‘Slecht in badminton’, Vriend, april 2026, 38–39.
Slecht in badminton
‘Maar ik wil er nu beter in zijn’, zei Shia.
Een waargebeurd verhaal uit de Filipijnen.
Shia haalde diep adem en probeerde zich te concentreren. Ze kon het. Ze liet de shuttle uit haar hand vallen, zwaaide haar racket en…
Pok!
De shuttle viel vlak voor haar tenen op de grond.
Shia hijgde en fronste. Misgeslagen. Alweer.
Papa kwam van de rand van het badmintonveld aanrennen. ‘Goed geprobeerd! Misschien kun je de volgende keer dat je serveert je pols iets meer buigen.’
‘Serveren is zo moeilijk!’ zei Shia. Ze keek naar het andere veld waar haar nichtje en neefje, Analyn en Jovan, speelden. De shuttle vloog over het net terwijl ze er om de beurt met hun rackets tegenaan sloegen. Het leek zo makkelijk als zij het deden!
Papa legde zijn hand op haar schouder. ‘Je wordt wel beter in badminton. Het vergt alleen wat oefening.’
‘Maar ik wil er nu goed in zijn’, zei Shia.
Papa glimlachte. ‘Misschien gaat het morgen tijdens je training wel beter.’
Maar de volgende dag ging het tijdens de training niet beter. Shia miste de shuttle vaker dan dat ze hem raakte. Ze kon hem niet over het net serveren. En tijdens de pauze struikelde ze en morste ze een scheut water op haar sportkleding.
Layla, de aanvoerster van het team, wees naar haar natte shirt en lachte. ‘Je bent zo onhandig, Shia!’
Shia’s wangen begonnen te gloeien. Toen riep haar coach iedereen naar het veld.
‘Oké, iedereen, het toernooi is over een paar weken. Zoek allemaal een partner!’
Analyn tikte Shia op de schouder. ‘Wij kunnen samen spelen. Ik help je wel met oefenen.’
Layla lachte. ‘Shia is de slechtste speler in het team! Je gaat nooit winnen als zij je partner is.’
Shia keek naar de grond. Layla had gelijk. Ze was de slechtste speler in het team en ze wist niet zeker of ze ooit beter zou worden.
Toen Shia thuiskwam, was mama op het fornuis kip adobo aan het maken. Haar broertje, Tolome, huilde en hield mama’s been vast.
Mama keek opgelucht toen ze Shia zag. ‘O fijn, je bent thuis! Kun je Tolome overnemen en met hem spelen terwijl ik het eten klaarmaak?’
Shia had geen zin om te spelen. Maar Tolome zag er zo verdrietig uit! Ze pakte hem op. Tolome bleef maar huilen.
Shia zette hem op de grond en haalde wat knutselpapier uit de kast. Stilletjes begon ze een origamikat te vouwen.
Tolome keek haar aan en kalmeerde langzaam. Shia maakte de kat af en hield die omhoog. ‘Miauw!’
Tolome giechelde. Shia gaf hem de origamikat en vouwde kraanvogels, konijnen en schildpadden van papier om mee te spelen.
‘Wat kun jij goed helpen!’
Shia draaide zich om en zag mama glimlachen. ‘Dank je wel dat je me vandaag hebt geholpen. Daardoor lijk je op Jezus’, zei mama.
‘Ik ben blij dat ik kon helpen.’ Shia zag hoe blij Tolome was en voelde zich warm vanbinnen. Zelfs al kon ze bij badminton de shuttle niet goed serveren, ze kon misschien wel heel hard proberen om de beste te zijn in haar gezinsleden dienen.
De weken daarna probeerde Shia beter te worden in serveren op het veld en in thuis dienen. Ze trainde elke dag na school op het badmintonveld. Na de training hielp ze mama met Tolome. En ze bad dat haar hemelse Vader haar zou helpen om zich op haar toernooi voor te bereiden.
Toen de dag van het toernooi aanbrak, was Shia erg zenuwachtig! Ze liep met Analyn het veld op. Mama, papa en Tolome zwaaiden vanaf de tribune. Toen het haar beurt was om te serveren, haalde Shia diep adem. Ze kon het.
Shia liet de shuttle uit haar hand vallen, zwaaide haar racket en…
Pats!
Hij ging over het net! Ze hoorde papa juichen. Het was haar gelukt!
Misschien waren serveren en dienen toch niet zo moeilijk.
Illustraties, Beatrice Costamagna. Kopiëren alleen toegestaan voor kerkelijk gebruik.