Jeugd aan het woord
Bidden komt pesten te boven
Illustratie, Katelyn Budge
Ik had veel kinderen op school die zich als nepvrienden gedroegen. In de gang zeiden ze: ‘Hoe gaat het, vriend?’ En dan lachten ze en fluisterden ze over mij. Anderen plaagden me om hoe ik eruitzag. Het was erg stressvol en maakte me onzeker.
Ik bad vroeger niet vaak. Maar vooral toen ik op school gepest werd, begon ik meer te bidden. In het begin wist ik niet goed wat ik moest zeggen. Maar na verloop van tijd voelde ik me op mijn gemak om met mijn hemelse Vader te praten, omdat ik een band met Hem had opgebouwd.
Als er nu iets aan de hand is op school, bid ik gewoon in mijn gedachten. Ik weet dat Jezus Christus bij me is en dat Hij de beste Vriend is die ik maar kan hebben. Door te bidden en Christus indachtig te zijn, besef ik dat wat anderen zeggen er niet toe doet. Het gaat erom wat mijn hemelse Vader en Jezus Christus van mij vinden.
Joshua G. (14), Michigan (VS)
Speelt graag viool.