De herders van Israël
Ik dank de Heer voor de goede bisschoppen in deze kerk (…). Moge u de vrede ervaren die uitgaat van God naar hen die Hem dienen.
Broeders, vanavond ga ik iets ongebruikelijks doen. Ik ga elementen uit een toespraak herhalen die ik vijftien jaar geleden in onze algemene priesterschapsbijeenkomst heb gehouden. Ik ga me opnieuw tot de bisschoppen van de kerk richten, die prachtige groep mannen die daadwerkelijk de herders van Israël zijn.
Iedereen die aan deze conferentie deelneemt, is rekenschap verschuldigd aan een bisschop of gemeentepresident. Zij moeten zware lasten dragen, en ik moedig ieder lid van de kerk aan zijn of haar uiterste best te doen om de last van onze bisschoppen en gemeentepresidenten te verlichten.
Wij moeten voor hen bidden. Zij hebben hulp nodig om hun zware last te dragen. We moeten meer steun verlenen en minder afhankelijk zijn. We kunnen ze op allerlei manieren helpen. We kunnen ze bedanken voor alles wat ze voor ons doen. We putten ze in korte tijd uit door de lasten die we op hun schouders leggen.
Er zijn meer dan achttienduizend bisschoppen in de kerk. Zij zijn allemaal door de geest van profetie en openbaring geroepen, en door handoplegging aangesteld en geordend. Zij bezitten allemaal de sleutels om in hun wijk te presideren. Zij zijn allemaal hogepriester, de presiderende hogepriester in hun wijk. Zij hebben allemaal een bijzonder belangrijk rentmeesterschap. Ze zijn een vader voor hun leden.
Ze krijgen geen geld voor hun werk. Geen enkele bisschop wordt door de kerk betaald voor zijn werk als bisschop.
De vereisten voor een bisschop zijn tegenwoordig hetzelfde als in de tijd van Paulus, die het volgende aan Timoteüs schreef:
‘Een opziener dan moet zijn onbesproken, de man van één vrouw, nuchter, bezadigd, beschaafd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen, niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend [dat wil zeggen, geen bullebak of gewelddadig iemand], maar vriendelijk, niet strijdlustig of geldzuchtig, een goed bestierder van zijn eigen huis, die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt; indien echter iemand zijn eigen huis niet weet te bestieren, hoe zal hij voor de gemeente Gods zorgen?
‘Hij mag niet een pas bekeerde zijn, opdat hij niet door opgeblazenheid in het oordeel des duivels valle.’ (1 Timoteüs 3:2–6.)
In zijn brief aan Titus voegt Paulus daar het volgende aan toe: ‘Want een opziener moet onberispelijk zijn als een beheerder van het huis Gods, (…) zich houdende aan het betrouwbare woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen.’ (Titus 1:7, 9.)
Dat is een juiste beschrijving van de hedendaagse bisschop in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
Nu wil ik graag iets tegen de duizenden bisschoppen zeggen die hier vanavond aanwezig zijn. Allereerst wil ik zeggen dat ik u liefheb vanwege uw integriteit en goedheid. U moet wel integer zijn. U moet een voorbeeld zijn voor de leden in uw wijk. U moet rechtschapen zijn, zodat u anderen kunt opbouwen. U moet volledig eerlijk zijn, want u bent verantwoordelijk voor het geld van de Heer, de tiende van de leden, de vastengaven en de andere bijdragen die zij uit hun beperkte middelen betalen. U hebt een grote verantwoordelijkheid als beheerder van het geld van de Heer.
Uw goedheid moet een voorbeeld voor de leden zijn. Uw zedelijke normen moeten onberispelijk zijn. U kunt door de tegenstander verleid worden omdat hij weet dat hij een hele wijk kan benadelen als hij u kan vernietigen. U moet wijsheid betrachten in al uw betrekkingen, zodat niemand de schijn van morele zonde in uw gedrag kan ontdekken. U mag niet toegeven aan de verleiding van pornografie, ook niet in de beslotenheid van uw eigen kamer. Uw morele kracht moet zodanig zijn dat als u ooit op het gebied van zedelijk gedrag over een ander moet oordelen, u zich niet hoeft te schamen.
U kunt uw ambt als bisschop niet gebruiken om uw zakelijke belangen te bevorderen, zodat u in tijden van financiële moeilijkheden niet beschuldigd kunt worden door mensen die zich hebben laten overhalen om in uw zaak geld te investeren.
