Liahona
Niet verloren voor de Heiland
Liahona januari 2026


‘Niet verloren voor de Heiland’, Liahona, januari 2026.

Onder heiligen der laatste dagen

Niet verloren voor de Heiland

Ik ben dankbaar voor de troost waarmee ik in de tempel werd gezegend.

illustratie van een vrouw die naar een schilderij van Jezus Christus met een lam kijkt

Illustratie, Allen Garns, met toestemming om Del Parsons schilderij Het verloren lam af te beelden

Een familielid en haar man hebben onlangs besloten om de kerk te verlaten, samen met hun jonge kinderen. Dat was hartverscheurend nieuws voor onze familie. De weken daarna probeerden we aan het idee te wennen.

De dagen nadat ze het ons hadden verteld, waren vol verdriet, tranen en innige gebeden tot onze hemelse Vader. Een van de antwoorden op mijn gebeden was dat ik elke week naar de tempel moest gaan. Als studente en werkende echtgenote en moeder was dat een flinke taak, maar ik besloot zo gehoorzaam mogelijk aan de ingeving te zijn.

Op een avond had ik na een bijzonder zware dienst op mijn werk sterk het gevoel dat ik die avond naar de tempel moest gaan. Ik vroeg mijn zoon of hij met me mee wilde gaan om voorverordeningen te doen.

Toen we in de tempel waren, gingen we ieder onze eigen weg. Ik deed plaatsvervangend werk voor enkele zusters en luisterde naar hun beloofde zegeningen. Ik werd overspoeld door emoties. Ik kon onze dwalende familieleden maar niet uit mijn gedachten zetten.

Toen ik klaar was, kleedde ik me om en ging in de wachtruimte zitten. Maar al gauw kreeg ik het gevoel dat ik van stoel moest wisselen, zodat ik mijn zoon kon zien als hij uit de herenkleedkamer kwam.

Ik wisselde van stoel, maar voelde me onrustig op elke plek waar ik zat – totdat ik uiteindelijk op een sofa ging zitten met mijn gezicht naar de muur bij de ingang van de tempel. Ik had net de Schriften gepakt om mijn verontruste hart te kalmeren, toen ik een blik op de muur wierp.

Daar zag ik een bijna levensgroot schilderij van de Heiland met een lammetje in zijn armen. De Geest herinnerde me er plotseling aan dat hoewel mijn dierbare familieleden voor mij als verloren voelden, ze voor onze Heiland niet verloren waren.

‘Welk mens onder u die honderd schapen heeft en er één van verliest, verlaat niet de negenennegentig in de woestijn en gaat achter het verlorene aan, totdat hij het vindt?

‘En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol blijdschap op zijn schouders’ (Lukas 15:4–5).

We blijven houden van en bidden voor hen die zijn afgedwaald. Maar als ik door verdriet word overspoeld, denk ik aan die ervaring, in de hoop dat zij die verloren zijn op een dag met de hulp van een liefdevolle Heiland de weg terug zullen vinden.