Algemene conferentie
Je voorbereiden om de Heiland te ontmoeten
Algemene aprilconferentie 2025


14:10

Je voorbereiden om de Heiland te ontmoeten

Volg de leringen van de Heiland. Zijn instructies zijn niet mysterieus of ingewikkeld. Als we ze volgen, hoeven we niet angstig of verontrust te zijn.

Mijn geliefde broeders en zusters, afgelopen oktober heeft president Russell M. Nelson gezegd: ‘Dit is het moment voor u en voor mij om ons op de wederkomst van onze Heer en Heiland, Jezus de Christus, voor te bereiden.’ Als president Nelson spreekt over de wederkomst, doet hij dit altijd met een vrolijk optimisme. Maar een jeugdwerkmeisje vertelde me laatst dat ze bang wordt als er over de wederkomst wordt gesproken. Ze zei: ‘Ik ben bang, omdat er nare dingen gaan gebeuren voordat Jezus terugkomt.’

En kinderen zijn niet de enigen die zich zo voelen. Het beste advies voor haar, voor jou en voor mij is om de leringen van de Heiland te volgen. Zijn instructies zijn niet mysterieus of ingewikkeld. Als we ze volgen, hoeven we niet angstig of verontrust te zijn.

Aan het eind van zijn aardse bediening werd Jezus Christus gevraagd wanneer Hij zou terugkeren. Als antwoord vertelde Hij drie gelijkenissen die in Mattheüs 25 staan, waaruit we leren hoe we ons kunnen voorbereiden om Hem te ontmoeten, hetzij bij de wederkomst, hetzij als we van deze aarde heengaan. Deze leringen zijn essentieel omdat voorbereiding om Hem te ontmoeten een hoofddoel van dit leven is.

De Heiland begon met de gelijkenis van de tien meisjes. In deze gelijkenis gaan tien meisjes naar een bruiloftsfeest. Vijf van hen waren wijs en hadden olie voor hun lampen meegenomen; de vijf andere niet. Toen de spoedige aankomst van de bruidegom werd aangekondigd, gingen de dwaze meisjes weg om olie te kopen. Toen zij terugkwamen, was het te laat; de deur naar het feest was gesloten.

Jezus wijst in de gelijkenis op drie voor ons nuttige aspecten. Hij legt uit:

‘En te dien dage, wanneer Ik in mijn heerlijkheid kom, zal de gelijkenis van de tien maagden die Ik verteld heb, vervuld worden.

‘Want zij die wijs zijn en de waarheid hebben ontvangen en de Heilige Geest tot hun gids hebben genomen en niet zijn misleid – voorwaar, Ik zeg u: Zij zullen […] de dag verdragen.’

Met andere woorden, zij hoeven niet angstig of verontrust te zijn, omdat zij zullen overleven en voorspoedig zullen zijn. Zij zullen zegevieren.

Als wij wijs zijn, ontvangen we de waarheid door het evangelie van Jezus Christus door priesterschapsverordeningen en -verbonden te accepteren. Vervolgens streven we ernaar waardig te zijn om de Heilige Geest altijd bij ons te hebben. Dit vermogen moeten we individueel en persoonlijk verkrijgen, druppel voor druppel. Regelmatige persoonlijke, stille daden van toewijding nodigen de Heilige Geest uit om ons te leiden.

Het derde aspect dat Jezus benadrukte, is misleiding vermijden. De Heiland waarschuwde:

‘Pas op dat niemand u misleidt.

‘Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: Ik ben de Christus; en zij zullen velen misleiden.’

De Heiland wist dat huichelaars zouden proberen zelfs de uitverkorenen te misleiden en dat veel discipelen bedrogen zouden worden. We moeten niemand geloven die onterecht claimt goddelijke goedkeuring te hebben, of ons begeven in figuurlijke woestijnen of geheime kamers om door bedriegers onderwezen te worden.

Het Boek van Mormon vertelt ons hoe we bedriegers van discipelen kunnen onderscheiden. Discipelen verkondigen altijd dat we in God moeten geloven, Hem moeten dienen en het goede moeten doen. We zullen niet misleid worden als we raad vragen en aannemen van vertrouwenspersonen die zelf getrouwe discipelen van de Heiland zijn.

