‘Test je kennis 7: Job–Prediker’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Test je kennis 7: Job–Prediker’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Spreuken 1–4; 15–16; 22; 31; Prediker 1–3; 11–12: Les 112
Test je kennis 7
Job–Prediker
Als we onze geestelijke leercurve overdenken en toetsen, kunnen we dichter tot onze hemelse Vader en Jezus Christus komen. In deze les kunnen de cursisten nadenken over de doelen die ze hebben gesteld en de groei die ze dankzij hun recente studie van het Oude Testament hebben doorgemaakt.
Voorbereiding van de cursist: Vraag de cursisten zich voor te bereiden om in de les over een verhaal of lering uit het Oude Testament te vertellen dat van invloed is geweest op hun geestelijke vooruitgang.
Mogelijke leeractiviteiten
In uw lessen over Job tot en met Prediker hebt u zich wellicht op andere resultaten gericht dan die in deze les worden getoetst. Pas de activiteiten in dat geval aan om de groei te beoordelen die de cursisten hebben doorgemaakt door de leerresultaten waarop u zich in uw les hebt gericht.
In deze les krijgen de cursisten de gelegenheid om hun vooruitgang op de volgende gebieden te beoordelen:
-
De opstanding als onderdeel van het plan van onze hemelse Vader uitleggen. (NB Deze activiteit is gebaseerd op leringen uit les 98: ‘Job 14, 19’.)
-
Meer verlangen om onze hemelse Vader en Jezus Christus te aanbidden. (NB Deze activiteit is gebaseerd op een suggestie uit les 101: ‘Inleiding tot Psalmen, deel 2’. Andere lessen over Psalmen en andere boeken in het Oude Testament kunnen de cursisten ook meer hebben laten verlangen om de Heer te aanbidden.)
-
Regelmatig zelfstandig de Schriften bestuderen. (NB Deze activiteit is gebaseerd op leringen uit les 107: ‘Psalmen 119’.) Zelfs als de cursisten die les niet hebben bestudeerd, kan het hun geestelijke vooruitgang ten goede komen als ze hun Schriftstudie geregeld evalueren.)
Regelmatige controles
U kunt de cursisten aan het begin van de les duidelijk maken hoe waardevol het is om belangrijke zaken regelmatig te controleren, in plaats van er pas aandacht aan te besteden als er problemen zijn. U kunt een afbeelding laten zien van een voorwerp dat geregeld geïnspecteerd moet worden. U kunt vertellen welke zegeningen u ontving toen u de tijd nam om iets te inspecteren.
-
Waarom is het belangrijk om de volgende dingen regelmatig te onderzoeken? Wat kan er gebeuren als we daar niet de tijd voor nemen?
-
Voertuigen
-
Vooruitgang op de middelbare school
-
Lichamelijke gezondheid (bijvoorbeeld onze ogen, oren, tanden en algemene gezondheid)
U kunt vervolgens geestelijke zaken bespreken door vragen te stellen als:
-
Waarom denk je dat het belangrijk is om onze geestelijke vooruitgang periodiek onder de loep te nemen?
-
Waarom is het nuttig om zowel onze vooruitgang als mogelijke verbeterpunten te herkennen?
Neem de tijd om na te gaan hoe je studie van het Oude Testament dit jaar je geestelijke vooruitgang ten goede is gekomen. Je kunt daarbij de antwoorden op een of meer van de volgende vragen overdenken of noteren:
-
Wat heb je over onze hemelse Vader en Jezus Christus geleerd dat voor jou belangrijk is?
-
Zijn er specifieke verhalen of leringen uit de Schriften die invloed op je hebben gehad? Zo ja, hoe?
-
Ben je tevreden met je vooruitgang? Wat heeft daartoe geleid, of wat kun je doen om de beoogde resultaten te bereiken?
Als ze tijd hebben gehad om na te denken en iets op te schrijven, vraagt u enkele vrijwilligers om iets over hun gedachten en indrukken te vertellen.
De opstanding als onderdeel van het plan van onze hemelse Vader uitleggen
Zet eventueel de volgende vraag op het bord. In plaats van de cursisten de vraag te laten beantwoorden, kunt u ze ook laten vertellen wie deze vraag zou kunnen stellen of wanneer iemand deze vraag zou kunnen stellen.
-
Zullen we na onze dood weer levend worden?
Maak de cursisten duidelijk dat onze kennis van de opstanding van Jezus Christus ons kan helpen deze vraag te beantwoorden.
De volgende activiteit kan de cursisten helpen om de leer van de verzoening van Jezus Christus uit te leggen. In les 98: ‘Job 14, 19’ hebben de cursisten misschien een alinea opgeschreven als antwoord op de vraag van Job: ‘Als een man gestorven is, zal hij dan weer levend worden?’ (Job 14:14.) Laat de cursisten die alinea in hun dagboek doornemen en eventuele Schriftverwijzingen in hun antwoord lezen.
