Mis deze devotional niet
Onze strijd met vergelijkingen
Door bedachtzaamheid en de reine liefde van Christus kunnen we de verleiding weerstaan om te vergelijken.
Naar een toespraak voor studenten aan de Brigham Young University in Provo (Utah, VS), gehouden op 7 mei 2019. Lees de hele toespraak op speeches.byu.edu.
De neiging om te vergelijken is iets waar ik altijd aan denk, omdat ik het altijd doe. Maar zelfs die bewering is een beetje misleidend. Zeggen: ‘Ik doe het altijd’, is hetzelfde als zeggen: ‘Ik adem altijd.’ Het gebeurt gewoon, zonder dat ik erbij nadenk. Het gaat automatisch, bijna natuurlijk. Daarom is het zo ergerlijk. We weten uit Mosiah 3 dat wij, als we aan onze ‘natuurlijke’ toestand worden overgelaten, moeite hebben om ons over te geven ‘aan de ingevingen van de Heilige Geest’ (vers 19).
Dus waartoe zou de Heilige Geest ons aansporen?
Ten eerste moeten we vaststellen wat het probleem is. Ik zal dat uitleggen door te vertellen hoe ik me het Schriftuurlijke verhaal in Leer en Verbonden 7 vroeger voorstelde. In deze afdeling staat hoe Johannes zijn vurige wens uitte om ‘macht over de dood’ te hebben, ‘opdat [hij zou] leven en zielen tot [Christus zou] brengen’ totdat Jezus terugkomt (Leer en Verbonden 7:2; zie ook Johannes 21:20–23). In afdeling 7 van de Leer en Verbonden staat ook dat Petrus daarentegen verlangde dat hij ‘spoedig tot [de Heer] zou kunnen komen in [zijn] koninkrijk’ (Leer en Verbonden 7:4).
Ik heb me dit scenario als volgt voorgesteld. Petrus benadert de Heiland enigszins aarzelend en vraagt: ‘Wat was de innige wens van Johannes?’ Petrus hoort dat Johannes tot de wederkomst op aarde wil blijven om het evangelie te prediken. Ik zie Petrus met een geforceerde glimlach zeggen: ‘Wauw. Dat is mooi.’ Maar in gedachten denkt hij: O nee! Ik ben zo dom! Waarom heb ik daar niet om gevraagd? Waarom heb ik daar niet eens aan gedacht? Johannes is veel rechtschapener dan ik! En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat hij sneller is dan ik! Waarom ben ik altijd zo onstuimig en reageer ik overal meteen op?
Als we dit lezen, kunnen we ons voorstellen dat Leer en Verbonden 7:5 als volgt kan luiden: ‘Ik zeg u, Petrus, [uw verlangen om spoedig in mijn koninkrijk te komen] was een goed verlangen; maar mijn geliefde [Johannes] heeft verlangd dat hij meer zou kunnen doen, ofwel een nog groter werk onder de mensen dan wat [u hebt gedaan, luilak].’ Ik weet natuurlijk dat het vers niet zo luidt. Dit is het vers letterlijk: ‘Ik zeg u, Petrus: Dat was een goed verlangen; maar mijn geliefde heeft verlangd dat hij meer zou kunnen doen, ofwel een nog groter werk onder de mensen dan wat hij al heeft gedaan’ (Leer en Verbonden 7:5; cursivering toegevoegd).
Ik voel dit met de kracht van waarheid: onze volmaakte, liefdevolle God trekt geen horizontale vergelijkingen zoals ik me in dit voorbeeld had voorgesteld. In dit vers vergeleek Jezus Johannes alleen met de vroegere Johannes zelf – Johannes met de oude Johannes. Hij vergeleek Petrus alleen met de oude Petrus, met de vroegere Petrus. En Hij vergelijkt mij alleen met mijn oude zelf.
Daar weten we alles van, toch? Maar als we deze waarheden kennen, als ze ons zo geruststellen, waarom is het dan zo moeilijk om ze te onthouden? Wat kunnen we doen?