We kunnen ook misleiding uit de weg gaan door regelmatig naar de tempel te gaan. Hierdoor kunnen we een eeuwig perspectief houden en beschermd worden tegen invloeden die ons kunnen afleiden of wegleiden van het verbondspad.

De belangrijkste les uit deze gelijkenis van de tien meisjes is dat we wijs zijn als we het evangelie accepteren, ernaar streven de Heilige Geest bij ons te hebben, en misleiding uit de weg gaan. De vijf wijze meisjes konden degenen zonder olie niet helpen. Niemand kan voor ons het evangelie accepteren, de Heilige Geest tot gids nemen, of misleiding uit de weg gaan. We moeten dit voor onszelf doen.

De Heiland vertelde daarna de gelijkenis van de talenten. In deze gelijkenis gaf een man verschillende bedragen geld, talenten genoemd, aan drie dienaren. Aan één dienaar gaf hij vijf talenten, aan een andere twee en aan de derde één talent. Na een tijd hadden de eerste twee dienaren hun deel verdubbeld. Maar de derde dienaar verborg zijn ene talent gewoon. De man zei tegen de dienaren die hun talenten hadden verdubbeld: ‘Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.’

De man berispte de dienaar die zijn talent had begraven, omdat hij ‘slecht en lui’ was geweest. Het talent werd van hem weggenomen en hij werd uitgeworpen. Als de dienaar zijn talent zou hebben verdubbeld, zou hij dezelfde eer en beloning hebben gekregen als de andere dienaren.

Eén van de lessen uit deze gelijkenis is dat God verwacht dat we de vermogens die ons worden gegeven grootmaken, maar Hij wil niet dat we ons met anderen vergelijken. De 18e-eeuwse chassidische rabbi Zusya van Anipol gaf het volgende inzicht. Zusya was een beroemde leraar die bang begon te worden toen zijn dood naderde. Zijn discipelen vroegen hem: ‘Meester, waarom beeft u? U hebt een goed leven geleid; God zal u zeker groots belonen.’

Zusya zei: ‘Als God tegen me zegt: “Zusya, waarom was je geen Mozes?”, dan zeg ik: “Omdat U mijn ziel niet de grootsheid van Mozes hebt gegeven.” En als ik voor God sta en Hij zegt: “Zusya, waarom was je niet zoals Salomo?”, dan zeg ik, “Omdat U mij niet de wijsheid van Salomo hebt gegeven.” Maar o, wat zeg ik als ik voor mijn Schepper sta en Hij zegt: “Zusya, waarom was je geen Zusya? Waarom was je niet de man die je door mijn gaven kon zijn?” Daarom beef ik.’

God zal zeker teleurgesteld zijn als we niet vertrouwen op de verdiensten, barmhartigheid en genade van de Heiland om de vermogens die we van God hebben gekregen, groot te maken. Met zijn liefdevolle hulp verwacht Hij dat wij de beste versie van onszelf worden. Dat we verschillende vermogens hebben, is voor Hem niet belangrijk. En dat zou voor ons ook zo moeten zijn.

Ten slotte vertelde de Heiland de gelijkenis van de schapen en de bokken. Wanneer Hij in al zijn glorie wederkeert, zullen ‘al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan zijn linkerhand.’

Degenen aan zijn rechterhand werden erfgenamen van zijn koninkrijk en degenen aan zijn linkerhand kregen geen erfdeel. Het onderscheidende kenmerk was of ze Hem eten gaven toen Hij honger had, Hem drinken gaven toen Hij dorst had, Hem onderdak gaven toen Hij een vreemdeling was, Hem kleedden toen Hij naakt was en Hem bezochten toen Hij ziek of gevangen was.

Iedereen stond versteld, zowel aan de rechter- als aan de linkerkant. Zij vroegen wanneer zij Hem wel of geen eten, drinken of kleding hadden gegeven of Hem hadden geholpen toen Hij kwetsbaar was. De Heiland antwoordde: ‘Voorwaar, Ik zeg u, voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.’