U mag uw positie als rechter in Israël niet in gevaar brengen. Het is een geduchte en ontzagwekkende verantwoordelijkheid om als rechter over andere mensen gesteld te worden. U bent hun rechter wat betreft hun lidmaatschap in de kerk, of zij naar het huis des Heren mogen gaan, of ze gedoopt mogen worden, of ze het priesterschap mogen ontvangen, of ze op zending mogen gaan, of ze les mogen geven of een roeping ontvangen. U bepaalt als rechter of zij in moeilijke tijden in aanmerking komen voor hulp uit het vastengavenfonds of uit het voorraadhuis van de Heer. Van de mensen voor wie u verantwoordelijk bent, mag niemand honger lijden of zonder kleding of huisvesting door het leven gaan, ook als ze geen hulp komen vragen. U moet enigszins op de hoogte zijn van de omstandigheden van alle mensen die u presideert.
U bent hun adviseur, steun, anker en kracht in tijden van verdriet en problemen. Uw kracht moet de kracht van de Heer zijn. Uw wijsheid moet de wijsheid van de Heer zijn. Uw deur moet openstaan om hun hulpgeroep te horen, uw rug moet sterk zijn om hun last te dragen, uw hart moet ontvankelijk zijn om hun behoeften te kunnen beoordelen, en uw goddelijke liefde groot en sterk genoeg om zelfs de zondaar en de criticus bij de kudde te houden. U moet geduldig zijn, bereid om te luisteren en begrip te tonen. U bent voor sommige mensen de enige persoon bij wie ze terecht kunnen. U moet klaarstaan als alle andere hulpbronnen gefaald hebben. Ik wil u graag enkele regels uit een brief aan een bisschop voorlezen.
‘Geachte bisschop,
‘Het is nu bijna twee jaar geleden dat ik u wanhopig om hulp vroeg. Op dat moment was ik in staat om zelfmoord te plegen. Ik kon bij niemand meer terecht — ik had geen geld, geen werk en geen vrienden. Ik was mijn huis kwijt, en ik had geen onderdak. De kerk was mijn laatste hoop.
‘Zoals u weet had ik de kerk op mijn zeventiende verlaten, en had ik tijdens mijn jacht naar geluk en voldoening bijna alle regels en geboden overtreden. In plaats van geluk was mijn leven vervuld met ellende, pijn en wanhoop. Er was geen hoop noch toekomst voor mij. Ik smeekte God om me te laten sterven, om me uit mijn lijden te verlossen. Zelfs Hij wilde me niet hebben. Ik was bang dat Hij me ook had afgewezen.
‘Toen heb ik me tot u en de kerk gewend. (…)
‘U luisterde vol begrip. U gaf me raad, leiding en hulp.
‘Ik begon te groeien en te ontwikkelen wat kennis en begrip van het evangelie betreft. Ik merkte dat ik bepaalde fundamentele veranderingen in mijn leven moest aanbrengen, die heel moeilijk waren, maar dat ik de innerlijke kwaliteiten en kracht had om het te doen.
‘Ik merkte dat toen ik me bekeerde en het evangelie naleefde, ik geen angst meer had. Ik werd met innerlijke rust vervuld. De wolken van leed en wanhoop verdwenen. Dankzij de verzoening werden mijn zwakheden en zonden door Jezus Christus en zijn liefde vergeven.
‘Hij heeft mij gezegend en gesterkt. Hij heeft deuren voor me geopend, Hij heeft me de weg gewezen en Hij heeft me beschermd. Ik heb gemerkt dat toen ik mijn moeilijkheden overwon, mijn bedrijf begon te groeien, waardoor mijn gezin gezegend werd, en ik het gevoel had dat ik iets had bereikt.
‘Bisschop, u hebt mij de afgelopen twee jaar inzicht en steun gegeven. Zonder uw liefde en geduld had ik dit punt nooit kunnen bereiken. Ik wil u bedanken omdat u als dienstknecht van de Heer mij, zijn afgedwaalde kind, hebt geholpen.’
Bisschoppen, u staat als wachter op de toren van de wijk die u presideert. Er zijn veel leerkrachten in elke wijk. Maar u bent de hoofdleerkracht onder hen. U ziet erop toe dat er geen valse leer binnensluipt. U zorgt ervoor dat hun geloof en getuigenis groeien, en dat zij integer, rechtschapen en behulpzaam zijn. U ziet erop toe dat hun liefde voor de Heer toeneemt en tot uitdrukking komt in grotere liefde voor elkaar.
