Seminarie
Job 21–24; 38–40; 42: Beproevingen vanuit een eeuwig perspectief bezien


‘Job 21–24; 38–40; 42: Beproevingen vanuit een eeuwig perspectief bezien’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)

‘Job 21–24; 38–40; 42: Beproevingen vanuit een eeuwig perspectief bezien’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht

Job 1–3; 12–14; 19; 21–24; 38–40; 42: Les 99

Job 21–24; 38–40; 42

Beproevingen vanuit een eeuwig perspectief bezien

Job and His Friends by Ilya Repin. Job's wife grieves behind him, while his friends, Eliphaz, Bildad, and Zophar, observe his impoverished condition.

Heb je je weleens afgevraagd waarom God toelaat dat we lijden? Zijn er nog andere vragen die je jezelf hebt gesteld tijdens beproevingen? Tevergeefs probeerden Job en zijn vrienden de oorzaak van Jobs lijden te achterhalen. Hoewel God geen reden gaf, hielp Hij Job zijn beproevingen op een hogere en heiligere manier te zien. Deze les biedt de cursisten de kans om anderen hun beproevingen vanuit een eeuwig perspectief te laten bezien.

Voorbereiding van de cursist: Stel de cursisten de vraag: Waarom staat God toe dat wij beproevingen ondergaan? Laat ze naar antwoorden zoeken in bronnen die God heeft aangewezen, zoals de Schriften, leringen van kerkleiders of hun ouders. Ze kunnen ook familieleden of vrienden vragen hoe zij de vraag zouden beantwoorden.

Mogelijke leeractiviteiten

Waarom gebeuren er nare dingen?

U kunt aan het begin van de les eventueel de volgende vragen op het bord zetten. Laat de klas nog twee vragen bedenken die mensen kunnen stellen als ze hun beproevingen proberen te begrijpen. Zet deze twee vragen op het bord en nummer ze 5 en 6. Gedurende de les wordt er naar deze vragen verwezen.

  1. ‘Ik doe vast alles verkeerd. Waarom is mijn leven anders zo moeilijk?’

  2. ‘Waarom kan ik beproevingen en leed niet vermijden als ik het evangelie naleef?’

  3. ‘Ik dacht dat God van me houdt. Waarom maakt Hij mijn leven zo moeilijk?’

  4. ‘Als God echt bestaat, waarom maakt hij dan geen einde aan het lijden van mensen?’

Het kan nuttig zijn om te erkennen dat sommige cursisten zichzelf tijdens beproevingen misschien soortgelijke vragen hebben gesteld. Moedig de cursisten aan om de volgende vraag vriendelijk en respectvol te bespreken.

  • Welke veronderstellingen zouden mensen kunnen hebben als ze dergelijke vragen stellen?

    Laat de cursisten na de bespreking over de volgende vraag nadenken. Ze kunnen hun antwoord in hun studiedagboek noteren.

  • Denk je dat je iemand kunt helpen zich tot de Heer te wenden en antwoord op dit soort vragen te vinden? Waarom wel of niet?

Door bronnen die God heeft aangewezen te bestuderen, nodigen we de Heilige Geest bij ons leerproces uit. Let bij het lezen van de Schriftteksten en uitspraken in deze les op inzichten die Hij je kan geven. Bedenk hoe deze inzichten anderen kunnen helpen om vragen over hun beproevingen te beantwoorden. Zo leer je je eigen beproevingen misschien beter begrijpen.

Job en zijn vrienden

U kunt een afbeelding van Job tonen, zoals die aan het begin van deze les. Laat de cursisten kort met een medecursist bespreken wat ze zich van het verhaal van Job herinneren. U kunt daarna het volgende vertellen:

Tijdens Jobs beproevingen kreeg hij bezoek van drie vrienden. Job en zijn vrienden probeerden de oorzaak van zijn lijden te achterhalen. Hun beperkte perspectief leidde tot onjuiste aannames.

Laat aan de hand van de onderstaande verzen de linkerkant van de klas bestuderen wat Job over zijn lijden geloofde, en aan de rechterkant wat Jobs vriend Elifaz geloofde. U kunt deze verzen ook samenvatten en verdergaan onder het kopje ‘Een eeuwig perspectief’. Als u de teksten samenvat, hebben de cursisten meer tijd om het slot van Job te bestuderen en de hand-out te bespreken.

  1. Lees Job 19:6–11 en ontdek wat Job over God dacht.

  2. Lees Job 22:5–10 en ontdek wat Elifaz over Job dacht.

  • Welke onjuiste veronderstellingen hadden zij?

Als de cursisten hulp nodig hebben om te begrijpen wat ze lezen, kunt u uitleggen dat Job dacht dat God zijn beproevingen had veroorzaakt en hem in de steek had gelaten. Elifaz beschuldigde Job er valselijk van dat hij anderen slecht behandelde. Hij geloofde dat Job leed omdat hij goddeloos was.

Een eeuwig perspectief

Job bleef zich door zijn beproevingen heen worstelen en God sprak tot hem. God stelde Job veel vragen over de schepping van de wereld, die Job niet kon beantwoorden (zie Job 38–41).