De boodschap van de gelijkenis is duidelijk: wanneer we anderen dienen, dienen we God; doen we dat niet, dan stellen we Hem teleur. Hij verwacht dat wij onze gaven, talenten en capaciteiten gebruiken om de kinderen van onze hemelse Vader tot zegen te zijn. De goddelijke drang om anderen te dienen is door de 19e-eeuwse Finse dichter Johan Ludvig Runeberg in een gedicht beschreven. Bij ons thuis hebben we in onze kindertijd herhaaldelijk het gedicht ‘boer Paavo’ gehoord. In het gedicht was Paavo een arme boer die met zijn vrouw en tien kinderen in het merengebied in het midden van Finland woonde. Een paar jaar achter elkaar werd het grootste deel van zijn oogst vernietigd door het stijgende water van smeltende sneeuw, zomerse hagelstormen of vroege herfstvorst. Elke keer als de magere oogst binnenkwam, klaagde de boerin: ‘Paavo, Paavo, jij oude pechvogel, God heeft ons verlaten.’ Paavo antwoordde stoïcijns: ‘Meng schors met het roggemeel om brood te maken, zodat de kinderen geen honger zullen hebben. Ik zal harder werken om de drassige velden droog te leggen. God beproeft ons, maar Hij zal voor ons zorgen.’

Elke keer dat de oogst mislukte, droeg Paavo zijn vrouw op een dubbele hoeveelheid schors met het meel te vermengen, zodat ze niet zouden verhongeren. Hij werkte ook harder, hij groef greppels om de grond droog te leggen waardoor de velden minder kwetsbaar werden voor smeltende sneeuw in de lente en vroege vorst in de herfst.

Na jaren van ontbering had Paavo eindelijk een grote oogst. Zijn vrouw jubelde: ‘Paavo, Paavo, dit zijn blijde tijden! Het is tijd om de schors weg te gooien en met alleen roggemeel brood te bakken.’ Maar Paavo nam zijn vrouw bij de hand en zei: ‘Meng de helft van het meel met schors, want de velden van onze buurman zijn bevroren.’ Paavo offerde zijn overvloed en die van zijn gezin op om zijn wanhopige, behoeftige buurman te helpen.

De les uit de gelijkenis van de Heiland over de schapen en bokken is dat we de gaven die we hebben gekregen, moeten gebruiken – tijd, talenten en zegeningen – om de kinderen van onze hemelse Vader te dienen, vooral de kwetsbaarste en behoeftigste mensen.

Mijn uitnodiging voor het eerder genoemde angstige jeugdwerkkind, en voor eenieder, is om Jezus Christus te volgen en de Heilige Geest te vertrouwen zoals je een dierbare vriend zou vertrouwen. Vertrouw op hen die van je houden en die van de Heiland houden. Zoek Gods leiding om jouw unieke talenten te ontwikkelen en anderen te helpen, zelfs als het niet makkelijk is. Je zult klaar zijn om de Heiland te ontmoeten, en dan kun je meegaan in het vrolijke optimisme van president Nelson. Zo help je mee de wereld voor te bereiden op de wederkomst van Jezus Christus, en zul je met voldoende hoop gezegend worden om de rust van de Heer in te gaan, nu en in de toekomst.

Zoals we in één van onze nieuwe lofzangen zingen:

Wees verblijd! En bereid je voor op die dag! […]

Niemand weet de dag of het uur dat Hij zal wederkeren,

maar Hij komt zoals in de Schriften staat. Het wordt een blije dag

wanneer onze geliefde Heiland wederkeert.

In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Russell M. Nelson, ‘De Heer Jezus Christus zal wederkomen’, Liahona, november 2024, 121.

  2. We hoeven niet angstig te zijn, omdat Jezus Christus ons zal transformeren zodat we klaar zijn om Hem te ontmoeten. Als we consequent onze verbonden eren en de geboden onderhouden, zullen we geleidelijk, door zijn genade en zegeningen, meer als de Heiland worden. Daardoor zullen we voorbereid zijn op zijn wederkomst. Zoals in 1 Johannes 3:2–3 staat:

    ‘Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.

    ‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is.’

