2003
Bekering en verandering
November 2003


Bekering en verandering

Bekering houdt in dat we al onze gebruiken — persoonlijke, huiselijke, etnische en nationale —opgeven die in strijd zijn met de geboden van God.

Ik breng de groeten over uit het gebied Filipijnen, met zijn 520.000 leden in 80 ringen en 80 districten, en 2.200 zendelingen in 13 zendingsgebieden. We gaan de goede kant op ondanks de problemen waarmee de kerk te maken krijgt in gebieden waar haar organisatie nog niet volledig is uitgebouwd.

In deze gebieden in ontwikkeling steunen we in hoge mate op de zendelingechtparen. Ik zeg dit nadrukkelijk omdat er veel luisteraars zijn die dienen te weten hoezeer hun dienstwerk wordt gewaardeerd, en we bidden dat er anderen zijn die zich beschikbaar stellen voor dit belangrijke dienstwerk.

I.

Ik wil een opmerking van een van die moedige zendelingen als inleiding gebruiken. ‘Terugkijkend op mijn leven’, zei hij, ‘kan ik me nauwelijks voorstellen dat een blootsvoets surfer uit Hawaii nu zijn derde zending vervult. Maar toen ik de liefdevolle omhelzing van de Heiland voelde, wilde ik Hem dienen, en wilde ik veranderen.’ En dat deed hij! Stanley Y. Q. Ho vertelde mij dat hij tot zijn dertigste niet anders deed dan ‘rondhangen op de stranden van Waikiki.’ Toen vond hij het evangelie, trouwde een meisje in de kerk en veranderde. Sindsdien heeft hij veel roepingen vervuld, waaronder die van bisschop en ringpresident. En nu hebben ouderling Ho en zijn geliefde Momi, die de hand had in zoveel veranderingen in zijn leven, drie voltijdzendingen vervuld.

Een ander voorbeeld staat in het evangelie van Lucas:

‘En [Jezus] kwam Jericho binnen en ging erdoor.

‘En zie, er was een man, Zacheüs geheten, die oppertollenaar was, en hij was rijk.

‘En hij trachtte te zien, wie Jezus was, en slaagde er niet in vanwege de schare, want hij was klein van gestalte.

‘En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom om Hem te zien, want Hij zou daarlangs komen.

‘En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zeide tot hem: Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden moet Ik in uw huis vertoeven.

‘En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap’ (Lucas 19:1–6).

Dan staat er in dit evangelie dat Jezus’ volgelingen ‘morden’, omdat Hij het huis van een zondaar binnenging (vs. 7). Maar daar trok Jezus zich niets van aan. Zijn evangelie is voor iedereen die zijn oude manier van leven loslaat en de veranderingen aanbrengt die noodzakelijk zijn om in het Koninkrijk van God gered te worden.

Laten we terug gaan naar het verslag over de man die zowel zijn huis als zijn hart voor de Heer openstelde:

‘Maar Zacheüs ging staan en zeide tot de Here: Zie, de helft van mijn bezit, Here, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.

‘En Jezus zeide tot hem: heden is aan dit huis redding geschonken (…)

‘Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden’ (vss. 8–10).

Zacheüs uit Jericho en Stanley uit Hawaii staan voor ons allen. Ik bid dat hun ervaringen model staan voor de ervaringen van iedereen die besluit om de Heer ‘met blijdschap’ te ontvangen en te gaan waar Hij hen heen leidt.

II.

Het evangelie van Jezus Christus zet aan tot verandering. Zijn veelvuldige boodschap is: bekeert u, en zich bekeren houdt in dat we alle gewoonten — persoonlijke, huiselijke, etnische en nationale — opgeven die ingaan tegen de geboden van God. Het doel van het evangelie is gewone mensen om te vormen tot celestiale burgers, en dat vergt verandering.

Johannes de Doper predikte bekering. Zijn luisteraars kwamen uit verschillende bevolkingsgroepen en hij verklaarde welke veranderingen ze moesten aanbrengen om vruchten voort te brengen ‘die aan de bekering beantwoorden’ (Lucas 3:8). Tollenaars, soldaten en gewone mensen — ieder had gewoonten die in het bekeringsproces moesten wijken.

