‘Oefening kerkleerbeheersing 1: Beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis uit het hoofd leren en toepassen’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Oefening kerkleerbeheersing 1: Beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis uit het hoofd leren en toepassen’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Mozes 6: Les 15
Oefening kerkleerbeheersing 1
Beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis uit het hoofd leren en toepassen
Kerkleerbeheersing kan de cursisten helpen om hun fundament op Jezus Christus en zijn evangelie te bouwen. Deze les geeft de cursisten de kans de Schriftteksten kerkleerbeheersing en de kerngedachten uit het hoofd te leren, en goddelijke beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis te leren en toe te passen.
Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten een Schrifttekst kerkleerbeheersing kiezen, en de tekstverwijzing en kerngedachte uit het hoofd leren. Laat ze zich vervolgens afvragen hoe waardevol het is om die uit het hoofd te kennen.
Mogelijke leeractiviteiten
De waarde van iets uit het hoofd leren
Zet de cursisten als volgt aan het denken over de waarde van Schriftteksten uit het hoofd leren:
Stel je voor dat een vriend of vriendin na een seminarieles zegt dat het geen nut heeft om Schriftteksten uit het hoofd te leren als je ze toch in de app Evangeliebibliotheek kunt opzoeken.
-
Hoe denk je dat Schriftteksten kerkleerbeheersing uit het hoofd leren je tot zegen kan zijn?
De cursisten noemen wellicht dat ze dan beter beseffen wat er in de Schriften staat, Schriftteksten kunnen vinden als er geen apparaat voorhanden is, en de woorden van Jezus Christus paraat hebben wanneer ze die nodig hebben. Verwijs eventueel naar voorbeelden in de Schriften van mensen die in tijden van nood de woorden van God paraat hadden. Enkele voorbeelden: de Heiland (zie Mattheüs 4:1–11), Nephi (zie 1 Nephi 4:1–6) en Abinadi (zie Mosiah 12:27–37).
Herhaling kerkleerbeheersing: uit het hoofd leren
Met behulp van de volgende activiteit kunnen de cursisten de tekstverwijzingen kerkleerbeheersing uit het Oude Testament en de bijbehorende kerngedachten herhalen die ze tot nu toe dit jaar hebben geleerd. Aanvullende ideeën voor activiteiten om teksten uit het hoofd te leren staan in het aanhangsel onder ‘Herhalingsactiviteiten kerkleerbeheersing’.
Deel de cursisten eventueel in koppels in en geef iedere cursist zoveel strookjes papier als het aantal Schriftteksten kerkleerbeheersing dat tot nu toe behandeld is. Toon die Schriftteksten kerkleerbeheersing en de bijbehorende kerngedachten. Er staat een lijst met Schriftteksten kerkleerbeheersing en kerngedachten uit het Oude Testament in het Basisdocument kerkleerbeheersing (2023).
Laat de ene cursist de tekstverwijzingen kerkleerbeheersing op zijn of haar strookjes papier zetten en de andere de kerngedachten op zijn of haar strookjes papier. Als ze daarmee klaar zijn, heeft de ene cursist strookjes papier met daarop de verschillende tekstverwijzingen en de andere strookjes papier met de bijbehorende kerngedachten.
Geef de cursisten dan de volgende instructies:
-
Houd je strookjes zo vast dat jij ze kunt zien, maar je medecursist niet.
-
De eerste cursist legt een strookje met een van de tekstverwijzingen op tafel.
-
De tweede cursist zoekt dan de bijbehorende kerngedachte op en legt die op tafel.
-
De tweede cursist legt vervolgens een van de kerngedachten neer en de eerste cursist de bijbehorende tekstverwijzing.
-
Herhaal dit totdat je alle strookjes bij elkaar hebt geplaatst.
De cursisten keren de rollen daarna om en doen de activiteit opnieuw. Laat ze eventueel bijhouden hoe snel ze de activiteit kunnen doen.
Moedig de cursisten aan de app Kerkleerbeheersing te gebruiken om Schriftteksten kerkleerbeheersing uit het hoofd te blijven leren. Als u de cursisten de tekstverwijzingen en kerngedachten in toekomstige lessen kort laat herhalen, leren ze die ook beter uit het hoofd.
Beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen
De rest van de les is erop gericht om de cursisten Schriftteksten kerkleerbeheersing en de beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis in praktijksituaties te laten toepassen. Laat de cursisten voordat u verdergaat eventueel deze beginselen in alinea 5–12 van het gedeelte ‘Geestelijke kennis verkrijgen’ in het Basisdocument kerkleerbeheersing (2023) doornemen. Aanbevolen herhalingsactiviteiten staan in het aanhangsel onder ‘Herhalingsactiviteiten kerkleerbeheersing’.
