Wekelijkse content voor JOVO’s
Hoe kan het Oude Testament mij meer inzicht in de tempelbegiftiging geven?
Liahona februari 2026


Uit Wekelijkse content voor JOVO’s

Hoe kan het Oude Testament mij meer inzicht in de tempelbegiftiging geven?

Discipelen van vroeger deden veel van dezelfde beloften die wij tegenwoordig doen.

engel spreekt tot Adam en Eva

Gelijkenis, Walter Rane

Vroeger vond ik de tempelbegiftiging verwarrend. Niet zozeer vanwege de ceremonie zelf (al speelde dat wel een rol), maar omdat wat wij in de tempel doen zo anders aanvoelt dan wat onze voorouders in het Oude Testament deden.

Maar ik wist dat wat we tegenwoordig in de tempel leren niet veel kon verschillen van wat de discipelen van vroeger geloofden, ook al waren hun tempelceremonies anders. Toen ik het Oude Testament doorzocht, werd dat bevestigd. De opzet of presentatie is veranderd, maar de verbonden blijven eeuwig.

Laten we eens kijken naar enkele wetten waar we ons tegenwoordig in de tempel toe verbinden, en hoe die zich verhouden tot oude verbonden.

De wet van gehoorzaamheid

Adam demonstreerde de wet van gehoorzaamheid toen een engel vroeg waarom hij en Eva offers brachten: ‘Ik weet het niet, alleen dat de Heer mij heeft geboden’ (Mozes 5:6).

Gehoorzaamheid is essentieel voor het hele heilsplan. Als we Gods instructies opvolgen en op de Heiland vertrouwen, kunnen we zoals Zij worden.

De wet van offerande

In het Algemeen handboek wordt deze wet gedefinieerd als ‘offers brengen om het werk van de Heer te steunen en zich met een gebroken hart en een verslagen geest bekeren’.

Het is niet moeilijk om in het Oude Testament letterlijke en figuurlijke offers te vinden. Wat we soms over het hoofd zien, is dat ook toen een gebroken hart en een verslagen geest vereist waren.

In een van zijn psalmen schreef David: ‘De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart’ (Psalmen 51:19).

‘Davids woorden tonen aan dat het volk van de Heer zelfs in oudtestamentische tijden begreep dat het hart aan God moest worden geschonken, dat alleen brandoffers niet voldeden’, zei ouderling Bruce D. Porter als lid van de Zeventig.

Het gebod om dieren of gewassen als offer te brengen, is met de dood van Jezus Christus geëindigd. Tegenwoordig bekeren we ons dagelijks en nemen we deel aan het avondmaal om aan zijn zoenoffer te denken. Maar persoonlijke nederigheid en bekering moeten daar nog steeds deel van uitmaken.

De wet van het evangelie van Jezus Christus

Dat betekent geloof in Jezus Christus oefenen; door middel van verordeningen verbonden met God sluiten en nakomen; bekering en volharding tot het einde; en ernaar streven om God en je naaste lief te hebben.

Soms zien mensen de instructie van de Heiland in het Nieuwe Testament om ‘uw naaste lief [te] hebben als uzelf’ (Mattheüs 22:39) als een verschuiving van de denkwijze uit het Oude Testament. Maar de Heiland citeerde Zichzelf! Ongeveer vijftien eeuwen eerder had Hij tegen Mozes gezegd: ‘U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf’ (Leviticus 19:18).

Hoewel ‘oog voor oog, tand voor tand’ (Leviticus 24:20) deel uitmaakte van het rechtssysteem van de Israëlieten, bevatte de wet van Mozes ook veel regels over de liefdevolle en medelevende omgang met naasten, bezoekers, vreemdelingen, buitenlanders en vluchtelingen (zie Exodus 23:9; Leviticus 19:33–34; Deuteronomium 10:19).

Hedendaagse discipelen weten dat de wet ‘oog voor oog, tand voor tand’ is vervuld. We denken echter misschien onterecht dat ‘uw naaste liefhebben’ een nieuw idee was. Het is een eeuwig gebod.