De leringen van Jezus stelden ook de overleveringen van de verschillende groepen ter discussie. Toen de schriftgeleerden en Farizeeën zich beklaagden dat zijn discipelen ‘de overleveringen der ouden’ overtraden doordat zij zich niet aan de rituele wassingen hielden, antwoordde Jezus dat de schriftgeleerden en Farizeeën ‘ter wille van [hun] overlevering (…) het gebod Gods’ overtraden (Matteüs 15:2–3). Hij omschreef hoe zij ‘het woord Gods van kracht beroofd [hadden] ter wille van [hun] overlevering’ (vs. 6). ‘Huichelaars’ noemde Hij degenen voor wie het nakomen van overleveringen belangrijker was dan het nakomen van de geboden van God (vs. 7).

In een hedendaagse openbaring verklaarde de Heer opnieuw dat ‘de boze’ licht en waarheid wegneemt bij de onschuldige kinderen van God ‘door ongehoorzaamheid en wegens de overlevering hunner vaderen’ (LV 93:39).

De overleveringen, de cultuur of de manier van leven van een volk bevatten onvermijdelijk gebruiken waarvan zij die in aanmerking wensen te komen voor Gods mooiste zegeningen, zich moeten distantiëren.

Kuisheid bijvoorbeeld. ‘Gij zult niet echtbreken’, gebood de Heer op Sinaï (Exodus 20:14) en Hij herhaalde dat in hedendaagse openbaringen (LV 42:24; zie ook LV 59:6). ‘Vliedt de hoererij’, wordt er in het Nieuwe Testament geboden (1 Korintiërs 6:18; zie ook Galaten 5:19, 1 Tessalonicenzen 4:3). De profeten van God hebben hoererij altijd veroordeeld. Toch hebben hardnekkige overleveringen in veel landen ervoor gezorgd dat deze eeuwige geboden vaak worden genegeerd, bestreden en bespot. Dat wordt vooral duidelijk nu de films, tijdschriften en internetsites van het ene land ogenblikkelijk hun weg vinden naar vele andere landen. Veel mensen zien geen kwaad in buitenechtelijke relaties en verdedigen die zelfs. Alsook de zich snel uitbreidende pornografische cultuur. Allen die tot die zondige culturen behoren moeten zich bekeren en veranderen als ze tot het volk van God gerekend willen worden, want Hij heeft gewaarschuwd dat niets onreins zijn koninkrijk kan binnengaan. (Zie 3 Nephi 27:19.)

Wekelijks kerkbezoek is nog een voorbeeld van een gebod dat indruist tegen de heersende overleveringen. De Heer heeft ons geboden om op de sabbat naar de kerk te gaan en ‘[onze] sacramenten op [te] offeren’ (LV 59:9). Dat houdt meer in dan passief plaats nemen in de bank. Ons is geboden deel te nemen aan de verering en de dienst, en dat vergt een hele ommezwaai voor de meeste niet-christenen, en zelfs voor christenen die af en toe naar de kerk gaan.

Het gebod van de Heer om ons te onthouden van alcohol, tabak, thee en koffie (zie LV 89) gaat ook in tegen de overleveringen van velen. Breken met al lang bestaande verslavingen of gewoonten is niet gemakkelijk, maar Gods gebod is helder, en de beloofde zegeningen zijn de uitdaging van de verandering meer dan waard.

Een ander voorbeeld is eerlijkheid. Sommige culturen zien liegen, stelen en andere oneerlijke praktijken door de vingers. Maar oneerlijkheid in welke vorm dan ook — om straf te ontgaan, om je gezicht te redden of om er financieel beter van te worden — is lijnrecht in strijd met de geboden en de cultuur van het evangelie. God is een God van waarheid, en God verandert niet. Wij zijn het die moeten veranderen. En dat zal een grote verandering zijn voor eenieder die er door de heersende tradities toe is gebracht te denken dat ze een beetje kunnen liegen, een beetje kunnen bedriegen, of oneerlijk kunnen zijn als ze er beter van worden en de kans gering is dat het aan het licht zal komen.

