‘Lenkana’s gebroken arm’, Vriend, februari 2026, 38–39.
Lenkana’s gebroken arm
Hoe moet ik nu spelletjes spelen? Hoe kan ik plezier hebben?
Een waargebeurd verhaal uit Kenia.
‘Blijven gaan, Lenkana!’ riep Gideon.
Lenkana grijnsde en rende sneller, terwijl hij de voetbal in de gaten hield.
Lenkana hield van spelletjes. Of hij nu na school met zijn vrienden buiten speelde of thuis aan zijn computer zat, hij kon niet anders dan lachen. Voor Lenkana waren spelletjes de beste manier om zich blij te voelen. Want hoe kon hij zich blij voelen als hij geen plezier had?
Lenkana rende zo hard als hij kon om de bal in te halen. Maar plotseling: PLOF! Hij struikelde en viel hard op de grond. Pijn schoot door zijn hand.
‘Auw!’ riep hij. Zijn vrienden kwamen om hem heen staan.
Gideon riep Lenkana’s moeder en hielp hem rechtop zitten. Lenkana’s arm deed zoveel pijn dat hij zijn tranen niet kon bedwingen. Zijn moeder rende naar hem toe en bracht hem snel naar het ziekenhuis.
In het ziekenhuis controleerde de dokter zijn arm. ‘Je hebt een kleine breuk’, zei hij. ‘We zullen je arm in het gips zetten en dan zal hij snel genezen.’
Lenkana was verdrietig. ‘Hoe moet ik nu spelletjes spelen? Hoe moet ik plezier hebben?’
Mama hield zijn goede hand vast en glimlachte. ‘Je arm wordt weer beter. Maar laten we nu iets anders zoeken om je gelukkig te maken.’
Die avond zat Lenkana gefrustreerd op zijn bed. Zijn arm deed pijn en hij kon zelfs zijn favoriete spelletjes op de computer niet spelen.
Toen kreeg hij een idee. Als ik verdrietig ben, kan ik over Jezus lezen.
Hij pakte zijn Schriften en sloeg het boek Mattheüs op. Hij las over de geboorte van Jezus Christus. Toen ging hij naar het verhaal waarin Johannes de Doper Jezus doopte. Dit waren zijn lievelingsverhalen in de Bijbel. Daardoor voelde hij zich warm vanbinnen.
Op dat moment kwam zijn broertje de kamer binnen.
‘Hé, Lenkana,’ zei hij, ‘raad eens wat ik ben!’
Zijn broer trok gekke bekken. Al snel lachte Lenkana toen ze een raadspelletje speelden. Hij voelde zich lichter.
De volgende zondag zag Lenkana Gideon in de kerk.
‘Hoe gaat het met je arm?’ vroeg Gideon.
‘Hij doet nog steeds een beetje pijn,’ zei Lenkana, ‘maar ik ben vanbinnen blij.’
Gideon hield zijn hoofd schuin. ‘Wat heeft je blij gemaakt?’
Lenkana grijnsde. ‘Mijn familie, mijn broer en Jezus!’
Gideon lachte. ‘Dat is een goed antwoord.’
Lenkana luisterde in het jeugdwerk naar de les over de verzoening van Jezus Christus. Zijn leerkrachten legden uit dat Jezus leed zodat iedereen op een dag weer bij onze hemelse Vader kan zijn. Ze zeiden dat Jezus al onze gevoelens begrijpt, zowel de verdrietige als de blije gevoelens.
Lenkana voelde zich nog gelukkiger toen hij naar hen luisterde. Hij wist dat hij, zelfs als hij niet zo’n plezier had, toch door kon gaan. Zijn familie zou hem opvrolijken en Jezus Christus zou hem sterken. Hij was nooit alleen.
Illustraties, Kimberlie Clinthorne-Wong