  3. De wederkomst van de Heer zal gebeuren aan het begin van het millennium, als Hij wederkeert in glorie en zal erkennen dat Hij de beloofde Messias was en is (zie Jesaja 45:23.; Zacharia 12:10; Leer en Verbonden 88:104).

  4. Zie Russell M. Nelson, ‘Welkomstwoord’, Liahona, mei 2020, 6.

  5. Mattheüs 25:1–4, 6–13.

  6. Leer en Verbonden 45:56–57.

  7. Zie David A. Bednar, ‘Tot de Heer bekeerd’, Liahona, november 2012, 109.

  8. Zie 2 Nephi 32:5.

  9. Mattheüs 24:4–5.

  10. Zie Mattheüs naar Joseph Smith 1:5–6, 8–9, 21–22, 25–26.

  11. Zie Moroni 7:13, 15–17. De leringen in het Boek van Mormon gaan samen met en verduidelijken de leringen in de Bijbel ‘teneinde valse leerstellingen te weerleggen’ (2 Nephi 3:12). Misschien is dat de reden dat president Russell M. Nelson heeft gezegd dat ‘het Boek van Mormon Gods instrument is […] om de wereld voor te bereiden op de wederkomst’. (Zie ‘Het Boek van Mormon, de vergadering van Israël en de wederkomst’, Liahona, juli 2014, 27).

  12. Zie Russell M. Nelson, ‘Denk celestiaal!’, Liahona, november 2023, 119. President Nelson heeft ook gezegd: ‘Ontheilig [je getuigenis] niet met de filosofieën van ongelovige mannen en vrouwen.’ (‘De wereld overwinnen en rust vinden’, Liahona, november 2022, 97.) ‘Leg uw vragen aan de Heer voor, en raadpleeg andere betrouwbare bronnen. […] Houd op uw twijfels te vergroten door ze met andere twijfelaars te bespreken.’ (‘Christus is opgestaan – met geloof in Hem kunt u bergen verzetten’, Liahona, mei 2021, 103.) De profeet Alma uit het Boek van Mormon heeft gezegd: ‘Vertrouw evenmin iemand als uw leraar of uw prediker, tenzij het een man Gods is, die in zijn wegen wandelt en zijn geboden onderhoudt’ (Mosiah 23:14). In deze bedeling heeft de Heiland gezegd dat wij moeten vertrouwen op diegene ‘wiens geest verslagen is, […] wiens taal zachtmoedig is en opbouwt, [die] siddert onder mijn macht [en] als vruchten lof en wijsheid voortbreng[t], volgens de openbaringen en waarheden die ik u gegeven heb’ (zie Leer en Verbonden 52:14–19).

  13. Zie Russell M. Nelson, ‘De Heer Jezus Christus zal wederkomen’, 121.

  14. Als er namens onze overleden voorouders plaatsvervangende verordeningen worden verricht, maken onze voorouders zelf de keuze om het evangelie te accepteren en getrouw te blijven of niet. Zelfs in die omstandigheden maakt niemand een keuze voor een ander.

  15. Zie Mattheüs 25:14–30.

  16. Zie Gids bij de Schriften, ‘Talent’. Een talent was een oude gewichtseenheid of geldsom van grote waarde in de Griekse en Romeinse tijd. De waarde van één talent wordt geschat op zo’n 6000 denarii en één denarius was ongeveer het loon dat een arbeider op een dag verdiende. Eén talent zou dus gelijk staan aan ongeveer 20 jaar loon voor een gemiddelde arbeider.

  17. Mattheüs 25:21; zie ook vers 23.

  18. Zie Mattheüs 25:24–26.

  19. Als we de gelijkenis doortrekken met een eeuwig perspectief, zien we dat als een dienaar eenmaal de vreugde van de Heer binnengaat en erfgenaam wordt van alles wat de Heer heeft, de schijnbaar kleine verschillen in wat elke dienaar aanvankelijk had, te verwaarlozen zijn.

  20. Daarnaast vergelijkt de Heer de talenten in deze gelijkenis met verschillende aspecten in het leven en in het evangelie, zoals kennis en een getuigenis (zie Ether 12:35; Leer en Verbonden 60:2, 13), en ook eigendom en rentmeesterschap (zie Leer en Verbonden 82:18).

