediger over [ons] moge uitstorten.’9

In West-Afrika, waar wij thans werkzaam zijn, voelen we dat zijn Geest overvloedig over de getrouwe heiligen wordt uitgestort. In 1989 woedde er een storm in Ghana — geen hevige wind of regen, maar een storm van vervolging, laster en misverstanden. Dat was een moeilijke tijd; de kerk was daar nog maar kort. Alle niet-Afrikaanse zendelingen moesten het land verlaten. Onze kerkgebouwen werden afgesloten en bewaakt zodat de leden die niet konden gebruiken. De heiligen konden niet bijeenkomen, dus hielden ze thuis bijeenkomsten. Sommige leden werden gearresteerd en zelfs gevangengezet. Die periode wordt de ‘blokkade’ genoemd. De leden ondervonden weinig steun van buiten de kerk, maar ze hoefden de storm niet op eigen houtje te doorstaan. Ze hadden de Schriften en de woorden van de profeten; ze stelden hun vertrouwen en geloof in de Heer, en Hij stortte zijn Geest over hen uit. Een van de leden zei: ‘We hadden de Geest van de Heer bij ons, we voelden dat Hij ons de weg wees en ons leidde. We kregen een inniger band met elkaar en met de Heiland.’

Anderhalf jaar lang vastten en baden de heiligen dat de Blokkade tot een einde mocht komen. In november 1990 werd het verbod opgeheven. De ergste storm was voorbij, maar hij had wel zijn tol geëist. Er waren er die afvallig waren geworden. Hun wortels zaten niet diep en hun fundament was zwak. Het fundament van de huidige kerk in Ghana is gebouwd op het geloof van wie de storm hebben doorstaan. Zij waren diep geworteld in het evangelie van Jezus Christus.

Broeders en zusters, de Schriften, de levende profeten en de Heilige Geest getuigen allemaal van Christus. Daardoor kunnen wij bouwen op een vast fundament, ‘indien de mensen op dat fundament bouwen, kunnen zij niet vallen.’10 Daarvan getuig ik nederig. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Helaman 5:12.

  2. Jakob 7:9–12.

  3. Helaman 5:12.

  4. Johannes 5:39.

  5. 1 Nephi 4:13.

  6. Omni 1:17.

  7. ‘De levende Christus: het getuigenis van de apostelen’, Liahona, april 2000, p. 3.

  8. Johannes 14:15–16.

  9. Mosiah 18:10.

  10. Helaman 5:12.