Lees Job 38:4–7 en ontdek welke vragen God Job stelde.

Ouderling Dale G. Renlund van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft uitgelegd hoe God reageerde toen Job hem niet kon antwoorden:

Elder Dale G. Renlund takes an official portrait in 2021.

Het was alsof God geduldig en vriendelijk tegen Job zei: ‘Als je zelfs niet één van mijn vragen over de aarde die Ik heb geschapen kunt beantwoorden, zou het dan kunnen dat er eeuwige wetten bestaan die je niet begrijpt? Laat je je leiden door verkeerde veronderstellingen? Begrijp je mijn beweegredenen en hoe mijn plan van heil en verhoging werkt? En kun je je toekomstige lot voorzien?’

God weet in zijn wijsheid dat het een essentieel onderdeel van ons sterfelijk leven is om niet alles te weten. Vertrouwen in Hem stelt ons in staat om vooruitgang te maken en meer zoals Hij te worden. (‘Vertrouw op God en laat Hem zegevieren’, Liahona, augustus 2022, 5.)

  • Wat begrijp je door dit citaat beter over God en beproevingen?

Wijs de cursisten erop op dat God geen reden voor Jobs lijden gaf.

Lees Job 42:1–6 en ga na hoe Job op de Heer reageerde.

  • Wat valt je op aan de reactie van Job?

  • Wat heb je van Jobs verhaal geleerd dat ons kan helpen onze beproevingen beter te begrijpen?

De cursisten kunnen veel waarheden noemen, waaronder: God kan ons helpen onze beproevingen vanuit een eeuwig perspectief te bezien.

Job erkende dat zijn begrip beperkt was in vergelijking met Gods kennis en veranderde de manier waarop hij zijn beproevingen zag. Hij kwam te weten dat zijn lijden niet het gevolg van zonde of goddelijke straf was. God zegende Job aan het eind van zijn leven rijkelijk (zie Job 42:12–13).

Beproevingen begrijpen

We begrijpen misschien niet altijd de redenen voor onze moeilijkheden. Maar de Heer heeft ons van goddelijke bronnen voorzien die ons helpen onze beproevingen vanuit een eeuwig perspectief te bezien.

seminarie (pictogram) Geef de cursisten eventueel de hand-out ‘Beproevingen begrijpen’. De cursisten kunnen dit zelf doen om over zichzelf na te denken. Ze kunnen de hand-out ook met een klasgenoot of in groepjes bestuderen om hun begrip te vergroten en actiever aan de les deel te nemen.

In plaats van de hand-out te gebruiken, kunt u de cursisten ook in de Evangeliebibliotheek laten zoeken naar woorden als ‘tegenspoed’ of ‘beproevingen’ om inzichten op te doen zodat ze beproevingen beter gaan begrijpen.

Als de cursisten klaar zijn met de hand-out, kunt u ze vragen om nog eens te kijken naar de zes vragen over beproevingen die ze aan het begin van de les op het bord hebben gezet. U kunt dan een klassikale bespreking leiden met vragen zoals:

  • Wat heb je geleerd waardoor iemand met deze vragen zijn of haar beproevingen vanuit een eeuwig perspectief kan bezien?

  • Hoe heb je in je eigen beproevingen gemerkt dat de bestudeerde leringen waar zijn?

  • Wat leer je over onze hemelse Vader en Jezus Christus als je luistert naar wat anderen zeggen?

U kunt ook ‘Why Do Bad Things Happen to Good People?’ (4:39) bekijken op ChurchofJesusChrist.org. Laat de cursisten nagaan wat Brock van zijn beproevingen leerde.

4:39

Tot slot

Laat de cursisten een rollenspel spelen waarin ze anderen helpen hun beproevingen vanuit een eeuwig perspectief te bezien. U kunt dat doen door de cursisten in tweetallen te verdelen. Geef elk tweetal een zeszijdige dobbelsteen. Laat de volgende instructies zien. U kunt de instructies aanpassen als u geen dobbelstenen hebt.

Verwijs naar de zes vragen over beproevingen die op het bord staan, en doe de volgende activiteit met je koppelgenoot:

  1. Eén van jullie gooit de dobbelsteen.

  2. De cursist die de dobbelsteen heeft gegooid, stelt de ander de vraag op het bord achter het nummer op de dobbelsteen. (Als je bijvoorbeeld één oog hebt gegooid, vraag je: ‘Ik doe vast alles verkeerd. Waarom is mijn leven anders zo moeilijk?’)

  3. De andere cursist beantwoordt de vraag die hem of haar wordt gesteld. Gebruik inzichten die je in de les hebt opgedaan om je medecursist te helpen zijn of haar beproevingen vanuit een eeuwig perspectief te bezien. Vertel daarbij welke gedachten of gevoelens je over je hemelse Vader of Jezus Christus hebt.

  4. Wissel van rol en herhaal de activiteit één keer. Als je hetzelfde aantal ogen gooit, gooi dan nog een keer.

Voeg tot slot uw getuigenis toe aan wat de cursisten al hebben verteld.