Het kan nuttig zijn om kort uit te leggen dat het te midden van de vele verschillende invloeden om ons heen en de drukte van het dagelijks leven moeilijk kan zijn om ons op onze hemelse Vader en zijn plan voor ons te blijven richten. Om dit probleem te illustreren, kunt u een of beide scenario’s aandragen. U kunt de scenario’s aan de behoeften van de cursisten aanpassen.
-
Lea heeft altijd veel vriendinnen uit de buurt en op school gehad. Haar leeftijdsgenoten beschouwden haar als populair, wat ze wel leuk vond. Vorig jaar verhuisde Lea met het gezin naar een andere stad. Ze vind het moeilijk om erbij te horen. Het gebrek aan goede vriendinnen in haar nieuwe woonplaats knaagt aan haar gevoel van eigenwaarde.
-
Collin was een getalenteerd voetballer. Zijn teamgenoten, coaches en leeftijdgenoten prezen hem vaak om zijn atletische kwaliteiten en prestaties. Maar dit jaar veranderde alles toen Collin vóór het begin van het seizoen een ernstige knieblessure opliep. Hij was er kapot van toen hij vernam dat hij zijn laatste voetbalseizoen op de middelbare school zou moeten missen. In het begin leefden veel mensen met hem mee. Zijn teamgenoten deden ook moeite om hem bij teamactiviteiten te betrekken. Maar na verloop van tijd voelde Collin zich steeds meer een buitenstaander. Hij begon zich af te vragen hoe zijn leven zou veranderen omdat anderen hem niet meer als getalenteerde voetballer zagen.
-
Welke problemen of moeilijkheden moeten volgens jou in deze scenario’s aan de orde worden gesteld?
-
Waarom baseren we onze eigenwaarde soms op externe factoren zoals onze talenten of hoe mensen ons zien?
Leg uit dat de leer van de Heiland en de beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis in dergelijke situaties nuttig kunnen zijn.
Help de cursisten op weg om deze beginselen te gebruiken. Verdeel de klas daartoe in kleine groepjes. Laat de helft van de groepjes zich bezighouden met het beginsel in geloof handelen en de andere helft met het beginsel ideeën en vragen vanuit een eeuwig perspectief onderzoeken. Laat de cursisten verschillende manieren bespreken waarop hun toegewezen beginsel de personen uit de scenario’s kan helpen.
Ze kunnen hun toegewezen beginsel bijvoorbeeld midden op een vel papier noteren. Om het beginsel heen noteren de groepjes dan manieren waarop de betrokkenen in geloof kunnen handelen of ideeën waarmee ze hun zorgen vanuit een eeuwig perspectief kunnen onderzoeken.
U kunt ook de volgende vragen aan de groepjes tonen.
In geloof handelen
-
Welke geloofshandelingen kan deze persoon verrichten waardoor hij of zij zichzelf kan zien zoals God dat doet?
-
Wat voor verschil kan het in het leven van deze persoon uitmaken om prioriteit aan zijn of haar identiteit als kind van God te geven?
Ideeën en vragen vanuit een eeuwig perspectief onderzoeken
-
Wat kan deze persoon eraan hebben om aan God en zijn plan te denken? Hoe zou dat nuttig zijn in het dagelijkse doen en laten?
-
Wat wil je dat deze persoon over zijn of haar identiteit en doel begrijpt?
Bronnen die God heeft aangewezen
Als de groepjes klaar zijn, vraagt u ze naar hun inzichten. Herinner de cursisten vervolgens aan het derde beginsel voor het verkrijgen van geestelijke kennis: naar meer inzicht streven met behulp van bronnen die God heeft aangewezen. Geef de cursisten de tijd om bronnen te vinden die God heeft aangewezen waar de betrokkenen uit de scenario’s iets aan kunnen hebben. De volgende vragen kunnen daarbij nuttig zijn.
-
Hoe kunnen de leringen in een of meer van de Schriftteksten kerkleerbeheersing deze persoon van nut zijn?
-
Welke andere Schriftteksten of citaten van kerkleiders zouden nuttig kunnen zijn?
Herinner de cursisten zo nodig aan Schriftteksten of citaten van kerkleiders die ze dit jaar hebben bestudeerd en die met onze goddelijke identiteit en doel te maken hebben. Denk bijvoorbeeld aan Mozes 1:2–6; Abraham 3:22–23; Genesis 1:26–27. U kunt de cursisten ook verwijzen naar de citaten in de hand-out ‘Ik ben een kind van God’ in les 8: ‘Genesis 1:26–27’.
Laat ze bij het noemen van bronnen die God heeft aangewezen, bespreken waarom of hoe deze bronnen de betrokkenen uit de scenario’s kunnen helpen. U kunt de cursisten ook vragen hoe de beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis hen tot zegen zijn geweest bij moeilijkheden die met hun eigen identiteit te maken hadden.