‘Ik voelde me rustig’, Liahona, januari 2026.
Onder heiligen der laatste dagen
Ik voelde me rustig
Ik dacht: Alsof mijn pijn nog niet genoeg is. Nu moet ik ook nog een moeilijke lofzang spelen.
Illustratie, Allen Garns
Toen ik in dezelfde week twee roepingen als pianiste kreeg, maakte ik me zorgen hoe ik de tijd zou vinden voor mijn andere taken thuis, op mijn werk en op school. In mijn hart was het mijn grootste verlangen om de Heer te dienen, mensen zijn Geest te doen voelen en tegelijkertijd mijn talenten aan te scherpen. Ik voelde echter dat ik mij niet zo goed aan mijn nieuwe roeping kon toewijden als ik zou willen.
De week daarop werd er op mijn werk veel van me verwacht. Doordat mijn werk voornamelijk uit typen bestaat, begonnen mijn armen en polsen pijn te doen. Ik vroeg me af of ik piano zou kunnen spelen als de pijn niet overging.
Toen ik op zondag het preludium op de piano van de kapel speelde, deden mijn spieren weer pijn. Ik bad snel in mijn hart en vroeg om kracht om te kunnen spelen.
Tijdens het avondmaal besefte ik dat ik de volgende lofzang al lang niet meer gespeeld had. Ik dacht: Alsof mijn pijn nog niet genoeg is. Nu moet ik ook nog een moeilijke lofzang spelen. Toen las ik deze woorden, die precies weergaven wat ik voelde:
Terwijl ik dat las, voelde ik me rustig. Ik wist dat de Heiland mijn pijn kende. Hij had die tenslotte geleden (zie Alma 7:11–12). Ik hoefde dit niet alleen mee te maken. Ik had het niet verwacht maar ik voelde de Geest van de Heer.
Toen ik begon te spelen, voelde ik geen pijn meer, en de noten voelden vertrouwd aan voor mijn vingers. Ik besefte dat mijn dienstbetoon de weg naar genezing had geplaveid en me dichter tot mijn hemelse Vader had gebracht.
Als ik over mijn ervaring achter de piano nadenk, weet ik dat ik niet alleen speelde. Ik werd geraakt door de macht en genade van Jezus Christus – een geestelijke ervaring die ik kreeg omdat ik Hem diende. Ik weet dat Hij er altijd zal zijn om ons te steunen en kracht te geven als we bereid zijn Hem te dienen.