‘Oefening kerkleerbeheersing 9: Kerngedachten uit het hoofd leren en beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Oefening kerkleerbeheersing 9: Kerngedachten uit het hoofd leren en beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Jeremia 31–33; 36–38; Klaagliederen 1; 3: Les 137
Oefening kerkleerbeheersing 9
Kerngedachten uit het hoofd leren en beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen
Kerkleerbeheersing kan de cursisten helpen om hun fundament op Jezus Christus en zijn evangelie te bouwen. In deze les krijgen de cursisten de kans om de kerngedachten in Schriftteksten kerkleerbeheersing uit het hoofd te leren en de goddelijke beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toe te passen.
Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten een of twee Schriftteksten kerkleerbeheersing uit het Oude Testament kiezen, en de tekstverwijzing en kerngedachte uit het hoofd leren. Als ze dat willen, kunnen ze ook de hele tekst uit het hoofd leren. Laat ze zich afvragen wat ze eraan hebben om kerngedachten of teksten uit het hoofd te leren.
Mogelijke leeractiviteiten
Herhaling kerkleerbeheersing: uit het hoofd leren
Laat de cursisten de standaardwerken zien: het Oude Testament, het Nieuwe Testament, het Boek van Mormon, de Leer en Verbonden en de Parel van grote waarde. (U kunt fysieke of elektronische exemplaren laten zien, of de bovenstaande afbeelding gebruiken.)
-
Welke van deze Schriften zou de Heiland in zijn jeugd en tijdens zijn bediening op aarde hebben bestudeerd?
Leg zo nodig uit dat de Heiland toegang zou hebben gehad tot veel van de Schriften in het Oude Testament die de jongeren nu bestuderen.
Lees een of twee van de volgende Schriftteksten en ga na hoe de Heiland zinsneden of teksten uit het Oude Testament uit het hoofd leerde en gebruikte: Mattheüs 4:2–4; 19:4–5; Markus 7:9–10; Lukas 24:27.
-
Wat heb je gevonden?
De cursisten kunnen erop wijzen dat de Heiland Schriftteksten uit het hoofd leerde en gebruikte om verleidingen te overwinnen, vragen van anderen te beantwoorden, misvattingen recht te zetten en anderen te onderwijzen. Als de cursisten willen weten welke verzen de Heiland aanhaalde, kunt u vertellen dat de Heiland in Mattheüs 4:2–4 Deuteronomium 8:3 citeerde, in Mattheüs 19:4–5 Genesis 2:24 en in Markus 7:9–10 Exodus 20:12 en Deuteronomium 5:16.
Maak de cursisten duidelijk dat ze het voorbeeld van Jezus Christus volgen als ze Schriftteksten kerkleerbeheersing of kerngedachten uit het hoofd leren en in hun dagelijks leven gebruiken.
-
Welke situaties heb je meegemaakt of kun je nog meemaken waarbij het nuttig zou zijn geweest of kan zijn als je Schriftteksten uit het hoofd hebt geleerd?
Enkele voorbeelden: bij het geven van een les of toespraak, beantwoorden van vragen van anderen, zoeken naar een persoonlijk antwoord, en omgaan met verleiding.
-
Wat zijn enkele dingen die je doet of kunt doen om kerngedachten of Schriftteksten uit het hoofd te leren?
Mogelijke antwoorden: de kerngedachten of teksten opzeggen, ze opschrijven en woorden weglaten, of de kaartjes of blaadjes gebruiken die de cursisten in les 15: ‘Oefening kerkleerbeheersing 1’ hebben gemaakt.
Toon of geef iedere cursist de Schriftteksten kerkleerbeheersing die ze tot nu toe bestudeerd hebben. Er staat een lijst met Schriftteksten kerkleerbeheersing en kerngedachten uit het Oude Testament in het Basisdocument kerkleerbeheersing (2023).
Laat de cursisten de volgende activiteit doen met een door hen gekozen techniek om teksten uit het hoofd te leren. Ze kunnen bijvoorbeeld de eerste letter van elk woord in de kerngedachte of de app Kerkleerbeheersing gebruiken. Er staan meer ideeën onder ‘Herhalingsactiviteiten kerkleerbeheersing’ in het aanhangsel.
Neem een paar minuten de tijd om de verwijzingen en kerngedachten van enkele Schriftteksten kerkleerbeheersing uit het hoofd te leren. (Als je wilt, kun je naast de kerngedachte ook een hele tekst uit het hoofd leren.)
Laat de cursisten een van hun uit het hoofd geleerde kerngedachten of Schriftteksten kiezen en zich voorbereiden om de volgende vragen te beantwoorden:
-
Hoe kan deze kerngedachte of tekst jou tot nut zijn?
-
Hoe kan die je helpen om meer als de Heiland te worden?