  21. Zie Harold S. Kushner, Overcoming Life’s Disappointments (2006), 26.

  22. Zoals staat in Predik mijn evangelie: gids om het evangelie van Jezus Christus te delen (2023), 52: ‘Alles wat oneerlijk in het leven is, kan door de verzoening van Jezus Christus rechtgezet worden.’

  23. Zie Mattheüs 25:31–46.

  24. Mattheüs 25:32–33.

  25. Zie Mattheüs 25:37–39, 44.

  26. Mattheüs 25:40; zie ook vers 45.

  27. Zie Mosiah 2:17. We nemen deel aan de zending van de Heiland als we zijn evangelie delen, de gebrokenen van hart helpen genezen (zie Jesaja 61:1–3 en Lukas 4:16–21), de zwakken ondersteunen, de handen verheffen die slap neerhangen en de knikkende knieën sterken (zie Leer en Verbonden 81:5).

  28. De binnenste laag van de schors van een berkenboom bevat koolhydraten en vezels. Die kan als laatste redmiddel worden gegeten.

  29. Zie Johan Ludvig Runeberg, ‘Högt Bland Saarijärvis Moar’, Idyll och epigram Dikter (1830), nummer 25; Suomen kansalliskirjallisuus (Helsinki, 1941), deel 9, 50–52; sv.wikisource.org/wiki/Högt_bland_Saarijärvis_moar. Ik heb het zelf uit het Zweeds vertaald.

  30. Dit komt overeen met Gods opdracht aan het oude Israël: ‘Want armen zullen binnen uw land nooit ontbreken. Daarom gebied ik u: U moet uw hand wijd opendoen voor uw broeder, de onderdrukte en de arme in uw land’ (Deuteronomium 15:11).

  31. Zie Dallin H. Oaks, ‘Voorbereiding op de wederkomst’, Liahona, mei 2004, 7–10, als je een prachtige toespraak wilt lezen over manieren om je op de wederkomst voor te bereiden.

  32. Zie Russell M. Nelson, ‘De wereld overwinnen en rust vinden’, 95–98. President Nelson heeft ons geleerd: ‘Een zeer belangrijk aspect van deze vergadering is een volk voor te bereiden dat bekwaam, klaar en waardig is om de Heer bij zijn komst te verwelkomen; een volk dat er al voor gekozen heeft om Jezus Christus boven deze gevallen wereld te verkiezen; een volk dat zich verheugt in de keuze om de hogere, heiligere wetten van Jezus Christus na te leven.’ (‘De wereld overwinnen en rust vinden’, 98.)

  33. Zie Moroni 7:3. President Joseph F. Smith heeft gezegd: ‘De rust […] die genoemd wordt, is niet een lichamelijke rust. [Het is] de geestelijke rust en vrede die worden geboren uit een rotsvaste overtuiging van de waarheid. […] We kunnen de rust van de Heer dus vandaag al ingaan als we de waarheden van het evangelie leren begrijpen. [Zij die deze rust zijn binnengegaan, zijn zij] wier gemoed gerust is, en zij hebben het vaste voornemen in hun hart om hun roeping eer aan te doen en standvastig in de waarheid te blijven. Zij wandelen in nederigheid en rechtschapenheid op het pad dat is gemarkeerd voor […] volgelingen van Jezus Christus. Maar er zijn velen die dat punt van vastberaden overtuiging niet behaald hebben die meegaan met elke lering, waardoor ze zich niet op hun gemak voelen, rusteloos en ongedurig zijn. Dit zijn zij die ontmoedigd raken door incidenten die voorvallen in de kerk, in het land en door beroering onder de mensen. […] Zij koesteren een gevoel van achterdocht, onrust en onzekerheid. Hun gedachten zijn warrig en ze zijn in beroering bij de minste verandering, zoals iemand die de weg kwijt is op zee.’ (Gospel Doctrine, 5e editie [1939], 126.)

  34. Naar ‘When the Savior Comes Again’, Hymns – For Home and Church, Gospel Library.