Het bewustwordingsproces
Om te beginnen, kunnen we bedachtzaam zijn. Dus laten we eerst onze aandacht vestigen op onze neiging om te vergelijken. Hier zijn enkele dingen die ons opvallen.
We merken dat vergelijken tot allerlei problemen kan leiden. Aan de ene kant kan het arrogantie kweken. Het kan tot hoogmoed leiden. Het kan minachting en afkeer in de hand werken. Het kan leiden tot zelfvoldaanheid, gemakzucht en onverschilligheid. Aan de andere kant kan het wanhoop kweken. Het kan hopeloosheid in de hand werken. Het kan tot gevoelens van waardeloosheid en schaamte leiden. Het is een vrij krachtig instrument voor zonde en ellende!
We kunnen Nephi’s aanpak volgen. We kunnen zeggen: ‘Waarom zou ik voor verzoekingen bezwijken, zodat de boze plaats vindt in mijn hart om mijn vrede te vernietigen en mijn ziel te kwellen?’ (2 Nephi 4:27.)
We kunnen merken hoe vals die vergelijkingen vaak zijn – dat wil zeggen, dat ze vaak gebaseerd zijn op onwaarheden en verkeerde veronderstellingen, zowel door anderen als door onszelf. Dat is het waard om te vermelden, te confronteren en onszelf voortdurend aan te herinneren.
Te veel variabelen
Korihors gesprek met Alma krijgt terecht veel aandacht tijdens lessen en toespraken in de kerk. Maar volgens mij krijgt één van Korihors beweringen niet genoeg aandacht omdat die aantoonbaar onjuist is. Korihor beweerde dat ‘het daarom ieder mens wél ging naargelang zijn vaardigheid, en dat ieder mens overwon naargelang zijn capaciteit’ (Alma 30:17). Die bewering is gewoon niet waar, en als we eerlijk tegenover onszelf zijn, weten we dat het niet waar is.
Ik bedoel dat niemand in de ruime zin van het woord met recht kan zeggen: ‘Ik was voorspoedig vanwege mijn genialiteit’ of ‘Ik heb door mijn eigen kracht overwonnen’. We weten dat in de praktijk zoveel variabelen een rol spelen. Waar we geboren worden, wanneer we geboren worden, ons ras, ons geslacht, de scholen die voor ons beschikbaar zijn, het opleidingsniveau van onze ouders, genetische kenmerken zoals lengte en spiermassa, de timing van onze sollicitatie en het aantal belangstellenden voor een opleiding of een baan. Er zijn zoveel dingen waar we geen invloed op hebben. Al die factoren zijn van invloed op de mate waarin we de kans hebben om ‘voorspoedig’ te zijn of ‘te overwinnen’. Trouwens, hoe ziet ‘voorspoedig zijn’ of ‘overwinnen’ er eigenlijk uit?
Zien we in waarom vergelijken niet eerlijk is – voor ons of voor anderen? Er zijn te veel variabelen.
Dit alles wil zeggen dat we zeker meer medeleven met anderen moeten hebben, omdat we niet weten wat voor lasten zij dragen of wat voor zorgen hen belasten. En we moeten zeker nederig zijn als we succes hebben.
Minder over onszelf
Ik heb vier geweldige kinderen – Parley, Marshall, Truman en Ashley. Ik heb zoveel van hen geleerd. Een beeld dat me vandaag de dag net zo levendig bijblijft als toen het meer dan 15 jaar geleden gebeurde, is toen ik met mijn twee oudste zoons, Parley en Marshall, in de achtertuin met een bal aan het spelen was. Parley was 5 of 6 jaar oud; Marshall was waarschijnlijk 3. Ik gooide de bal om de beurt naar hen toe. Parley ving de bal bijna elke keer. Marshall niet zo vaak.