Laat enkele cursisten iets vertellen en overweeg ook uw eigen gedachten te delen. Zoek naar manieren om de cursisten aan te moedigen de Schriften uit het hoofd te blijven leren.
De beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis leren en toepassen
De rest van de les is erop gericht de cursisten beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis in relevante situaties te helpen toepassen. Voordat u verder gaat, kunt u de cursisten vragen om deze beginselen door te nemen. Het vermogen van de cursisten om deze beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis paraat te hebben en toe te passen, zal door herhaling en oefening toenemen. Aanbevolen herhalingsactiviteiten staan in het aanhangsel onder ‘Herhalingsactiviteiten kerkleerbeheersing’. Beschrijvingen van de beginselen staan in alinea 5–12 van het Basisdocument kerkleerbeheersing (2023).
Leg het volgende scenario aan uw cursisten voor. U kunt het scenario ook aan de omstandigheden van uw cursisten aanpassen, of u kunt uw cursisten vragen hoe zij het willen aanpassen om het relevanter voor hen te maken.
Stel je voor dat je vriendin Mia zegt: ‘Ik vind de manier waarop we onze zondagen moeten doorbrengen zo saai, en ik vind het zo’n tijdverspilling. Vind je niet dat onze weekenden zo veel beter zouden zijn als we ons niet druk hoefden te maken over sabbatsheiliging?’
-
Waarom zou Mia mogelijk moeite hebben met dit gebod?
Vraag eventueel waarom het nuttig kan zijn om te weten waarom Mia gefrustreerd is.
Laat de cursisten zich afvragen hoe ze Mia met de beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis kunnen helpen de sabbat te begrijpen en er vreugde in te vinden.
De cursisten kunnen zelfstandig of in groepjes het volgende doen:
Neem een paar minuten de tijd om voor te bereiden wat Mia volgens jou kan helpen, zoals:
-
Schriftteksten, uitspraken van kerkleiders of andere bronnen die God heeft aangewezen. Dat kunnen Schriftteksten kerkleerbeheersing zijn, zoals Exodus 20:8; Jesaja 58:13–14; Mosiah 2:41; of andere verzen, zoals Leer en Verbonden 59:9, 13–15.
-
Waarheden of leerstellingen waarmee Mia dit vanuit een eeuwig perspectief kan bekijken (bijvoorbeeld hoe we daardoor meer als de Heer kunnen worden [zie Mozes 3:3]).
-
Een voorbeeld uit de Schriften, een conferentietoespraak of een persoonlijke ervaring waaruit blijkt hoe iemand met geloof in de Heer Jezus Christus de sabbat heiligt, zoals naar de kerk gaan en aan het avondmaal deelnemen. Je kunt ook beschrijven hoe de Heer hen zegende omdat zij geloof toonden. (Enkele voorbeelden uit de Schriften zijn Exodus 16:14–30 en Jarom 1:5–9.)
U kunt de cursisten zich bijvoorbeeld op de volgende manier laten voorbereiden om hun ideeën met elkaar te bespreken.
-
Geef iedere cursist een vel papier. Laat ze het in drieën delen door het te vouwen of lijnen te tekenen.
-
Laat ze op elk deel een ander beginsel voor het verkrijgen van geestelijke kennis schrijven.
-
Kies een beginsel en laat alle cursisten op hun blaadje één manier schrijven waarop het gekozen beginsel Mia kan helpen.
-
De cursisten kunnen de blaadjes doorgeven en op een ander blaadje over een ander beginsel schrijven. Laat de cursisten de blaadjes wederom doorgeven en erop schrijven.
-
Als elk blaadje meerdere ideeën bevat, laat u de cursisten het blaadje bij zich houden en lezen wat erop staat.
Laat enkele bereidwillige cursisten de volgende vragen beantwoorden op basis van wat ze hebben gelezen. U kunt de cursisten die vaak minder actief deelnemen een of meer van deze vragen laten beantwoorden. Sommige cursisten voelen zich misschien meer op hun gemak om te vertellen wat iemand anders heeft opgeschreven.
-
-
Wat heb je gelezen of opgeschreven waar Mia volgens jou veel aan zou hebben? Waarom?
-
Wat kun je daaraan toevoegen?
Als enkele cursisten iets hebben verteld, kunt u vragen of ze vinden dat Mia nog iets anders nodig heeft. Is er een nuttig beginsel voor het verkrijgen van geestelijke kennis dat je niet hebt besproken? Ga door tot de klas vindt dat ze Mia voldoende hulp hebben geboden.
Wat heb je geleerd?
Noteer in je studiedagboek wat je van deze ervaring hebt geleerd dat je wilt onthouden, bijvoorbeeld hoe de beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis je bij eventuele vragen of zorgen kunnen helpen.