Vriend
De denkplek
Vriend februari 2026


‘De denkplek’, Vriend, februari 2026, 4–5.

De denkplek

Wat zou Jezus doen als Hij hier was?

Een waargebeurd verhaal uit de VS.

Illustratie van twee meisjes die met hun moeder op een sofa zitten met een schilderij van Jezus Christus aan de muur

June vond het niet leuk om op de denkplek te zitten!

Bij haar thuis moest je op de grote, zachte zitbank zitten als je iets verkeerds had gedaan. De laatste tijd zat June daar vaak, bijvoorbeeld als ze een leugen vertelde of een puinhoop in de keuken maakte zonder op te ruimen. Maar meestal zat ze op de denkplek als ze ruzie had gemaakt met haar zusje Kelly.

Vandaag zat June aan de ene kant van de zitbank en Kelly aan de andere kant. Mama zat bij hen en wees naar de plaat van Jezus Christus aan de muur.

‘Bedenk eens hoeveel de Heiland van je houdt’, zei mama. ‘Wat zou Jezus doen als Hij nu hier was? Wat zou Hij willen dat jij deed?’

June staarde naar de grond. Ze wilde niet naar de afbeelding kijken. Ze wist dat Jezus wilde dat ze lief was. Maar ze was ook bang dat Hij boos op haar zou zijn omdat ze ruzie maakte.

Een paar dagen later, toen hun vriendin Samantha bij hen thuis was, hadden June en Kelly de grootste ruzie ooit.

Nadat Kelly was weggestormd, was June zo boos dat ze dacht dat ze zou ontploffen. ‘Ik wil niet meer met Kelly spelen. Ze is altijd zo gemeen!’

‘Maar ik vind het leuk om met jullie allebei te spelen’, zei Samantha. ‘En Kelly is niet altijd gemeen.’

‘Ze doet altijd gemeen tegen mij’, zei June. ‘Ze schreeuwt tegen me en scheldt me uit en … ze slaat me!’

Samantha keek haar met grote ogen aan. ‘Ik heb nooit gezien dat ze jou sloeg.’

‘Dat doet ze wel, hoor’, zei June. ‘De hele tijd!’

Samantha keek verdrietig. June voelde zich niet goed. Waarom had ze zo’n gemene leugen verteld?

Ze hoorde een geluid bij de deur en keek op. Daar stond Kelly. Ze had alles gehoord! Kelly rende huilend weg. June kreeg een knoop in haar maag.

Samantha ging naar huis. Maar June bleef op de grond zitten. Na een tijdje kwam mama de kamer in.

‘Kelly is verdrietig’, zei ze. ‘Wat is er gebeurd?’

June keek naar de grond. ‘Eh … ik heb gelogen. Ik zei dat ze me slaat. Maar dat is niet waar. Misschien moet ik met haar gaan praten.’

June wist dat ze sorry moest zeggen. Maar wat als Kelly haar niet zou vergeven?

June keek om zich heen en zag dat Kelly op de denkplek lag. Ze ging naast haar zitten. Maar ze wist niet wat ze moest zeggen om het goed te maken. Ze begon te huilen.

illustratie van meisje dat droevig haar knieën tegen haar borst drukt

‘Het spijt me’, zei June. ‘Ik weet niet waarom ik zo’n gemene leugen heb verteld. En ik wil graag met je spelen.’

June verwachtte dat Kelly zou gaan schreeuwen. In plaats daarvan ging ze rechtop zitten en gaf June een dikke knuffel. ‘Ik vergeef het je’, zei ze.

‘Wat?’ zei June verbaasd.

‘Het spijt mij ook’, zei Kelly. ‘Laten we geen ruzie meer maken.’

June veegde haar tranen weg. ‘Dat lijkt me een goed idee.’

Ze keek naar de plaat van Jezus Christus. ‘Ik was altijd bang dat Hij boos op me zou zijn omdat ik ruzie maakte’, zei June. ‘Maar zo is Jezus niet. Wat zou Hij doen, denk je?’

‘Ik denk dat Hij ons een dikke knuffel zou geven’, zei Kelly. ‘En Hij zou ons vragen lief voor elkaar te zijn.’

June glimlachte. ‘Dat denk ik ook.’

Illustratie, Shawna J.C. Tenney