‘Psalmen 119: “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Psalmen 119: “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Psalmen 102–103; 110; 116–119; 127–128; 135–139; 146–150: Les 107
Psalmen 119
‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’
Heb je het gevoel dat je door de Heer geleid wordt als je de Schriften bestudeert? In Psalmen 119 wordt dank betuigd voor het woord van God, en wordt van de kracht ervan getuigd. Deze les kan de cursisten een plan helpen opstellen om het woord van God te bestuderen.
Voorbereiding van de cursist: Moedig de cursisten aan om vóór de volgende les zelfstandig de Schriften te bestuderen. Laat ze zich afvragen of ze tijdens hun Schriftstudie de leiding van de Heer voelen. Zo ja, kunnen zij daar dan voorbeelden van geven?
Mogelijke leeractiviteiten
Leiding en de Schriften
Om de cursisten op hun studie over de Schriften voor te bereiden, laat u ze zich afvragen hoe verschillende mensen anders tegen de Schriften aankijken. Laat de cursisten bedenken hoe deze verschillende mensen de volgende zin zouden afmaken. De cursisten kunnen deze activiteit ook doen als voorbereiding op de les. U kunt de zin vóór de les met de cursisten delen en ze vragen een voorwerp mee te nemen waarmee ze die kunnen aanvullen.
De Schriften zijn net als , omdat .
Als de cursisten een voorbeeld nodig hebben, kunt u zeggen: ‘De Schriften zijn net als een kaart of gps, omdat ze mij leiden.’
Vraag de cursisten naar hun gedachten. U kunt vragen waarom sommige mensen de Schriften graag bestuderen en anderen niet.
Laat de cursisten bedenken hoe zij de zin zouden aanvullen om te laten zien wat zij van de Schriften vinden.
Aan het eind van de les evalueer je je Schriftstudiedoel of stel je een nieuw doel. Je kunt stilletjes tot je hemelse Vader bidden om je vandaag bij je studie van Psalmen 119 te leiden. Streef naar inspiratie om het doel te stellen dat voor jou het best is.
Het woord van God is als …
De schrijver van Psalmen 119 gebruikte symbolen om het woord van God te beschrijven. Deze symbolen beklemtonen de liefde van de psalmist voor Gods woord en de zegeningen die voortvloeien uit ijverige studie en gehoorzaamheid aan zijn woorden.
Lees bijvoorbeeld Psalmen 119:105–106 en ga na wat de psalmist met het woord van God vergeleek.
U kunt de lichten in de ruimte dimmen of uitdoen en een lamp of zaklamp aandoen. Vraag de cursisten naar hun bevindingen.
-
In welke opzichten is het woord van God als een licht of lamp?
Als de cursisten iets zoals het volgende beginsel noemen, zet u dat op het bord: Als we het woord van God bestuderen, leidt Hij ons.
Als de cursisten meer hulp nodig hebben om het beginsel te vinden, kunt u vragen: ‘Wat is het verschil tussen wandelen in het licht en in het donker?’ of ‘Hoe kunnen de Schriften ons helpen om in het licht te wandelen?’ U kunt het beginsel ook opschrijven en vragen: ‘Hoe blijkt het beginsel op het bord uit deze verzen?’
Doe het licht in de kamer weer aan. U kunt de cursisten aansporen om een kruisverwijzing of link tussen Psalmen 119:105 en 2 Nephi 32:3 aan te maken. Vraag de cursisten in welke opzichten deze verzen met elkaar overeenkomen. Of bekijk ‘How I #HearHim: Elder David A. Bednar’ (1:15), Evangeliebibliotheek.
1:16Lees of toon de volgende vragen en laat enkele cursisten er één uitkiezen en beantwoorden:
-
Waarom denk je dat God ons wil leiden?
-
Hoe kunnen we gemotiveerd worden om de Schriften te bestuderen als we weten dat God ons dan kan leiden?
-
Wanneer is het woord van God als een lamp of licht geweest voor jou of iemand die je kent?
U kunt de cursisten ondertussen vragen hoe deze ideeën en ervaringen hun relatie met God hebben beïnvloed.
