Seminarie
Job 1–3; 12–13: ‘Zou ik niet hopen?’


‘Job 1–3; 12–13: “Zou ik niet hopen?”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)

‘Job 1–3; 12–13: “Zou ik niet hopen?”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht

Job 1–3; 12–14; 19; 21–24; 38–40; 42: Les 97

Job 1–3; 12–13

‘Zou ik niet hopen?’

The Old Testament prophet Job depicted kneeling on the ground looking up to the light of the Lord. His friends are in the background of the painting. Job has one hand stretched toward the light. (Job 42:1-8)

Heb je het weleens lastig gevonden om God trouw te blijven als je het moeilijk hebt? Job was getrouw en leefde een gezegend bestaan. Onverwacht verloor Job zijn rijkdom, kinderen en gezondheid. Maar Job raakte zijn geloof in Jezus Christus niet kwijt. Deze les kan de cursisten een groter verlangen geven om op hun hemelse Vader en Jezus Christus te vertrouwen zodat ze beproevingen kunnen doorstaan.

Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten zich afvragen hoe zij met hun beproevingen omgaan. Moedig ze aan zich voor te bereiden om er tijdens de les over te vertellen.

Mogelijke leeractiviteiten

Voordat u met de les van vandaag begint, kan het nuttig zijn de cursisten te vertellen dat de volgende boeken (Job–Hooglied) poëzie of wijsheidliteratuur worden genoemd. Deze boeken zijn dichterlijk geschreven en zijn niet bedoeld als geschiedkundig verslag. Net als andere Schriftuur wijzen deze boeken ons op Jezus Christus en helpen ze ons om Hem te volgen. (NB Joseph Smith heeft gezegd dat Hooglied ‘geen geïnspireerde Schriftuur’ is [zie Joseph Smith Translation, note on Song of Solomon].)

Hoe we op beproevingen reageren

Begin de les eventueel door ‘Persoon A’ en ‘Persoon B’ op het bord te schrijven. Laat de cursisten voor elk persoon een scenario bedenken, één met een langdurige beproeving en één met een korte beproeving. De volgende zinnen kunnen ze op weg helpen.

  1. Persoon A had als kind al te maken met …

  2. De dag van persoon B gaat bergafwaarts. Het begon toen …

Nadat de cursisten de twee scenario’s hebben bedacht, laat u ze de volgende vragen voor ‘Persoon A’ en ‘Persoon B’ bespreken. De cursisten kunnen dat met een klasgenoot of in groepjes doen.

  • Hoe zou het eruitzien als deze persoon slecht met deze beproeving kon omgaan?

  • Hoe zou het eruitzien als deze persoon goed met deze beproeving kon omgaan?

  • Hoe zou het eruitzien als deze persoon met vertrouwen in onze hemelse Vader met deze beproeving kon omgaan?

Als de cursisten voldoende tijd hebben gehad om de vragen te bespreken, laat u ze zich afvragen hoe ze met hun eigen beproevingen omgaan. U kunt dat onder andere op de volgende manier doen.

Bedenk op een schaal van 1–5 (1 is helemaal niet van toepassing en 5 is zeer van toepassing) in hoeverre de volgende uitspraken op jou van toepassing zijn:

  • Ik ga goed met beproevingen om.

  • Ik vind kracht in mijn hemelse Vader en Jezus Christus als ik beproefd wordt.

Sta ervoor open om iets over je hemelse Vader en Jezus Christus te voelen of leren waarmee je met meer vertrouwen in Hen je beproevingen kunt doorstaan.

Het leven van Job

Lees Job 1:1–3 en ga na wat je over Job ontdekt. (NB Het woord vroom betekent ‘vol ijver in het geloof’.)

  • Wat heb je gevonden?

U kunt de antwoorden van de cursisten eventueel op het bord zetten. U kunt het volgende voorlezen of samenvatten voordat u verder gaat met het verhaal van Job.

Het is belangrijk om te begrijpen dat Job echt bestond (zie Leer en Verbonden 121:10), maar dat zijn leven hier en daar op een poëtische manier wordt beschreven. Aan het begin van het verhaal van Job hebben de Heer en Satan bijvoorbeeld twee gesprekken. Dit zijn geen echte interacties tussen de Heer en Satan, maar ze illustreren de rol van Satan als onze tegenstander of vijand. Ze kunnen een poëtische manier zijn om de lezer voor te bereiden op het vervolg van Jobs leven: zijn beproevingen, verleidingen en verlies van wereldse bezittingen.

Om ervoor te zorgen dat de cursisten het eerste gesprek begrijpen, kunt u drie vrijwilligers vragen om voor te lezen. Eén vrijwilliger kan de woorden van de verteller lezen, een ander de woorden van de Heer en de derde de woorden van Satan. Vraag de cursisten de woorden op niet-dramatische wijze voor te lezen. Toon eventueel de volgende vragen zodat de cursisten er bij het luisteren over na kunnen denken.