Als de cursisten geen antwoord op de vraag van Job hebben opgeschreven, kunt u ze de volgende tekstverwijzingen laten lezen.
-
1 Korinthe 15:20–22
Als de cursisten enkele minuten de tijd hebben gehad om door te nemen wat ze hebben opgeschreven of de bovenstaande Schriftteksten te lezen, laat u ze elk een getal tussen één en vier kiezen. Verdeel de cursisten in groepjes met mensen die verschillende getallen hebben gekozen. Laat ze aan hun groepje vertellen hoe ze de opstanding en de rol van Jezus Christus daarbij zouden uitleggen in de onderstaande situatie bij het door hen gekozen getal.
-
Een klasgenoot op school vraagt zich af wat we in onze kerk over het leven na de dood leren
-
Een vriend op het werk heeft net te horen gekregen dat zijn broer terminaal ziek is
-
Jonge kinderen in een jeugdwerkklas
-
Toespraak tijdens de begrafenis van een van je grootouders
Nadat de cursisten de gelegenheid hebben gehad om met elkaar te spreken, kunt u enkele bereidwillige cursisten vragen wat ze hebben geleerd. Ze kunnen iets nieuws vertellen dat ze over Jezus Christus of de opstanding hebben geleerd, of iets wat ze hebben geleerd door het aan anderen uit te leggen.
Meer verlangen om onze hemelse Vader en Jezus Christus te aanbidden
Tijdens les 101: ‘Inleiding tot Psalmen, deel 2’ zijn de cursisten misschien begonnen met het maken van een video, gedicht, tekening, meme of andere uiting van hun gedachten en gevoelens over onze hemelse Vader en Jezus Christus. Laat de cursisten hun project opzoeken of eraan denken. Laat de volgende instructies en vragen zien zodat de cursisten deze in hun studiedagboek kunnen beantwoorden. Speel eventueel rustige muziek af tijdens deze activiteit.
Bedenk eens hoe het voor je was om dit te maken. Nodig de Heilige Geest uit zodat je de gevoelens die je hebt geuit opnieuw kunt voelen.
-
Wat heb je over onze hemelse Vader en Jezus Christus geleerd of gevoeld sinds je God op deze manier hebt aanbeden?
-
Wat voor veranderingen heb je opgemerkt in je gedachten of gevoelens ten opzichte van je hemelse Vader en Jezus Christus sinds je dit hebt gemaakt? Wat voel je nu?
-
Wat zou je nu aan je project toevoegen? Wat zou je veranderen?
U kunt bereidwillige cursisten die hun project nog niet hebben gedeeld de kans geven om te vertellen wat ze hebben gemaakt, wat ze bijzonder vonden of hoe ze zich voelden.
Regelmatig zelfstandig de Schriften bestuderen
In les 107: ‘Psalmen 119’ hebt u misschien aanschouwelijk onderwijs gegeven door de lichten in het lokaal te dimmen en een lamp of zaklamp aan te doen. In dat geval kunt u dit weer doen en de cursisten Psalmen 119:105 laten lezen. Vraag ze wat ze zich van die les herinneren, bijvoorbeeld dat Gods woord als een licht voor ons is.
Misschien hebt u de cursisten in die les gevraagd om een persoonlijk Schriftstudiedoel te stellen of na te denken over hoe het ging met een doel dat ze al hadden gesteld. Laat ze evalueren hoe het er met hun Schriftstudiedoel voor staat en wat ze eraan hebben. U kunt daartoe de volgende instructies tonen.
Noteer in je studiedagboek hoe het met je Schriftstudie gaat. Je kunt daarbij enkele van de volgende vragen beantwoorden:
-
Hoe goed lukt het je om consequent aan je doel te werken?
-
Heb je het gevoel dat de Heer je leidt als je de Schriften bestudeert? Waarom wel of niet?
-
Loop je ergens tegenaan, en zo ja, wat?
-
Hoe zou je je Schriftstudie willen blijven verbeteren?
Vraag de cursisten naar hun gedachten. Als ze vertellen wat goed gaat, kunt u vragen stellen als: Hoe is dat op jou van invloed? Hoe heb je dat bereikt? Als ze vertellen wat ze moeilijk vinden, vraagt u de cursisten eventueel naar nuttige Schriftteksten of citaten van kerkleiders, of persoonlijke ervaringen. Probeer een sfeer te creëren waarin de cursisten elkaar proberen te helpen en steunen.
U kunt ook iets over uw eigen Schriftstudiedoelen en ervaringen vertellen.