‘Het Pascha’, Vriend, april 2026, 46–48.
Kom dan en volg Mij
Het Pascha
Mozes ging naar de farao en vroeg hem om de Israëlitische slaven vrij te laten. De farao weigerde. De Heer stuurde plagen naar Egypte, maar de farao weigerde nog steeds.
De Heer zei dat Hij nog een laatste plaag zou sturen. Het eerstgeboren kind in elk gezin in Egypte zou sterven. Maar als de Israëlieten zijn instructies opvolgden, zou de plaag aan hen voorbijgaan.
De Heer zei dat de Israëlieten een lam, een mannetje zonder enig gebrek, moesten offeren en het bloed van het lam boven hun deur strijken.
De plaag kwam. Alle Egyptische eerstgeborenen stierven, ook de zoon van de farao. Maar de eerstgeborenen van Israël werden gespaard, omdat ze de Heer gehoorzaamden.
De farao zei dat Mozes en de Israëlieten uit Egypte moesten vertrekken. Maar de farao was boos. Hij achtervolgde hen met zijn leger.
De Israëlieten sloegen hun kamp op bij de Rode Zee. Toen ze de Egyptenaren zagen aankomen, waren ze bang. Mozes zei dat de Heer hen zou beschermen.
Mozes hield zijn staf omhoog en de Heer spleet de zee. De Israëlieten staken de zee op droge grond over.
Toen de Israëlieten veilig aan de overkant van de zee waren, stroomde het water terug en verdronk het leger. De Israëlieten waren eindelijk vrij.