Uit het zendingsveld
Vier manieren om je aan nieuwe zendingsleiders aan te passen
Als je ze de kans geeft, kunnen je zendingsleiders je levenslange liefdevolle en vertrouwde mentors worden.
Toen ik in het opleidingscentrum voor zendelingen was, hoorde ik dat mijn zendingsleiders twee weken na mijn aankomst in mijn zendingsgebied vervroegd ontheven zouden worden. Kort na mijn aankomst, besefte ik hoezeer ze door al hun zendelingen bewonderd en gerespecteerd werden, ook door mij!
Toen onze nieuwe zendingsleiders aankwamen, waren er veel gemengde gevoelens. Sommige zendelingen omarmden hen, terwijl anderen ontstemd waren door de verandering.
Een paar maanden later kreeg ik een collega die een slechte houding tegenover onze zendingsleiders en hun richtlijnen had. Ik was nog nieuw in het zendingsveld, luisterde naar haar klachten en vond dat die terecht waren. Ik werd sterk beïnvloed door haar houding en begon me op het negatieve te concentreren. Ik werd kritisch op de aanpak en beslissingen van onze nieuwe leiders.
Toen ik werd overgeplaatst, besefte ik dat ik mezelf onbewust had belemmerd om van die leiders de hulp en groei te ontvangen die ik nodig had. Gedurende de rest van mijn zending stond ik hen toe om liefdevolle en vertrouwde mentors in mijn geestelijke bekering te worden. Door hun leringen en raad kreeg ik een krachtig getuigenis van het evangelie. Als ik nu met geestelijke onrust te maken krijg, houd ik me nog steeds vast aan wat zij mij hebben geleerd.
Als de zendingsleiding verandert, kan dat een uitdaging zijn. Maar je reactie erop kan van invloed zijn op de rest van je zending – en je leven. Hier zijn enkele dingen die ik heb geleerd over aanpassing aan nieuwe zendingsleiders:
1. Verwacht verandering en sta er open voor
President Russell M. Nelson (1924–2025) heeft uitgelegd dat tempelverordeningen in de loop der tijd verfijnd zijn doordat profeten openbaring van God ontvangen. Er vinden in onze tijd nog steeds veranderingen plaats. Hij benadrukte: ‘De procedure is gewijzigd, maar de verbonden blijven hetzelfde.’
Zo kan ook je nieuwe zendingspresident openbaring voor jouw zendingsgebied ontvangen, waardoor procedures moeten worden aangepast. Vergeet niet dat hoewel de procedures kunnen veranderen, jouw doel als zendeling en het evangelie van Jezus Christus waarin je onderwijst, hetzelfde blijven. Zowel je huidige als je vorige zendingspresident hebben aanwijzingen van onze hemelse Vader ontvangen. Hoewel de aanwijzingen verschillend kunnen zijn, betekent dat niet dat er een verkeerd is. Zendingswerk maakt deel uit van de doorgaande herstelling, en ‘de doorgaande herstelling vergt doorgaande openbaring’.
2. Respecteer hun roeping van de Heer
Vergeet niet: ‘Je zendingspresident en zijn vrouw, die samen jouw zendingsleiders zijn, zijn door God geroepen en aangesteld om het zendingsgebied te leiden.’ De roeping om als zendingsleiders te dienen, is door openbaring aan zijn profeten en apostelen van onze hemelse Vader afkomstig. Vertrouw op en respecteer zijn wil en timing. Weet ook dat Hij een bijzonder doel voor jouw nieuwe leiders heeft.
Hij zal hen leiden, net zoals Hij jou in je zendingswerk leidt en inspireert.
3. Bid om een getuigenis aangaande hun raad en leiderschap
Als zendeling vertel je anderen voortdurend over het eerste visioen van Joseph Smith. Zijn ervaring begon met de Schrifttekst: ‘Als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God’ (Jakobus 1:5). Als je anderen aanspoort om onze hemelse Vader over de waarheid van het evangelie te vragen, vergeet dan niet om Hem ook je eigen vragen te stellen. Als je moeite hebt met verandering, kun je door persoonlijke openbaring gerustgesteld worden.
President Nelson heeft beloofd: ‘Als u gehoorzaam blijft, uw dank uit voor elke zegen die de Heer u schenkt en de timing van de Heer geduldig respecteert, zult u de kennis en het begrip waarnaar u verlangt ontvangen.’
4. Laat ze jou persoonlijk adviseren
Toen ik twijfelde aan mijn werk als zendelinge, was mijn zendingspresident in staat om mijn gevoelens door de Geest te onderscheiden en me duidelijk te maken dat ik een succesvolle zendelinge was.
President Jeffrey R. Holland, president van het Quorum der Twaalf Apostelen, heeft tegen pasgeroepen zendingsleiders gezegd:
‘Onder alle dierbare bekeerlingen die u de komende drie jaar zult hebben, bevinden zich de zendelingen zelf. […]
‘En ik en miljoenen zoals ik zullen teruggrijpen naar de leringen en het getuigenis van onze zendingsleiders voor herinneringen aan ons eerste echte geloof. Velen hebben later in hun leven standgehouden dankzij de kracht van het evangelie dat ze als jonge zendelingen aan de voeten van een zendingspresident en zijn vrouw hadden geleerd.’
Wie je zendingsleiders ook zijn, bedenk dat ze Jezus Christus dienen. Ze hebben dus het beste met jou en je groei voor ogen. Als beiden aan het grootste werk op aarde deelnemen, kunnen hun getuigenissen en leringen van de Heiland je leven veranderen. Maar dan moet je dat wel toestaan.