Seminarie
Job 14; 19: ‘Ik weet echter: mijn Verlosser leeft’


‘Job 14; 19: “Ik weet echter: mijn Verlosser leeft”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)

‘Job 14; 19: “Ik weet echter: mijn Verlosser leeft”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht

Job 1–3; 12–14; 19; 21–24; 38–40; 42: Les 98

Job 14; 19

‘Ik weet echter: mijn Verlosser leeft’

The resurrected Jesus Christ (dressed in white robes) standing at the entrance to the Garden Tomb. Christ is portrayed looking toward the heavens.

Het kan moeilijk zijn om hoop te vinden als we het moeilijk hebben, zoals wanneer een dierbare overlijdt. Onze hemelse Vader zond zijn Zoon om de verzoening te volbrengen, die eindigde met de opstanding van de Heiland uit het graf. Dankzij de opstanding van Jezus Christus kunnen we hoop hebben. Deze les kan de cursisten duidelijk maken welke hoop uit de opstanding van Jezus Christus voortvloeit.

Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten naar de lofzang ‘Ik weet dat mijn Verlosser leeft’ luisteren of de tekst ervan lezen. Ze kunnen een favoriete zinsnede uit de lofzang kiezen die hoop kan bieden aan iemand die het moeilijk heeft.

Mogelijke leeractiviteiten

De belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis

Laat de volgende vraag zien en vraag de cursisten die in groepjes te bespreken.

  • Wat zijn enkele gebeurtenissen die volgens sommige mensen de belangrijkste in de geschiedenis van de mensheid zijn? Waarom?

President Ezra Taft Benson (1899–1994) heeft het volgende gezegd:

Head and shoulders portrait of Ezra Taft Benson

De grootste gebeurtenissen uit de geschiedenis zijn die met de langdurigste invloed op het grootste aantal mensen. Volgens die maatstaf kan er geen gebeurtenis belangrijker zijn voor personen of naties dan de opstanding van de Meester. (Leringen van kerkpresidenten: Ezra Taft Benson [2014], 100.)

Neem even de tijd om te bedenken wat je over de opstanding van de Heiland weet en waarom die belangrijk voor je is. Je kunt ook bedenken waarom we de opstanding van de Heiland als de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis kunnen beschouwen.

Moedig de cursisten aan om de Heilige Geest uit te nodigen voor meer begrip van de opstanding van Jezus Christus en de hoop die daaruit voortvloeit.

De vragen van Job

Als u les 97: ‘Job 1–3; 12–13’ hebt behandeld, kunnen de cursisten vertellen wat ze zich nog van Jobs beproevingen herinneren. Ze kunnen ook de volgende alinea lezen.

Job was een rechtschapen man die grote ellende onderging. Hij raakte al zijn bezittingen kwijt, al zijn tien kinderen kwamen om het leven toen hun huis instortte, en hij leed vreselijke lichamelijke pijn.

  • Welke vragen zou jij hebben gehad als je Job was?

Lees Job 14:7–14 en markeer de twee vragen die Job had toen hij in zijn ellende naar hoop zocht.

Als de cursisten hulp nodig hebben om de vraag van Job in vers 10 te begrijpen, kunt u uitleggen dat Job vraagt: Waar gaan we na de dood heen?

  • Wanneer heb je soortgelijke vragen gehoord of gesteld?

U kunt de cursisten laten bedenken hoe zij de vragen van Job zouden beantwoorden.

Om te zien hoe ze de vraag van Job in vers 10 kunnen beantwoorden, kunnen de cursisten vers 10 met Alma 40:6, 11–14 vergelijken. Leg uit dat de profeet Alma uit het Boek van Mormon heeft gezegd dat onze geest van de dood tot de opstanding in een staat van geluk of ellende verkeert.

Laat de cursisten bedenken hoe ze de vraag van Job in vers 14 zouden beantwoorden. U kunt een cursist ondertussen het volgende citaat laten voorlezen. U kunt ook ‘Tot we elkaar weerzien’ bekijken op ChurchofJesusChrist.org, vanaf tijdcode 0:00 tot 2:28.

3:39

Arthur Patton, een jeugdvriend van president Thomas S. Monson (1927–2018), sneuvelde in de Tweede Wereldoorlog. President Monson heeft verteld hoe het was om naar het huis van Arthur te gaan nadat hij het nieuws had gehoord:

Official portrait of President Thomas S. Monson, 2008.

