‘De jam-oorlog’, Vriend, april 2026, 28–29.
De jam-oorlog
‘Wie had gedacht dat kinderen zo veel goeds konden doen?’
Een waargebeurd verhaal uit de VS.
‘En actie!’
Evans broertje Ethan tikte op de opnameknop op de tablet en Evan begon te praten. ‘Hallo, ik ben Evan. Ik wilde meer dienstbetoon doen en ontdekte de voedselbank in onze stad.’
Evan en Ethan vonden het leuk om samen films te maken, maar dit was een bijzondere video.
De voedselbank gaf voedsel aan gezinnen die niet genoeg geld hadden om boodschappen in de winkel te kopen. Op dit moment zat de voedselbank helemaal zonder jam. Ze vroegen mensen om jam te doneren.
Evan was altijd blij als hij aan dienstbetoon deed, dus besloot hij jam in te zamelen en te doneren. Hij was een video aan het maken waarin hij zijn buren vroeg om ook te helpen.
‘Als je wilt helpen, kun je jam bij mij thuis afgeven. Je kunt ook geld overmaken, dan koop ik de jam voor je!’ zei Evan terwijl Ethan filmde.
Toen ze klaar waren met filmen, bewerkte Evan de video totdat hij perfect was om te posten. Toen mama de video online had gezet, brachten mensen jam en maakten ze geld over om nog meer jam te kopen!
In de winkel stopte Evan potten jam in een karretje. ‘Met meer kinderen zou dit nog leuker zijn’, zei hij. ‘Misschien kunnen de kinderen bij mij op school helpen.’
‘Goed idee!’ zei mama.
De volgende dag vroeg Evan op school of hij directeur Sanchez mocht spreken. Hij legde zijn idee uit om jam voor de voedselbank in te zamelen.
‘We kunnen er een wedstrijd van maken’, zei Evan. ‘Laten we het de jam-oorlog noemen.’
‘Dat is een geweldig plan!’ zei directeur Sanchez.
Evan maakte flyers voor al zijn leeftijdsgenoten op school om hen te vertellen over de jam-oorlog.
De week daarop deden ze allemaal mee aan de jam-oorlog. Elke klas probeerde zoveel mogelijk potten jam mee te nemen.
Tijdens de lunch was iedereen enthousiast over de jam-oorlog. ‘Ik heb nog nooit aan zo’n wedstrijd meegedaan’, zei Evans vriendin Maria. ‘Ik hoop dat mijn klas wint.’
‘Wedden dat mijn klas wint?’ zei hun vriend Isaac. ‘Ik heb vandaag drie potten meegenomen.’
Evan zag dat de dozen in elk klaslokaal met potten gevuld werden.
Tijdens de pauze was Evan met zijn vriend Gabe in het zand aan het graven. ‘Heb je al potten jam meegenomen?’ vroeg hij.
‘Ik heb er vijf van mijn vader meegekregen om te doneren! Ik heb ze vanmorgen in de doos gedaan’, zei Gabe.
‘Wauw!’ Evan kon niet geloven hoeveel kinderen meededen aan de jam-oorlog.
Al gauw waren de dozen helemaal vol met potten jam. Alle klassen en leraren die hadden meegedaan gingen naar een klaslokaal om van Evan te horen wie de jam-oorlog had gewonnen.
‘We hebben samen meer dan tweehonderd potten jam ingezameld!’ zei Evan. Alle kinderen juichten.
‘Iedereen heeft het heel goed gedaan, maar er kan maar één klas de winnaar zijn’, vervolgde Evan.
Iedereen hield zijn adem in om te horen wie er gewonnen had.
‘De klas van juf Child heeft gewonnen!’
De kinderen uit de klas van juf Child sprongen op en neer en klapten in hun handen.
Na school liep Evan met zijn vrienden naar huis.
‘Mijn klas heeft niet gewonnen, maar ik ben blij dat ik andere mensen heb kunnen helpen’, zei Maria.
‘Ik ook’, zei Evan. ‘Wie had gedacht dat kinderen zo veel goeds konden doen?’
Evan kon niet wachten om alle jam naar de voedselbank te brengen. Hij kreeg een warm gevoel vanbinnen toen hij dacht aan alle mensen die door hun donaties eten zouden hebben.
Maar hij wist vooral dat hij Jezus Christus had gevolgd door anderen te helpen. Evan wilde zich de hele tijd zo voelen.
‘Mama,’ zei hij toen hij thuiskwam, ‘wanneer kunnen we ons volgende dienstbetoonproject doen?’
Illustraties, Minna Miná. Kopiëren alleen toegestaan voor kerkelijk gebruik.