Andere symbolen
De psalmist maakte ook andere vergelijkingen. (NB De psalmist verwees naar het woord van God met verschillende termen, zoals getuigenissen, verordeningen, de wet, bevelen, geboden en wegen.)
Laat de cursisten aan de hand van de volgende tekstverwijzingen Psalmen 119 bestuderen:
Psalmen 119:14–16, 72, 127
Psalmen 119:22–24
Psalmen 119:33–35
Psalmen 119:50–52, 54
Psalmen 119:102–104
Deel de klas op in vijf groepjes en wijs elk groepje een van de tekstverwijzingen op het bord toe. Toon de volgende voorwerpen of afbeeldingen van die voorwerpen: een zangboek, munten (of iets dat rijkdom voorstelt), honing (of iets zoets), een afbeelding van een pad, en een afbeelding van iemand die raad geeft (bijvoorbeeld een raadgever in het Eerste Presidium of een begeleider op school).
Toon de volgende instructies:
-
Lees de toegewezen Schrifttekst en ga na waarmee de psalmist het woord van God vergeleek.
-
Pak het voorwerp of de afbeelding die bij jullie Schrifttekst hoort.
-
Bespreek hoe het voorwerp of de afbeelding iemand het belang van het woord van God duidelijk kan maken.
-
Haal voorbeelden of ervaringen aan uit jouw leven, dat van anderen of uit de Schriften waaruit blijkt hoe het voorwerp of de afbeelding met het woord van God kan worden vergeleken.
Laat de cursisten aan de hand van wat ze hebben bestudeerd het volgende beginsel aanvullen: Als we het woord van God bestuderen, zegent Hij ons met …
Enkele mogelijke antwoorden zijn vreugde (zie vers 14, 16, 35, 103), troost (zie vers 50, 52), raad (zie vers 24) en begrip (zie vers 104).
-
Hoe kan het gevonden beginsel iemand ertoe aanzetten om het woord van God te bestuderen?
-
Hoe heeft God jou of iemand die je kent met vreugde, troost, raad of begrip gezegend toen jij of die persoon zijn woord bestudeerde?
U kunt de cursisten die de vraag beantwoorden, vragen hoe deze ervaringen hun relatie met God hebben beïnvloed.
Jouw doel
Denk na over je Schriftstudie en nodig daarbij de Geest uit. Als je al een Schriftstudiedoel hebt, noteer dan in je studiedagboek wat er goed gaat en waarmee je wilt doorgaan. Je kunt ook beschrijven waarom je dit doel hebt gekozen en hoe je je daardoor dichter bij de Heer voelt. Vraag je hemelse Vader in gebed of Hij wil dat je je doel bijstelt.
Als je nog geen Schriftstudiedoel hebt, streef dan naar de leiding van de Heilige Geest om een doel te stellen. Je zou het volgende kunnen bespreken:
-
Hoelang je gaat studeren
-
Hoe vaak je gaat studeren (streef ernaar zo mogelijk dagelijks te studeren)
-
Hoe je de hulp van de Heer bij je studie gaat inroepen (bijvoorbeeld vóór je studie bidden of streven naar openbaring over wat je bestudeert)
-
Hoe je kunt onthouden, overdenken en toepassen wat je leert (bijvoorbeeld een dagboek bijhouden van wat je van je Schriftstudie leert, opschrijven wat je probeert toe te passen, of één keer per week met iemand anders bespreken wat je leert)
Vraag vrijwilligers naar hun Schriftstudiedoel en eventuele zorgen. Als de cursisten hun zorgen uiten, vraagt u de klas naar Schriftteksten, citaten van kerkleiders of persoonlijke ervaringen die kunnen helpen.
Vertel de cursisten dat ze in ‘Test je kennis 7’ de kans krijgen om verslag over hun doelen uit te brengen. Ze zullen vertellen hoe het met hun Schriftstudie gaat en welke zegeningen de Heer ze daardoor schenkt.
Als er nog lestijd over is, laat u de cursisten rustig de Schriften bestuderen. Laat ze letten op waarheden die God ons geeft waar ze nu iets aan hebben. Laat een aantal cursisten vertellen wat ze hebben gevonden.
Geef uw getuigenis van de beginselen in deze les.