Kom dan en volg Mij
Leer en Verbonden 95; 103; 107
Verborgen schatten
Duik in de Schriften. Het is de moeite waard.
De Heer herinnert ons op liefdevolle wijze aan de geboden die we negeren.
In Leer en Verbonden 95 was de Heer teleurgesteld in de heiligen. Eerder had hij hun geboden om een tempel te bouwen (zie Leer en Verbonden 88:119), maar vijf maanden later hadden ze er nog niets aan gedaan.
Dat zal nu niet zo snel gebeuren. Het bouwen van tempels heeft grote prioriteit! Maar de Heer had in 1833 nog niet veel over tempels geopenbaard. De heiligen begrepen nog niet goed hoe belangrijk ze zouden zijn.
Dus wat deed de Heer? Hij legde in detail uit waarom Hij wilde dat ze een tempel bouwden (zie Leer en Verbonden 95:8–17). Hij ging dieper in op wat Hij eerder had gezegd, gaf nieuwe inzichten en maakte duidelijk hoe belangrijk het is.
Zonde leidt tot kastijding, maar de Heer belooft nog steeds zegeningen.
In 1834 vroegen de heiligen zich af waarom de Heer had toegestaan dat hun vijanden hen vervolgden en ze van hun eigen land verjoegen. Bij monde van de profeet Joseph Smith gaf de Heer twee antwoorden.
Het eerste antwoord was dat de Heer soms toelaat dat de goddelozen slechte dingen doen ‘om de maat van hun ongerechtigheden te vullen’ (Leer en Verbonden 103:3). Alma zei het op deze manier: ‘Hij laat toe dat zij [slechte dingen] doen […] opdat de oordelen die Hij in zijn verbolgenheid over hen zal uitspreken, rechtvaardig zullen zijn’ (Alma 14:11).
Het tweede antwoord dat de Heer gaf over de oorzaak van hun problemen, was wat moeilijker voor de heiligen om aan te horen: ‘Opdat zij die zich naar mijn naam noemen, voor een korte tijd gekastijd zouden worden […] omdat zij niet volledig geluisterd hebben naar de voorschriften en geboden die ik hun gegeven heb (Leer en Verbonden 103:4).
Dat betekent niet dat God de goddeloze en slechte daden van hun vijanden goedkeurde. Hij ‘inspireerde’ de bendes niet om de heiligen aan te vallen; Hij liet ze hun keuzevrijheid gebruiken en Hij greep niet in om hen te stoppen.
Maar de Heer beloofde dat de heiligen ‘nooit [zouden] ophouden te zegevieren’ als zij gehoorzaam waren (Leer en Verbonden 103:7).
Waarom is het priesterschap naar Melchizedek vernoemd?
Je hebt je misschien weleens afgevraagd waarom het hogere priesterschap naar Melchizedek is vernoemd. De Heer heeft bij monde van de profeet Joseph Smith gezegd:
‘Vóór [Melchizedeks] tijd werd het het heilig priesterschap naar de orde van de Zoon van God genoemd. Maar uit respect of eerbied voor de naam van het Opperwezen, om een al te veelvuldige herhaling van zijn naam te vermijden, heeft de kerk in de dagen vanouds dat priesterschap vernoemd naar Melchizedek, ofwel het Melchizedeks priesterschap’ (Leer en Verbonden 107:3–4).
Bedenk eens hoe vaak we het ‘Melchizedeks priesterschap’ in kerkbijeenkomsten en gesprekken noemen. Stel je voor dat we in plaats van ‘Melchizedek’ elke keer ‘de Zoon van God’ zouden zeggen. Het zou respectloos over kunnen komen. De Heer wilde dat voorkomen.