‘Harveys doophemd’, Vriend, september 2025, 36–37.
Harveys doophemd
Harvey kon zijn witte overhemd nergens vinden!
Een waargebeurd verhaal uit Indonesië.
Harvey zat opgepropt met ibu (mama) en bapak (papa) achterin de taxi. Ze waren onderweg naar de kerk voor Harveys doop.
‘Bapak, hoe voelde jij je bij je doop?’ vroeg Harvey. Bapak had zich een paar maanden geleden laten dopen. Nu Harvey 8 was, zou hij zich ook laten dopen!
Bapak dacht even na. ‘Het water was heel koud!’ zei hij lachend. ‘Maar ik voelde ook veel liefde. Ook al zijn de meeste mensen in onze familie geen lid van onze kerk, ik voelde hun liefde en Gods liefde.’
Toen ze bij het kerkgebouw aankwamen, hielpen wat andere mensen van de kerk hen om de doopvont met water te vullen en zich klaar te maken.
‘Harvey, het is tijd om je doopkleren aan te trekken’, zei ibu. Harvey knikte en vond de tas met zijn kleren. Maar alleen zijn witte broek zat in de tas. Hij kon zijn witte overhemd niet vinden! Hij keek in de andere tassen en zocht in de kerk.
‘Ibu, mijn overhemd zit hier niet in’, zei Harvey.
Ibu fronste haar wenkbrauwen. Zij keek ook in een paar tassen. ‘We hebben het zeker in de taxi laten liggen.’
‘We hebben nog wel wat doopkleding in de kast liggen’, zei zuster Putri. ‘Ik ga die halen.’
Maar de enige doopkleding uit de kast was te groot voor Harvey. Ibu keek bezorgd. De doop zou binnenkort beginnen. Er waren al veel mensen en Harvey had zijn overhemd niet bij zich.
‘Misschien kunnen we bidden dat de taxichauffeur het overhemd terugbrengt’, zei Harvey. ‘Maar als hij het niet terugbrengt, kan ik ook gewoon een te groot overhemd dragen. Het maakt me niet uit wat ik aan heb. Ik wil me gewoon laten dopen.’
Ibu en bapak knikten. Ze gingen samen naar de keuken, waar het stil was. Ze vouwden hun armen en bogen hun hoofd.
Harvey sprak het gebed uit. ‘Onze lieve hemelse Vader, dank U dat ik me vandaag kan laten dopen. Help alstublieft de taxichauffeur om mijn overhemd terug te brengen. Maar zo niet, dan is dat ook goed.’
Na hun gebed trok Harvey een te groot overhemd aan. Het kwam helemaal tot aan zijn knieën.
‘Harvey!’ riep zuster Putri vanuit de gang. ‘De taxichauffeur is er.’
Harvey en ibu kwamen de taxichauffeur tegen bij de voordeur. Hij had Harveys overhemd!
‘Ik keek achterom en zag het op de achterbank liggen’, zei hij. ‘Ik dacht dat het misschien van jou was.’
‘Heel erg bedankt’, zei ibu.
Harvey nam het overhemd van de man aan. ‘Dank u wel.’
De man glimlachte en zwaaide gedag.
Het was algauw tijd om met de doopdienst te beginnen. Harvey trok zijn overhemd aan. Het paste perfect! En het was wit en schoon.
Toen Harvey in de doopvont stapte, was het water ijskoud! Bapak sprak het gebed uit en doopte Harvey. Toen hij uit het water kwam, voelde hij zich schoon en rustig vanbinnen.
Bapak leidde Harvey uit de doopvont en wikkelde een zachte handdoek om Harveys schouders. Harvey dacht aan alle mensen die hem hielpen en steunden. Ibu, bapak, de taxichauffeur en zijn familie. En onze hemelse Vader en Jezus Christus ook.
Harvey gaf bapak een knuffel. ‘Je had gelijk. Het water was echt ijskoud!’ Ze moesten allebei lachen. Toen keek Harvey bapak in de ogen. ‘Maar je had ook gelijk over iets anders. Ik voel veel liefde.’
Illustraties, Bethany Stancliffe