Met een gebed in mijn hart betrad ik het bekende paadje naar huize Patton en vroeg me af welke woorden van troost de lippen van zo’n jonge jongen konden uiten.

De deur ging open en mevrouw Patton omarmde me alsof ik haar eigen zoon was.

[Nadat we samen hadden gebeden,] keek ze diep in mijn ogen en zei: ‘Tommy, ik ben geen lid van een kerk, maar jij wel. Zeg me, zal Arthur weer leven?’ (‘Mevrouw Patton – het vervolg’, Liahona, november 2007, 22.)

Stel je voor dat je in de schoenen van president Monson stond. Noteer in je studiedagboek een kort antwoord op de vraag van mevrouw Patton.

Moedig de cursisten aan om erbij te schrijven wat ze nog meer over de opstanding van Jezus Christus te weten komen.

‘Ik weet echter: mijn Verlosser leeft’

Lees Job 19:23–27 en let op het antwoord dat Job op zijn vragen geeft.

  • Wat wist Job?

    De cursisten kunnen iets noemen als: dankzij Jezus Christus zullen we opstaan en God weer zien.

  • Wat vond Job volgens vers 23–24 van deze waarheid?

  • Hoe kan deze kennis over Jezus Christus Job hebben beïnvloed om zijn beproevingen te doorstaan?

  • Hoe kan deze kennis ons helpen?

De cursisten kunnen het volgende citaat zelfstandig lezen en daarna vertellen wat ze opvalt.

President Dallin H. Oaks van het Eerste Presidium heeft gezegd hoe onze kennis van de opstanding van Jezus Christus ons hoop kan geven:

Official Portrait of President Dallin H. Oaks taken March 2018.

De opstanding uit de dood is de geruststellende persoonlijke pijler van ons geloof. Ze geeft onze leer betekenis, motiveert ons gedrag en geeft ons hoop op de toekomst. […]

De opstanding geeft ons perspectief en kracht om onze aardse moeilijkheden en die van onze dierbaren te doorstaan. Ze geeft ons een nieuwe kijk op de lichamelijke, mentale of emotionele gebreken waarmee we zijn geboren of die we later krijgen. Ze geeft ons de kracht om verdriet, mislukking en frustratie te doorstaan. Ieder van ons zal sowieso opstaan, dus onze sterfelijke gebreken en tegenspoed zijn slechts tijdelijk. (‘Wat heeft onze Heiland voor ons gedaan?’, Liahona, mei 2021, 75.)

  • Wanneer heb je iemand hoop zien putten uit zijn of haar geloof in Jezus Christus en zijn opstanding?

De opstanding begrijpen

Voordat u de volgende instructies laat zien, kunt u bespreken hoe we krachtiger kunnen spreken of schrijven door onze woorden met die van de Heiland en zijn profeten te verbinden. Dat doen we bijvoorbeeld door zinsneden uit de Schriften aan te halen.

Doe het volgende met de alinea die je hebt geschreven als antwoord op de vraag van mevrouw Patton:

  1. Voeg er een paar zinnen aan toe met iets wat je vandaag hebt geleerd of gevoeld over Jezus Christus en de hoop die we dankzij zijn opstanding hebben. Gebruik een zinsnede uit Job 19:25–27.

  2. Voeg nog een of twee zinnen toe met woorden of zinsneden uit andere Schriftteksten of uitspraken van kerkleiders. Zoek bijvoorbeeld naar ‘opstanding’ in de Evangeliebibliotheek, Gids bij de Schriften of Onderwerpen en vragen. Of neem pagina 48, 55–56 en 58 van Predik mijn evangelie: gids om het evangelie van Jezus Christus te delen (2023) door.

U kunt zo nodig enkele van de volgende verwijzingen geven:

1 Korinthe 15:20–22; Mosiah 16:7–8; Alma 11:42–44; Helaman 14:17; Moroni 7:41

U kunt ‘Dankzij Hem’ (2:44) tonen op ChurchofJesusChrist.org, en de cursisten vragen om iets toe te voegen aan wat ze hebben opgeschreven.

2:44

Als de cursisten klaar zijn, deelt u ze op in groepjes. Laat de cursisten in hun groepje vertellen wat ze over de opstanding van Jezus Christus hebben opgeschreven. Terwijl hun klasgenoten aan het woord zijn, kunnen de cursisten hun eigen alinea’s aanvullen.

Bekijk tot slot de rest van ‘Tot we elkaar weerzien’, vanaf tijdcode 2:28 tot 3:39, om te horen wat president Monson tegen mevrouw Patton zei.

3:39