Een minder ernstige wereldlijke overlevering die in strijd is met de evangeliecultuur is het idee van de opgaande of neergaande lijn in carrières. In de wereld spreken we over het bevorderen of terugzetten in functie. Maar in de kerk wordt men niet bevorderd of teruggezet. We veranderen alleen van functie. Een bisschop die ontheven wordt en vervolgens leerkracht in het jeugdwerk wordt, wordt niet teruggezet. Hij gaat vooruit, want hij accepteert zijn ontheffing in dankbaarheid en aanvaardt en vervult de plichten van een nieuwe roeping — zelfs een die minder in het oog loopt.

Ik zag hiervan een paar maanden terug een gedenkwaardig voorbeeld in de Filipijnen. Ik bezocht een wijk in de ring Pasig, bij Manila. Daar ontmoette ik Augusto Lim, die ik nog kende uit de tijd dat hij ringpresident was, en daarna zendingspresident, algemeen autoriteit, en president van de Manilatempel. Nu was hij nederig en dankbaar werkzaam in de bisschap van zijn wijk, als tweede raadgever van iemand die veel jonger was en veel minder ervaring had. Van tempelpresident naar tweede raadgever in een bisschap is een prachtig voorbeeld van de evangeliecultuur in actie.

Met deze voorbeelden vergelijk ik niet de cultuur of tradities van het ene werelddeel met een ander. Ik vergelijk de wijze van de wereld met de wijze van de Heer — de cultuur van het evangelie van Jezus Christus met de cultuur en tradities van elke natie of elk volk. Er is niet één groep volkomen deugdzaam, noch is er een groep op wie het gebod tot verandering niet van toepassing is. Jezus en zijn apostelen probeerden geen Joden van de heidenen te maken. (Zie Romeinen 2:11; Galaten 2:11–16; 3:1–29; 5:1–6; 6:15.) Zij gaven onderricht aan zowel heidenen als joden met de bedoeling van hen volgelingen van Christus te maken.

Evenzo proberen de hedendaagse dienstknechten van de Heer niet om Amerikanen te maken van Filippino’s of Aziaten of Afrikanen. De Heiland nodigt iedereen uit om tot Hem te komen (zie 2 Nephi 26:33; LV 43:20), en zijn dienstknechten proberen iedereen te overreden — met inbegrip van Amerikanen — heilige der laatste dagen te worden. We zeggen tot iedereen: geef uw overleveringen en volksgebruiken op die indruisen tegen de geboden van God en de cultuur van zijn evangelie en voeg u bij zijn volk om het koninkrijk Gods op te bouwen. Als we niet meer in het duister lopen, leerde de apostel Johannes ons, ‘maar (…) in het licht wandelen, (…) hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde’ (1 Johannes 1:7).

III.

Er is een unieke evangeliecultuur, een pakket waarden, verwachtin- gen en gebruiken die alle leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen gemeen hebben. Deze evangelische manier van leven vloeit voort uit het heilsplan, de geboden van God, en de leringen van de levende profeten. En die komt tot uiting in de manier waarop we onze gezinnen grootbrengen en hoe we zelf leven. Onze evangeliecultuur komt prachtig tot uitdrukking in de beginselen die in de proclamatie over het gezin staan.

Wie zich laat dopen in de Kerk van Jezus Christus sluit verbonden. In een hedendaagse openbaring verklaart de Heer: ‘Wanneer mensen tot mijn eeuwig evangelie zijn geroepen en een eeuwig verbond sluiten, worden zij beschouwd als het zout der aarde [en de kracht der mensen]’ (LV 101:39). Om als het zout der aarde onze verbondsplicht te kunnen vervullen, moeten we anders zijn dan de mensen om ons heen.

Jezus leerde: ‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: U is door Mij gegeven het zout der aarde te zijn; maar wanneer het zout smakeloos wordt, waarmede zal de aarde worden gezouten? Het zout deugt van die tijd af nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden’ (3 Nephi 12:13; zie ook Matteüs 5:13; LV 101:40).

Dit houdt in dat we veranderingen moeten aanbrengen in onze huiselijke gebruiken, onze etnische gebruiken of onze nationale gebruiken. We moeten alle aspecten van ons gedrag veranderen die in strijd zijn met de geboden, verbonden en cultuur van het evangelie.