Ik zag dat Marshall zich concentreerde, naar de bal keek – en die dan niet kon vangen. Het maakte niet uit hoe ik de bal gooide, het leek wel alsof die altijd op zijn hoofd terechtkwam nadat hij door zijn handen was gevlogen, die net een tel te vroeg of te laat reageerden. Gelukkig was het een zachte, opblaasbare bal. Maar dit zal ik nooit vergeten: Marshall juichte, sprong op en neer en gilde van plezier elke keer dat Parley de bal ving. Ik hoor zijn stemmetje nog roepen: ‘Goed gevangen, Par!’ of ‘Dat was geweldig, Par!’ En dan miste hij de volgende worp die naar Hem toekwam. Maar op de een of andere manier temperde dat niet zijn enthousiasme over Parleys succes. Gevoelsmatig wist hij dat Parley niet zijn tegenstander was. Hij kon zich verheugen in Parleys succes. Hoe kunnen wij dat gevoel van kinderlijk genoegen over het geluk van anderen terugkrijgen?
Als onze motieven zuiver zijn, als we vanuit een zuiver hart handelen en als het ons enige doel is om anderen tot zegen te zijn, worden hoogmoedige vergelijkingen verworpen. Ze hebben geen invloed op ons denken. Als we met naastenliefde worden vervuld, gaan we op de Heiland lijken. Waarom waren zuivere motieven zo natuurlijk voor Hem? Omdat Hij simpelweg wist wie Hij was, en omdat Hij jou en mij kent. Dat verandert alles.
Als we ons afvragen of Jezus Zichzelf al dan niet met de mensen om Zich heen vergeleek, of troost putte uit waar Hij ‘op de ladder van succes’ stond en wie zich ‘onder’ Hem bevond, wordt de vraag onmiddellijk belachelijk. We mogen niet vergeten dat dit de Heiland is die ons – volgens de woorden in Leer en Verbonden 88 – ‘met Hem gelijk’ wil maken! (vers 107). Er is geen jaloezie, geen concurrentie. Als de verleiding om te vergelijken de kop opstak, sloeg Hij er ‘geen acht op’ (Leer en Verbonden 20:22). En we kunnen meer op Hem gaan lijken.
Waar het echt om gaat
Je zult e-mails, voicemails of berichten krijgen – misschien zelfs vandaag nog – met de mededeling dat iemand anders is aangenomen voor een baan, dat iemand anders is gekozen voor het team, dat iemand geen interesse heeft in een tweede date, dat iemand anders is geroepen als ZHV-presidente enzovoort. Maar beschouw dat niet als maatstaf van je eigenwaarde. Teleurstellingen zijn pijnlijk, maar kunnen ook wonderbaarlijk vormend zijn. ‘Wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede’ (Romeinen 8:28). Maar laat de verleiding om te vergelijken geen vernietigende kracht aan teleurstellingen geven. Deze vergelijkingen zijn vervalsingen. Ze kunnen niet goed bepalen wat echt belangrijk is. Als teleurstellingen toeslaan, moeten we diep ademhalen, en bedenken wat echt belangrijk is.
Ik weet nog dat ik erg getroffen was toen ik iemand voor het eerst hoorde citeren wat president David O. McKay over ons toekomstige gesprek met de Heer heeft gezegd. President McKay beklemtoonde dat de Heer niet naar ons beroep zal vragen, alleen naar onze integriteit. Hij vraagt niet naar ons cv met kerkroepingen, alleen naar onze bereidheid om anderen te dienen. Dat zijn dingen die er echt toe doen.
Laten we allemaal een spiegel opzoeken. Laten we naar onszelf kijken. Laten we herhalen: ‘Mijn strijd is niet met anderen, maar met mezelf. Wij strijden tegen zonde, niet tegen elkaar.’ Vervolgens moeten we met alle kracht van ons hart bidden dat we vervuld mogen worden met de reine liefde van Christus (zie Moroni 7:47–48), Hij die ‘de Leidsman en Voleinder van het geloof’ is (Hebreeën 12:2; zie ook Moroni 6:4). We moeten voorkomen dat de leugen onze ‘vreugde verstoort’ (Alma 30:22) over waarheden die dieper en overtuigender zijn dan de onwaarheid van vergelijken. Maar als we de deur uitgaan, moeten we onszelf vergeten en ons op anderen concentreren.