Het eerste deel van deze wet is ook eeuwig: God boven alles liefhebben. President Dallin H. Oaks heeft gezegd: ‘Onze ijver om [het] tweede gebod na te komen, mag er niet toe leiden dat we het eerste vergeten: God met heel ons hart, onze ziel en ons verstand lief te hebben. Die liefde tonen we door zijn “geboden in acht” te nemen [Johannes 14:15]. God vereist van ons dat wij zijn geboden gehoorzamen, want wij kunnen alleen door die gehoorzaamheid, waaronder bekering, in zijn tegenwoordigheid terugkeren en volmaakt worden zoals Hij.’

De wet van kuisheid

Na de wet van gehoorzaamheid is de wet van kuisheid misschien wel het makkelijkst te definiëren: geen seksuele omgang buiten het wettig huwelijk tussen een man en een vrouw.

‘U zult niet echtbreken’ (Exodus 20:14) is een bekend gebod uit het Oude Testament. De wet van Mozes verbood ook andere vormen van seksuele onzedelijkheid (zie Leviticus 18). Maar zelfs vóór de tijd van Mozes wist Jozef uit Egypte dat hij de avances van Potifars vrouw moest weerstaan (zie Genesis 39:7–12).

Nu er in de maatschappij steeds toleranter tegen seks wordt aangekeken, en pornografie en ander seksueel aanlokkelijk materiaal zo makkelijk verkrijgbaar zijn, is de verleiding – en gelegenheid – om de wet van kuisheid te overtreden tegenwoordig waarschijnlijk groter dan ooit tevoren. Toch blijft kuisheid de norm van de Heer, en door ons aan dit verbond te houden, worden we gezegend met meer vermogen om anderen lief te hebben zoals Hij dat doet door onze ‘hartstochten [te] beteugel[en]’ (Alma 38:12).

De wet van toewijding

We wijden al onze tijd en talenten toe aan het opbouwen van het koninkrijk van God. Toewijding houdt ook in dat we onze gehele ziel aan God offeren zodat Hij ons kan heiligen.

Mozes zei: ‘U moet zich vandaag aan de Heere wijden, ja, ieder moet zich tegen zijn zoon en tegen zijn broeder keren, opdat Hij vandaag Zijn zegen over u zal geven’ (Exodus 32:29). In het verhaal van de Israëlieten wijden sommige mensen zich toe aan de Heer, zoals de weduwe die Elia te eten gaf (zie 1 Koningen 17:7–16)

Eerder in de geschiedenis slaagde het volk van Henoch erin om de wet van toewijding volledig na te leven. Zij ‘[waren] één van hart en één van zin en [leefden] in rechtvaardigheid; en er waren geen armen onder hen’ (Mozes 7:18). ‘Geen armen onder hen’ is iets wat maar weinig samenlevingen hebben bereikt (de nakomelingen van Lehi kregen het een tijd voor elkaar; zie 4 Nephi 1:3), maar tegenwoordig kunnen we ernaar streven dit verbond na te leven door een gewillig hart te hebben, te dienen waar we nodig zijn, ons dagelijks te bekeren en onze gehele ziel aan God te offeren.

In onze bedeling

De Heer nodigt ons uit om al deze vijf verbonden in één tempelceremonie te sluiten. Maar we moeten ons niet laten afschrikken door de omvang van die toezegging. Ouderling Dale G. Renlund van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd: ‘God heeft meerdere verbonden ingesteld om ons te zegenen, niet om ons te veroordelen. Ons aandachtig richten op de verbonden die we hebben gesloten en ons voorbereiden om de volgende te ontvangen, is de beste manier om ons voor te bereiden om alles te ontvangen wat onze hemelse Vader heeft.’

God heeft zijn kinderen in elke bedeling dichter tot Hem gebracht door verbonden met ze te sluiten. Wij zijn gezegend dat we in een tijd leven waarin deze verbonden ons in het huis van de Heer ter beschikking staan. Bedenk de volgende keer dat je naar de tempel gaat dat onze voorouders in het Oude Testament dezelfde verbonden sloten.

Noten

  1. Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, 27.2, Evangeliebibliotheek.

  2. Bruce D. Porter, ‘Een gebroken hart en een verslagen geest’, Liahona, november 2007, 31.

  3. Zie Algemeen handboek, 27.2.

  4. Dallin H. Oaks, ‘Twee grote geboden’, Liahona, november 2019, 73–74.

  5. Dale G. Renlund, ‘Een sterkere, nauwere band met God door meerdere verbonden’ (digitaal artikel), Liahona, februari 2025, Evangeliebibliotheek.