Het evangelieplan is gebaseerd op eigen verantwoordelijkheid. In een van onze geloofsartikelen staat de eeuwige waarheid ‘dat de mens zal worden gestraft voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding’ (Geloofsartikel 1:2). Deze verplichting van eigen verantwoordelijkheid komt veelvuldig tot uiting in onze leer, in tegenstelling tot Satans plan om ‘het ganse mensdom [te] verlossen, dat niet één ziel verloren ga’ (Mozes 4:1). Het plan van de Vader en de Heiland is gebaseerd op individuele keuzes en daden.

De leer en praktijk van eigen verantwoordelijkheid en werkzaamheid botst met de tradities en cultuur in veel landen. Onze wereld kent grote verschillen in inkomsten en materiële bezittingen, en veel overheids- en particuliere initiatieven proberen die verschillen te verkleinen. De volgelingen van de Heiland is geboden aan de armen te geven en velen doen dat. Maar sommige vormen van hulp hebben een afhankelijkheidssituatie in de hand gewerkt, waarbij dan wel wordt voorzien in voedsel en onderdak, maar waarbij men voorbij gaat aan de eeuwige behoefte van persoonlijke groei. De groei die het evangelieplan voorstaat vindt plaats op een voedingsbodem van werkzaamheid en verantwoordelijkheid. Er vindt geen groei plaats op de voedingsbodem van afhankelijkheid. Datgene wat ons afhankelijk maakt van iemand anders voor beslissingen of bestaansmiddelen waar we zelf in zouden kunnen voorzien, verzwakt ons geestelijk en vertraagt onze groei naar wat het evangelieplan met ons voor heeft.

Dankzij het evangelie kan men boven armoede en afhankelijkheid uitstijgen, maar alleen als de evangeliecultuur, inclusief getrouwe tiendebetaling, zelfs door de allerarmsten, verkozen wordt boven de traditie en cultuur van afhankelijkheid. Dat is de les die we kunnen leren van de Israëlieten, die na honderden jaren van slavernij in Egypte een profeet volgden naar hun eigen land en daar uitgroeiden tot een machtig volk. Die les kunnen we ook leren van de mormoonse pioniers, die hun vervolgingen of armoede nooit als excuus gebruikt hebben, maar in geloof voortgingen, omdat ze wisten dat God hen zou zegenen als zij zijn geboden onderhielden. En dat heeft Hij gedaan.

De veranderingen die we moeten aanbrengen om deel te gaan uitmaken van de evangeliecultuur vereisen aanhoudende en soms pijnlijke aanpassingen, en onze verschillen moeten zichtbaar zijn. Als het ‘zout der aarde’ zijn wij ook het ‘licht der wereld’ en ons licht moet niet verborgen blijven. (Zie Matteüs 5:13–16.) De apostel Johannes waarschuwde dat dit ertoe zal leiden dat de wereld ons haat. (Zie 1 Johannes 3:13.) Daarom hebben zij die het verbond zijn aangegaan om zich te veranderen de heilige plicht van elkaar te houden en elkaar te helpen. Die aanmoediging moet gegeven worden aan elke ziel die moeite doet om de cultuur van de wereld achter zich te laten en de cultuur van het evangelie van Jezus Christus aan te hangen. De apostel Johannes besloot: ‘Kinderkens, laten wij liefhebben niet met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid’ (1 Johannes 3:18).

Niemand toont zijn liefde voor zijn medemens op indrukwekkender wijze dan de edele echtparen in deze kerk die het comfort van hun huis en de hun vertrouwde omgeving opgeven om een zending te vervullen. Zij bieden de geloofwaardigste en waardevolste hulp aan hen die moeite hebben met verandering. God zegenen onze zendelingechtparen!

IV.

Jezus heeft ons geboden elkaar lief te hebben, en we tonen die liefde door elkaar te dienen. Ons is ook geboden God lief te hebben. Die liefde tonen we door ons continu van onze zonden te bekeren en zijn geboden te onderhouden (zie Johannes 14:15). En bekering houdt meer in dan onze zonden opgeven. In zijn ruimste betekenis houdt het verandering in, het opgeven van al onze tradities en culturele gebruiken die in strijd zijn met de geboden van God. Naargelang van onze deelname aan de cultuur van het evangelie van Jezus Christus, worden we ‘medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods’ (Efeziërs 2:19).

Ik getuig dat onze Heer en Heiland wil dat we dit doen, zodat we worden wat door zijn evangelie wordt bedoeld. In de naam van Jezus Christus. Amen.