U bent hun biechtvader, die hun diepste geheimen kent. U mag hun vertrouwen nooit beschamen. U krijgt veel vertrouwelijke informatie te horen, waar anderen niets van mogen weten. U kunt in de verleiding komen om erover te praten. Maar daar mag u nooit aan toegeven.
Tenzij u door wettelijke bepalingen verplicht wordt, zoals in gevallen van mishandeling, is alles wat u te horen krijgt vertrouwelijk. De kerk heeft een telefonische hulpdienst die u in gevallen van mishandeling behoort te bellen.
U presideert persoonlijk de Aäronische priesterschap van de wijk. U bent hun leider, leerkracht en voorbeeld, of u dat nu wilt of niet. U bent de presiderende hogepriester, de vader van het wijkgezin, aan wie gevraagd kan worden om bij meningsverschillen te bemiddelen of om aangeklaagden te verdedigen.
U presideert bijeenkomsten waar de leer wordt besproken. U bent verantwoordelijk voor het geestelijk niveau van deze bijeenkomsten en voor de bediening van het avondmaal, zodat de mensen die de naam van de Heer op zich hebben genomen, herinnerd worden aan hun heilige verbonden en plichten.
U bent de sterke vriend van de weduwen en wezen, de zwakken en hulpbehoevenden, de hulpelozen en de mensen die mishandeld worden.
Het geluid van uw trompet moet overtuigd en onmiskenbaar klinken. In uw wijk staat u aan het hoofd van het leger van de Heer. U leidt de leden in hun strijd tegen zonde, onverschilligheid en afvalligheid.
Ik weet dat het werk soms moeilijk is. U hebt nooit genoeg tijd. U krijgt zoveel telefoontjes. U moet ook nog andere dingen doen. Dat is waar. U mag uw werkgever niet van de tijd en de energie beroven waar hij recht op heeft. U mag uw gezinsleden niet beroven van de tijd waar zij recht op hebben. Maar de meesten van u zullen gemerkt hebben dat u als u om goddelijke leiding vraagt, met wijsheid gezegend wordt die de uwe te boven gaat, en met kracht en vaardigheid die u niet dacht te hebben. Het is mogelijk om uw tijd zo in te delen dat u uw werkgever, uw gezin en uw kudde niet tekortdoet
Ik bid dat God de goede bisschoppen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen zal zegenen. Soms hebt u misschien de neiging om over de last van uw ambt te klagen. Maar u weet ook hoeveel vreugde u soms ontvangt. Hoe zwaar de last soms ook is, u weet dat dit het fijnste, dankbaarste en belangrijkste werk is dat u ooit buiten de muren van uw eigen huis hebt verricht.
Ik dank de Heer voor u. Ik dank de Heer voor de goede bisschoppen in deze kerk over de hele wereld. Ik bid voor alle achttienduizend bisschoppen. Ik smeek u om sterk te zijn. Ik smeek u om waarheidsgetrouw te zijn. Ik smeek u om standvastig te zijn, in uw eigen leven en in de doelen die u voor anderen stelt. Hoewel u lange, vermoeiende dagen maakt, bid ik dat uw rust aangenaam zal zijn, en dat u in uw hart de gemoedsrust zult ontvangen waar zijn dienstknechten recht op hebben, en die we alleen van God kunnen krijgen.
Ik getuig van de kracht en de goedheid van de bisschoppen van de kerk. Ik wil mijn waardering uitspreken voor de raadgevers die hen helpen, en voor iedereen die onder hun leiding werkzaam is.
We verwachten van u niet het onmogelijke. We verwachten van u dat u uw uiterste best doet. Delegeer werkzaamheden die daarvoor in aanmerking komen. En laat de rest in de handen van de Heer achter.
Op een dag zult u ontheven worden. Daar zult u verdriet van hebben. Maar als de leden u bedanken, zal dat een troost zijn. Zij zullen u nooit vergeten. Zij zullen zich u herinneren, en in de komende jaren met waardering over u praten, want van alle functionarissen in de kerk hebben ze u het best gekend. U bent geroepen, geordend en aangesteld als herder over de kudde. U bent begiftigd met onderscheidingsvermogen, oordeelkunde en liefde om een zegen in hun leven te zijn. En ondertussen zult u zelf ook gezegend worden.
Ik geef mijn getuigenis van de goddelijke aard van uw roeping en van de voortreffelijke manier waarop u die vervult. Ik bid nederig dat u, uw raadgevers, uw vrouw en uw kinderen gezegend zullen worden terwijl u de kinderen van de Heer dient. In de heilige naam van Jezus Christus. Amen.