‘Het allerbeste geschenk’, Vriend, december 2024, 36–37.
Het allerbeste geschenk
Jessica vroeg zich af of Jozef en Maria zich verloren en alleen voelden, zoals zij zich nu voelde.
Dit verhaal speelde zich af in de Verenigde Staten.
Jessica friemelde zenuwachtig in de auto op weg naar de wijk van haar oom en tante. Over een paar dagen was het Kerstmis, maar ze had geen zin om het te vieren.
Eerder die week was er bij haar thuis brand geweest. Iedereen was veilig, maar hun huis had schade opgelopen. Veel van hun spullen hadden brandschade. Jessica en haar moeder, broer en twee zussen waren bij haar oom en tante ingetrokken totdat hun huis was opgeknapt.
Jessica’s tante glimlachte naar haar. ‘Ik weet zeker dat je het naar je zin zult hebben in ons jeugdwerk’, zei ze.
Jessica was daar niet zo zeker van. Ze was zenuwachtig omdat ze naar een ander jeugdwerk ging. Ik ken niemand, dacht ze. Zullen ze aardig tegen me zijn?
Jessica probeerde niet aan de brand te denken toen ze naar het jeugdwerk liep. Ze hield de hand van haar neefje Sam vast en bracht hem naar zijn zitplaats. Het jeugdwerk zong kerstliedjes over Jezus. Jessica moest denken aan Jozef en Maria, die weg van huis waren toen Jezus werd geboren. Ze vroeg zich af of ze zich verloren en alleen voelden, zoals zij zich nu voelde.
Toen het tijd was voor de les, werd Jessica nog zenuwachtiger. Een ander meisje glimlachte naar haar. ‘Hoi, ik ben Anna. Wil je naast me komen zitten?’
Jessica glimlachte terug. ‘Graag.’
In de les lazen ze in de Schriften over de geboorte van Jezus Christus. De leerkracht, zuster Rios, zei dat de Heiland het grootste geschenk van onze hemelse Vader aan de wereld was. ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft’,* las ze aan de klas voor.
Jessica had nog nooit aan Jezus als een geschenk gedacht. Ze dacht aan de kerstcadeautjes die thuis verbrand waren. Ze vond het heerlijk om cadeautjes te krijgen en was verdrietig dat die van haar er niet meer waren. Maar ze hield nog meer van Jezus en wist dat Hij nooit weg zou gaan.
Aan het eind van de les haalde zuster Rios een paar doosjes uit haar tas. In elk doosje zat een houtsnijwerk van het Kindje Jezus.
‘Ik heb voor jullie allemaal een geschenk.’ Zuster Rios deelde de doosjes uit. ‘Het kan je eraan herinneren dat God zo veel van je houdt dat Hij zijn Zoon naar de aarde heeft gestuurd.’ Toen keek ze naar Jessica. ‘Het spijt me, Jessica. Maar ik heb er niet één voor jou. Ik wist niet dat jij hier zou zijn.’
Jessica keek naar beneden en probeerde niet te huilen. Zij wist ook niet dat ze hier zou zijn. Ze wilde met Kerstmis in haar eigen huis en in haar eigen jeugdwerkklas zijn.
Op dat moment legde iemand een doosje op haar schoot. Ze keek op en zag dat Anna naar haar glimlachte. ‘Vrolijk kerstfeest! Je mag het mijne wel hebben.’
Jessica raakte het figuurtje van het Kindje Jezus zachtjes aan. ‘Dank je wel! Jij ook vrolijk kerstfeest.’
Na de kerk gaf mama haar een knuffel. ‘Hoe was het in het jeugdwerk?’ vroeg ze.
‘Goed! Ik heb dit cadeautje gekregen.’ Jessica glimlachte. ‘En ik heb geleerd dat Jezus het allerbeste geschenk is.’
Illustraties, Shawna J.C. Tenney