‘Kaarsen op kerstavond’, Vriend, december 2024, 4–5.
Kaarsen op kerstavond
De hele begraafplaats fonkelde alsof die vol sterren was.
Dit verhaal speelde zich af in Finland.
Joska en zijn familie wandelden rustig door de sneeuw. Het was kerstavond en ze vierden een van hun lievelingstradities. Elk jaar bezoeken mensen in Finland de begraafplaats om kaarsen op het graf van hun dierbaren aan te steken.
Er schitterden veel heldere kaarsen in het donker. Ook al was het koud, ze zorgden ervoor dat de begraafplaats gezellig en vredig aanvoelde.
Joska’s ouders leidden hen naar een graf. ‘Wie is dit?’ vroeg zijn zusje, Aasa.
‘Dit is mijn oudoom’, zei mama.
Turo, Joska’s oudere broer, wees naar de datums op de steen. ‘Hij is ruim honderd jaar geleden geboren!’
‘Ja. Maar hij maakt nog steeds deel uit van onze familie.’ Mama haalde een kaars tevoorschijn. ‘Wil jij die aansteken, Joska?’
Joska knikte en stak de kaars aan. Daarna deed hij voorzichtig een metalen deksel met gaatjes erin op de lantaarn. Dan kon de wind de vlam niet uitblazen. Hij zette de kaars vóór het graf op de grond. Het zachte, gloeiende licht zag er prachtig uit.
Ze gingen naar het volgende familiegraf. Joska hield Aasa’s hand vast.
‘Waarom steken we kaarsen op de graven aan?’ vroeg ze.
‘Omdat het belangrijk is om onze familieleden te gedenken’, zei hij.
‘Zelfs als ze honderd jaar geleden leefden?’ vroeg Aasa.
‘Ja’, zei papa. ‘Al onze tantes, ooms, neven, nichten en grootouders maken deel uit van onze familie. Dankzij Jezus Christus zijn we allemaal één grote familie.’
Mama haalde nog een kaars tevoorschijn. Turo hielp Aasa met aansteken.
‘Maar waarom steken we die kaarsen met Kerstmis aan?’ vroeg Aasa.
Joska dacht daar even over na. Ze konden ook op andere dagen kaarsen op de begraafplaats aansteken. Waarom juist op kerstavond?
‘Misschien omdat Jezus het Licht van de wereld is’, zei Joska.
Mama glimlachte. ‘Dat is een goed antwoord. Ik denk dat je gelijk hebt.’ Ze hielp Aasa om haar kaars naast het graf in de sneeuw te zetten. ‘Door Jezus Christus kan onze familie voor eeuwig samen zijn. En omdat Hij weer leeft, zullen wij ook allemaal weer leven.’
Ze deden allemaal een stap achteruit om naar de lichten te kijken. De hele begraafplaats fonkelde alsof die vol sterren was.
Joska voelde zich warm vanbinnen toen ze terug naar de auto liepen. Als ze thuiskwamen, zouden ze cadeautjes openmaken en spelletjes spelen. Maar nu was Joska blij dat hij deze rustige tijd met zijn familie kon hebben. Hij zou altijd dankbaar zijn voor het licht van Jezus.
Illustratie, Flavio Remontti