Lees Job 1:6–12 om antwoord op de volgende vragen te vinden:

  • Wat beweerde Satan over Jobs rechtschapenheid?

  • Wat wilde Satan dat er met Job zou gebeuren?

Vraag de cursisten naar hun antwoorden. Maak de cursisten zo nodig duidelijk dat Satan beweerde dat Job alleen maar rechtschapen was omdat de Heer hem zegende. Satan wilde dat bewijzen door de zegeningen van Job weg te nemen.

Het voorbeeld van Job

Zet voor het volgende deel van het verhaal van Job een schema zoals het volgende op het bord. U kunt de cursisten vervolgens in tweetallen of groepjes verdelen om het schema in te vullen. Laat de groepjes vervolgens de daaropvolgende vragen bespreken. Het kan nuttig zijn om rond te lopen en de cursisten te helpen en aan te moedigen. (NB Job ‘scheurde’ zijn kleren en schoor zijn hoofd kaal als teken van rouw.)

Waaraan leed Job?

Hoe ging Job daarmee om?

Waaraan leed Job?

Lees Job 1:13–19; 2:7.

Hoe ging Job daarmee om?

Lees Job 1:20–22; 2:9–10; 13:15; 23:10.

  • Wat valt je op aan Jobs reactie?

  • Wat zou Job over God hebben begrepen waardoor hij er op die manier mee om kon gaan?

    De cursisten kunnen erop wijzen dat Job erkende dat zijn zegeningen van God kwamen (zie Job 1:21), begreep dat beproevingen deel uitmaken van Gods plan (zie Job 2:10), en wist dat God hem kende en dat zijn beproevingen hem zouden zuiveren (zie Job 23:10).

    Als de cursisten klaar zijn met de activiteit, helpt u ze een waarheid te vinden door een vraag als de volgende te stellen.

  • Wat kunnen we van Jobs voorbeeld leren dat ons in onze beproevingen kan helpen?

De cursisten kunnen onder meer iets noemen als: we kunnen ervoor kiezen om op God te vertrouwen als we beproefd worden.

U kunt de cursisten vragen om deze waarheid in Job 13:15 op te zoeken en te markeren.

Voorbeelden in de Schriften

Bedenk manieren waarop u de cursisten kunt helpen om meer vertrouwen in hun hemelse Vader te krijgen om hun beproevingen te doorstaan. U kunt de cursisten bijvoorbeeld Schriftteksten laten opzoeken waarin mensen uitleggen waarom ze op God vertrouwden om een beproeving te doorstaan. De cursisten kunnen de volgende activiteit doen.

  1. Zoek een voorbeeld in de Schriften op waarin iemand op God vertrouwde om een beproeving te doorstaan.

  2. Markeer woorden of zinsneden die verklaren waarom deze persoon op God vertrouwde.

  3. Bereid je voor om uit te leggen hoe de ideeën die je gemarkeerd hebt je hebben geholpen of kunnen helpen om God te vertrouwen.

Als de cursisten hulp nodig hebben om verhalen in de Schriften te vinden, kunt u ze in de Evangeliebibliotheek naar ‘vertrouwen’ laten zoeken. U kunt ook voorbeelden als de volgende geven:

Daniël 2:19–23 – Daniël krijgt te horen dat koning Nebukadnezar heeft geboden alle wijzen in het koninkrijk (waaronder Daniël) te laten doden als niemand zijn droom kan uitleggen.

2 Nephi 4:17–23 – Nephi treurt om zijn eigen zwakheden en voelt zich ontoereikend.

Vraag de cursisten na verloop van tijd hun bevindingen klassikaal of in groepjes te bespreken. U kunt de cursisten ook ‘Mountains to Climb’ (5:05) laten zien op ChurchofJesusChrist.org. Laat ze opzoeken wat president Eyring heeft gezegd dat hun vertrouwen in onze hemelse Vader en Jezus Christus in tijden van beproeving kan vergroten.

5:5

Tot slot

U kunt de cursisten tot slot vragen om zichzelf een briefje te schrijven of een berichtje naar zichzelf te sturen met antwoord op de volgende vraag. Als ze een briefje schrijven, laat ze het dan opvouwen en in hun zak stoppen of ergens anders bewaren waar ze het later die dag zullen zien. U kunt rustige instrumentale muziek afspelen terwijl de cursisten hun briefje of berichtje schrijven.

  • Wat heb je vandaag gevoeld waardoor je op je hemelse Vader en Jezus Christus wilt vertrouwen om beproevingen te doorstaan?