De zegeningen van priesterschapsgezag en -macht
Gods priesterschap is in onze tijd hersteld om al zijn kinderen te zegenen.
Herstelling van het Melchizedeks priesterschap, Walter Rane
Jongeren stellen vaak vragen over het priesterschap. Ons getuigenis aan de wereld over het priesterschap is:
-
Het heilige priesterschap van God is essentieel in het volbrengen van zijn werk van heil en verhoging.
-
God heeft het priesterschap op aarde hersteld.
-
Het priesterschap wordt bediend door De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
Waarom we priesterschapsgezag en -macht nodig hebben
Jezus Christus is het hoofd van de kerk. De kerk is het middel waardoor Hij het essentiële werk van de verlossing van de mensheid kan volbrengen. Door de kerk kan Hij:
-
zijn evangelie over de hele wereld verkondigen;
-
de doop en alle andere verbonden bieden – een verbondspad naar zijn celestiale koninkrijk;
-
families voor eeuwig verenigen;
-
de gaven van heil bieden, zelfs aan hen die zonder die gaven zijn gestorven;
Jezus onderwijst Maria, Dan Burr
Om dit grote werk tot stand te brengen en de wederkomst van de Heiland voor te bereiden, heeft de kerk Gods voortdurende leiding, gezag en macht nodig. De kerk is de ‘ware en levende kerk’ (Leer en Verbonden 1:30), omdat Christus haar door zijn priesterschap met leiderschap en macht leidt.
Zonder dit heilig priesterschap zou de kerk een wereldse organisatie zijn, zoals vele andere, die goede dingen doet in de wereld maar niet de macht heeft om Gods kinderen voor te bereiden op de vreugde van het eeuwige leven in zijn tegenwoordigheid. Met dit priesterschap, en de sleutels om het werk van het priesterschap te leiden, is er zowel gezag als orde in de kerk.
‘Al het priesterschapsgezag wordt uitgeoefend op aanwijzing van hen die priesterschapssleutels dragen.
Waardige mannelijke kerkleden ontvangen priesterschapsgezag wanneer hun het priesterschap wordt verleend en zij tot een priesterschapsambt worden geordend. Alle kerkleden kunnen gedelegeerd gezag uitoefenen als ze aangesteld of aangewezen zijn om aan Gods werk deel te nemen.’
In onze tijd hersteld
Toen het Boek van Mormon in 1829 werd vertaald, begon de Heer zijn priesterschapsstructuur op te zetten. Joseph Smith en Oliver Cowdery hadden een vraag over de doop en als antwoord verscheen de herrezen Johannes de Doper, die hun het Aäronisch priesterschap verleende, dat ‘de sleutels omvat van de bediening van engelen en van het evangelie van bekering en van de doop door onderdompeling tot vergeving van zonden’ (Leer en Verbonden 13:1). Met dat gezag doopten Joseph en Oliver elkaar en anderen toen de kerk formeel werd gesticht.
Niet lang daarna verschenen de apostelen vanouds Petrus, Jakobus en Johannes die het hogere of Melchizedeks priesterschap verleenden, met inbegrip van ‘de sleutels van mijn koninkrijk, en een bedeling van het evangelie voor […] de volheid der tijden!’ (Zie Leer en Verbonden 27:12–13; 128:20.)
Aanvullend priesterschapsgezag kwam toen drie profeten vanouds, Mozes, Elias en Elia, in de Kirtlandtempel aan Joseph en Oliver verschenen en hun de sleutels van de vergadering van Israël en van het werk in de tempels van de Heer verleenden (zie Leer en Verbonden 110:11–16).
De macht om te zegenen
Kortom, het doel van het priesterschapsgezag en de -macht die Jezus Christus heeft hersteld, is om te zegenen. Alle kerkleden kunnen de macht van God gebruiken om anderen in de kerk, thuis en over de hele wereld te dienen en tot zegen te zijn. Leden werken samen met de Heiland in zijn werk van heil en verhoging, waarbij zij goddelijke gaven en macht kunnen gebruiken die veel groter zijn dan die van henzelf, om het koninkrijk van God te laten groeien en de aarde te vullen (zie Leer en Verbonden 65:2, 5–6).
De Heer heeft uitgelegd: ‘Dit grotere [Melchizedeks] priesterschap bedient het evangelie en omvat de sleutel van de verborgenheden van het koninkrijk, ja, de sleutel van kennis van God.
Daarom, in de verordeningen daarvan is de macht der goddelijkheid kenbaar’ (Leer en Verbonden 84:19–20).
Verordeningen zijn ceremonies, bediend door de priesterschap, waarbij we verbonden met God sluiten. Dit begint bij de doop en gaat door tot we verbonden sluiten in de tempel. Door ons aan deze verbonden te houden, veranderen we, door de verzoenende genade van Christus, van ‘natuurlijke’ mannen en vrouwen in heiligen (zie Mosiah 3:19). Dan worden we gerechtvaardigd en geheiligd, oftewel schuldeloos en vlekkeloos, voor het aangezicht van God (zie Leer en Verbonden 20:29–31; 3 Nephi 27:16–20).
Christus in Amerika, Ben Sowards
In ‘De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus: een proclamatie aan de wereld in het 200e gedenkjaar’ van het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen staat een passende samenvatting:
‘Wij verklaren dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, die op 6 april 1830 is opgericht, de herstelde nieuwtestamentische kerk van Christus is. Deze kerk is verankerd in het volmaakte leven van haar hoeksteen, Jezus Christus, en in zijn oneindige verzoening en letterlijke opstanding. Jezus Christus heeft weer apostelen geroepen, en heeft hun priesterschapsgezag verleend. Hij nodigt ons allen uit om tot Hem en zijn kerk te komen, de Heilige Geest en de heilsverordeningen te ontvangen, en blijvende vreugde te verwerven.’